Review

De adel arbeidt en schaamt zich er niet meer voorNederland krijgt oog voor mooi handwerk

'Toekomst door traditie, 125 jaar 'Tesselschade-Arbeid Adelt', Vilan van de Loo, uitg. Walburg Pers, prijs ¿ 49,50. De gelijknamige expositie in het Nationaal museum paleis Het Loo in Apeldoorn duurt t/m 27 mei. Open: dinsdag t/m zondag en op pinkstermaandag van 10 - 17 uur

Marianne Cense is door het hoofdbestuur van de jubilerende vereniging belast met de publiciteit. Tot nu toe is zij over de aandacht die de vereniging krijgt best tevreden. In het Nationaal museum paleis Het Loo in Apeldoorn is bijvoorbeeld tot 27 mei een tentoonstelling te zien over de ontstaansgeschiedenis en wat er daarna zoal gebeurde, met als belangrijk onderdeel - vandaar de gastvrijheid op Loo - de hechte contacten met de Oranjes.

Zij leverden vanaf het prille begin beschermvrouwen. Op het ogenblik is prinses Juliana dat. Die nauwe band is in de loop van de jaren bevestigd door speciale projecten rond die Oranjes. Bij tal van gelegenheden kwamen de leden van 'Tesselschade-Arbeid Adelt' voor de Oranjes in actie. Zo vervaardigden zij de trouwjapon voor koningin Wilhelmina, die nu op Het Loo te kijk staat. Interessant detail is, dat met dat werk al in 1898 een begin werd gemaakt, toen er nog geen huwelijkskandidaat in de picture was. Maar wat niet was, zou zeker komen, en zo'n vorstelijk bruidsgewaad maak je niet in een paar maanden. Vandaar dat ervoor werd gezorgd, dat die japon al in de kast hing, iets dat later nooit meer is vertoond. De met de wapens geborduurde bekleding van de Gouden Koets, bewerkelijke kinderjurkjes voor prinses Juliana, de knielkussens voor het kerkelijk huwelijk van Juliana en Bernhard, de bekleding van de wieg waarin Beatrix haar eerste levensmaanden doorbracht en de theemutsen voor het vakantieverblijf in het Italiaanse Porto Ercole, werden voor de vereniging prestige-objecten.

Om het jubileum accent te geven, heeft de vereniging haar geschiedenis laten beschrijven in een boek. Deze week timmert men aan de weg op de Home and Garden Fair op het landgoed Beeckestein in Velsen. Marianne Cense: “Zeer tegen onze gewoonte, want wij staan eigenlijk nooit op de barricaden. Deze stand is ons aangeboden. Onze 37 afdelingen hebben allemaal ten minste een krat met hun mooiste handwerken ingestuurd om hier te exposeren en te verkopen. De belangstelling is overweldigend. In Nederland krijgt men steeds meer oog voor mooi handwerk. Dat merken we de laatste tijd ook in de acht winkels die onze vereniging, verspreid over het land, heeft. Er is duidelijk sprake van een kentering. Je kunt nu weer openlijk vertellen dat je handwerkt. Bij ons eeuwfeest lag dat heel anders. Toen werd je als handwerkende vrouw truttig gevonden.”

Waardering alom, maar het moet Marianne Cense van het hart dat daarmee meteen een teer punt wordt aangesneden. De toeleveranciers van fraaie handwerken worden schaars. Cense: “Er wordt steeds minder aan de opleiding gedaan. Op de scholen staat het handwerkonderwijs op een laag pitje en weinig moeders zetten hun dochters nog aan tot borduren en dat soort zaken. Eén van onze goede voornemens bij dit jubileum is, daar in de komende jaren aandacht aan te gaan besteden. We zullen meer in de openbaarheid moeten treden. Vandaar dat we ook overwegen een informatieprogramma op Internet te openen.”

Aan vrouwen die actief met hun handen bezig zijn is geen gebrek. De uitingsvormen worden steeds talrijker. Naast geborduurd, gehaakt en gebreid wordt er ook volop getimmerd en geschilderd. Daar is op zich niets mis mee, maar een kunst als kantklossen verstaan maar weinig vrouwen meer. En tussen handwerken en handwerken is een groot verschil.

'Arbeid Adelt' werd in 1871 opgericht door de schrijfster Betsy Perk, een nichtje van de dichter Jacques Perk. Zij hoopte met haar initiatief, zoals zij het in de statuten liet opnemen, 'op allerlei wijzen de arbeidszin onder vrouwen aan te kweken'. In fraaie bewoordingen werd de manier waarop dat diende te gebeuren, omschreven. Betsy Perk wilde 'de lust tot het beoefenen van nijverheid en kunst opwekken om sluimerende talenten wakker te schudden, zowel bij de bemiddelde als de onbemiddelde vrouw, teneinde voor de eerste, vooral in ongehuwde staat, een werkkring te ontsluiten overeenkomstig haar aanleg en voor de laatste behulpzaam te zijn om in eigen onderhoud te voorzien'.

Die doelstellingen zijn in grote lijnen nog steeds van kracht. Ze worden tegenwoordig zakelijker omschreven als 'het behulpzaam zijn van Nederlandse vrouwen van alle gezindten bij haar streven zelfstandig te zijn of te blijven'

'Arbeid Adelt' en het in 1872 daaruit voortgekomen 'Tesselschade', hadden vanaf het begin in grote lijnen al dezelfde doelstellingen. Kleinmenselijke factoren waren er debet aan, dat het pas in 1953 tot een fusie kwam.

De vereniging telt nu ruim 12 000 leden. De 37 plaatselijke afdelingen hebben een grote mate van zelfstandigheid. De vereniging hangt, om het cru te zeggen, als los zand aan elkaar.

Marianne Cense: “De leden hebben als enige verplichting, dat ze hun jaarlijkse contributie betalen. Daaruit worden de diverse activiteiten bekostigd. Er zijn bijeenkomsten noch lezingen voor de leden, laat staan dat ze in groepsverband gaan handwerken. Als lid is het enige wat je ervan merkt, dat je een uitnodiging in de bus krijgt, als er in je afdeling een verkooptentoonstelling wordt gehouden. Los van onze leden hebben we een dikke vijfhonderd handwerksters. Zij zijn de doeners. Het bestuur heeft regelmatig contact met hen. Het materiaal waarmee ze aan de slag gaan, krijgen ze aangeleverd door het afdelingsbestuur. Dat geeft al een belangrijke kwaliteitswaarborg. Als ze een werkstuk klaar hebben, wordt dat door een bestuurslid gekeurd. We leggen strenge maatstaven aan. Als een handwerk de toets der kritiek kan doorstaan, krijgen de makers er een bedrag voor uitgekeerd. De werkstukken worden vervolgens via de depots of de winkels zonder winstoogmerk verkocht.”

“In vroeger tijd toen buitenshuis werken voor vrouwen slecht stond aangeschreven, en dat in de wat je noemt betere kringen bijna onmogelijk was, werd het thuis tegen betaling handwerken voor veel vrouwen een ideale manier om in de anonimiteit iets bij te verdienen. Dat anonieme is tegenwoordig niet meer zo belangrijk. Werken is nu zelfs voor dames met een adellijke titel geen schande meer. Van de voor ons handwerkende vrouwen komen er nog steeds veel uit die sector. Zij hebben fijn handwerken als opgroeiend meisje al geleerd.”

“Er zijn diverse vrouwen bij, die met een klein pensioentje moeten zien rond te komen. Zij handwerken om zich iets extra's te kunnen veroorloven. Ze betalen er schouwburg- of concertbezoek van of besteden het aan de kapper. Voor velen van hen speelt ook het sociale contact dat ze met een bestuurslid hebben, een grote rol. Als je veel borduurt, weet je op den duur niet meer wat je ermee moet doen. Je kunt er moeilijk je hele huis mee vol hangen. Voor familie en vrienden gaat na een paar keer de lol er ook wel af. Voor onze vereniging werken kan dan een leuk alternatief zijn.”

Minstens zo belangrijk als dat handwerken zijn de financiële bijdragen die de vereniging geeft aan vrouwen, om een studie of opleiding te voltooien als ze door onvoorziene omstandigheden in problemen zijn gekomen. In 1994 werden op die manier 142 vrouwen geholpen, allemaal betaald uit de contributies. Er wordt hulp geboden voor de meest uiteenlopende studies. Recent zelfs aan een vrouw die een opleiding volgde tot vrachtwagenchauffeur, en een meisje dat leerde voor clown. Zoiets zou enige jaren geleden nog onmogelijk zijn geweest. De aanduiding 'beschaafd', dat vroeger te pas en te onpas werd gehanteerd, liet dat niet toe. Nog altijd is 'Tesselschade-Arbeid Adelt' een keurige club. Zo laten de leden zich nog bij voorkeur met 'dames' aanspreken.

De leden van de oudste Nederlandse vrouwenvereniging hebben zich altijd afzijdig gehouden van het begrip feminisme. Marianne Cense: “We hebben ons nooit nadrukkelijk gemanifesteerd. Wij houden niet van geschreeuw. Dat wil niet zeggen dat we het oneens zijn met de feministen. Ze hebben veel bereikt. We zien ons werk liggen in het verlengde van wat zij hebben gedaan. 'Elck sijn waerom', de woorden waarmee Maria Tesselschade altijd haar brieven besloot, is ons devies. Dat zegt genoeg. Je kunt in het leven op tal van manieren je doel proberen te bereiken.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden