De achterkant van Groningen

Groningen heeft wel meer dan honderd 'gangen' met een naam. Sommige zijn maar dertig centimeter breed, andere wel vier meter. Er zijn meer plaatsen met dit soort gangen of sloppen. Amsterdam beschreef z'n stegen in een boek, Vlieland z'n gloppen en het Engelse York deed het met z'n 'snickelways'. Maar dat er zoveel voorzien zijn van een naam (en soms een toenaam) als in Groningen, is wel heel bijzonder. En het waren er ooit wel twee keer zoveel.

De gangen van Groningen liggen voornamelijk in het historische centrum en bij het Schuitendiep-Damsterdiep. In een nieuwere wijk die tussen 1608 en 1624 aan de noordkant van de stad werd uitgelegd, komt geen enkele straatnaam met gang voor -dat gebied is ook veel ruimer opgezet. In de binnenstad lopen ze vooral áchter de huizen en winkels. Vroeger dienden ze om straten en pleinen te verbinden of terreinen en bedrijfjes te ontsluiten. Dat er in de buurt van het Schuitendiep zo veel zijn, heeft te maken met de enorme bedrijvigheid die daar altijd was. Maar er zijn ook gangen rond het huidige universiteitscomplex, dat gevestigd is op een terrein waar vroeger een klooster was en twee begijnenconventen kende.

Er werd vroeger ook in veel gangen gewoond. Oude foto's laten zien hoe het daar toeging. Het zijn treurige, armoedige taferelen, met het wooncomfort en de hygiëne was het allerbelabberst gesteld. En de gangen gaven ook toegang tot de ontelbare bierbrouwerijen en tabaksfabriekjes die Groningen rijk was. Nergens in Nederland lijkt zoveel gerookt en gedronken te zijn als in Groningen. Wat het bier betreft kun je je dat voorstellen: van water werd je ziek en ging je dood. Maar we zien ook allerlei sporen van de tabaksindustrie, zoals de firma's Niemeijer, Rumpff en Krul.

Sommige gangen zijn om die redenen op last van de gemeente gesaneerd of afgebroken, andere zijn door particulieren ingepikt of afgesloten. Maar er zijn er ook nog een hoop voor het publiek toegankelijk, of op z'n minst zichtbaar. Het stadsbestuur van Groningen wil de overgebleven gangen in ere herstellen. Edward Houting beschreef er dertig in een toeristische wandelroute 'Ga je gang in Groningen' en in twintig gangen hangt nu ook een paneel aan de muur met informatie.

Veel van de steegjes zijn vernoemd naar het beroep dat er werd uitgeoefend. Zo heb je de Brouwersgang, de Moeskersgang (groentekwekers), de Pluimersgang (poeliers), de Hoedemakersgang, de Postrijdersgang en de inmiddels verdwenen Verversgang. We passeren de Brandewijnbranders- of Stokersgang die in 1689 nog als de Korremorrebrandersgang in de archieven is teruggevonden: korremorre of korries was een soort uit rogge gestookte brandewijn van mindere kwaliteit.

Soms is de naam nog simpeler, zoals de Mussengang, waaraan de huismus zijn naam leende. De Smakkersgang is vernoemd naar de boten van de schippers die hier woonden. De Hopmansgang dankt zijn naam aan ene Hindrik Hopman die er in 1606 woonde. Het Soepenellegangetje herinnert aan de verkoop van 'sup', Gronings voor karnemelk. In de Kostersgang woonde in 1590 ene Gheert Koster, die als koster in de kerk werkte. De Beulsgang verloor zijn naam vanwege associatie met het minder plezierige beroep. De Papengang verwees naar de schuilkerk van de rooms-katholieken, de Donkersgang naar een zekere Donker, de Bentelaarsgang naar een aanliggende smederij. In het academisch kwartier treffen we de Bibliotheekgang (de naam dateert uit 1864 maar de steeg is al veel ouder). De Rectorsgang, die naar de woning van de rector magnificus leidde, is permanent afgesloten. En de Professorsgang waaraan diverse woningen van hoogleraren lagen, voert nu naar een achterterrein. De Bursegang herinnert aan de eetgelegenheid waar studenten voor 60 Carolusguldens per kwartaal uitstekend konden eten. Op zondagmiddag bijvoorbeeld een schotel 'genoegsame hutspot van rundvleesch met rode en witte wortelen met mostert' (reglement van 1733). Bij elke maaltijd werd een 'goed blanken bier' geschonken. En verder bepaalde het reglement dat er onder het eten niet 'geraas en rumoer' worden geroepen, roken was niet toegestaan net zo min als 'de degen trekken, met een ander vegten, kijven, rasen of enigerhande insolentie plegen'.

Soms is een gang weer tot leven gekomen door een nieuwe activiteit, zoals de Grote Gang, waar in De Biechtstoel heiligenbeelden worden verkocht en Belgische streekgerechten geserveerd.

Tijdens de wandeling langs Groningse gangen werpen we ook een blik in een paar gasthuizen, zoals het St. Anthonygasthuis waarin niet alleen bejaarden werden opgevangen, maar ook pestlijders en 'dollen' of geesteszieken -hier lopen we dan ook door de Dolhuisgang en lezen hoe de eerste patiënt in 1589 door God 'sijn sinnen ontnomen' is en 'met rasernie besocht' werd opgesloten. Het Dolhuis was nog een tijdje een toeristische trekpleister, waar je voor een stuiver de bewoners kon bezichtigen op een feestdag die in de volksmond al gauw de 'dolhuiskermis' ging heten. Het gasthuis is nu een hofje.

En dan is er nog het Rode Weeshuiscomplex, in de 15de eeuw een convent voor geestelijke maagden, twee eeuwen later een 'herberg voor arme burgerwezen' en nu een prachtige combinatie van een oud klooster met een modern appartementencomplex.

Voor het wandelboekje 'Ga je gang in Groningen' heeft Edward Houting nog veel meer kostelijke feiten en interessante achtergronden opgediept uit archieven en oude boeken. Je zou zijn wandeling dus ook heel goed thuis in de leunstoel kunnen maken. Anderzijds brengt deze route je aan de 'achterkant' van Groningen. Misschien niet de mooiste kant, maar wel heel boeiend. Wat stond er ook weer op een muur in het St. Anthonygasthuis? 'Wandel met lust en geniet van de rust.'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden