De aantrekkingskracht van valse kunst

VLEDDER - Het is topdrukte in het Museum voor valse kunst. Henk Plenter weet niet hoe hij het moet bijbenen: kaartjes verkopen, telefoon aannemen, uitleggen hoe het koffieapparaat werkt, rondleiden, met verslaggevers praten.

Een paar weken na de opening loopt het al storm. Plenter heeft gelijk gehad. “De mensen worden aangetrokken door het slechte. En valse kunst is slecht.”

Een kunstmuseum zou je niet verwachten in het rustieke Drents-Friese wold dat het dorp Vledder omringt. Het is een streek met een hoog wagenwiel-gehalte. Toch heeft Plenter daar maar liefst twee kunstmuseums. “Ja, inderdaad: museums”, zegt hij met nadruk. “Mensen corrigeren mij steeds. Maar ik vind musea aanstelleritis van gymnasiasten of wat er voor door wil gaan. Wat is er mis met een Nederlands meervoud?”

Een leraar dus. Sinds hij een paar jaar geleden met de vut ging, rijpte bij hem en zijn vriendin Erna Jansen het plan om een museum te beginnen. Ze verhuisden van Bilthoven naar het opgeheven gemeentehuisje van Vledder en daar hebben ze nu het 'Museum voor hedendaagse grafiek en glas' met op zolder het 'Museum voor valse kunst.'

Iedereen komt op de zolder af, natuurlijk, hoe hard Plenter ook volhoudt dat ook zijn grafiekmuseum uniek in de wereld is. “Wij zijn altijd een beetje gek geweest van kunst. We kochten grafiek en glas. Dat is nog te doen van een lerarensalaris.”

Het eerste werk dat hij samen met Erna kocht, is nu een topstuk van zijn collectie. Maar het hangt wel op zolder bij de vervalsingen. “Ik had er goed de pest over in dat die litho van Matisse vals is”, zegt Plenter. “Ik had er 1500 gulden voor betaald en dat was zeker in 1983 een aardig bedrag. Maar ik had het kunnen weten, want de kunsthandel, een gerenommeerde galerie in het Amsterdamse Spiegelkwartier, wilde liever geen kwitantie geven. Ze hadden er grote moeite mee om op te schrijven dat ik een Matisse had gekocht.”

Plenter vertrouwde het ding steeds minder. Hij kreeg pas zekerheid toen een jaar of vijf geleden een Nederlandse vervalser werd gearresteerd op een Frans kasteeltje. Er werden honderden vervalsingen ontdekt, van Picasso, Chagall, Appel, Beuys. Het blad Weltkunst publiceerde de plaatjes. “En daar stond mijn blauwe juffrouw met appeltjes van Matisse ook bij.”

Tot dan toe had hij vervalsingen steeds teruggebracht naar de kunsthandel of de veiling. Toen zijn Matisse door de mand viel, was het idee voor het museum al ontkiemd en hij hield de blauwe juffrouw.

Het onderwijs - hij was leraar Engels, Erna gaf biologie - beviel hem steeds minder. “Onder Deetman werd er zo bezuinigd dat de literatuur overal werd geofferd. Zo haal je de culuur uit een volk. Je krijgt veel minder complete mensen. Het ergste vond ik dat de meeste leraren het wel goed vonden en hun mond hielden.”

Het verzamelen had hen al in de handel gebracht. “Je koopt bijvoorbeeld een map grafiek en sommige stukken wil je kwijt om iets anders te kunnen kopen. Zo rolden we er geleidelijk in. Onze eigen smaak bepaalde de collectie. Ik heb weleens een Francis Bacon of een Warhol verkocht waarvan ik nu denk: die had prima in ons grafiekmuseum gepast. Maar als we op een beurs stonden, moesten we ook wat grote namen bieden, als trekkertje. Die handel ging de kwaliteit van onze collectie dwars zitten.” Ze wilden een museumwinkeltje. “Maar dan moesten we ook een museum hebben.”

Zijn 'zeperds' brachten hem op het idee. Plenter ging toen bewust vervalsingen kopen. “Er is genoeg op de markt om wel honderd museums mee te vullen”, weet hij nu. “Ik koop alleen als dat niet de prijs opdrijft. Als er een tegenbieder is, laat ik het lopen. Ik wil de vervalsers niet de lol gunnen dat er een markt ontstaat voor hun oplichterswerk.”

Dat het oplichting is, staat voor Plenter vast. Maar wat te denken van die Penck waar echt de handtekening van A. R Penck onder staat? “Dat is een offset-druk, waarin ook de krant wordt gedrukt. Penck heeft zich daarvoor geleend, misschien omdat hij als idealist kunst voor het volk toegankelijk wil maken. De Franse schilder Corot was zo begaan met arme drommels die van vervalsingen moesten leven, dat hij hun werk ondertekende. Of Dalí, die heeft een vrachtwagen vol blanco papier van zijn handtekening voorzien.”

In het museum voor valse kunst heeft niets het voordeel van de twijfel. “Als we er niet zeker van zijn dat het echt is, hangen we het op bij de vervalsingen”, zegt Erna Jansen. “Dat danseresje is veel te flodderig voor Anton Heyboer, maar het kan best zijn echte handtekening zijn. Eén van die Mondriaans daar, zou van zijn oom Frits kunnen zijn. Een vervalser heeft een beetje aan de handtekening geprutst.”

Vrolijk is het hoekje van Han van Meegeren, de meestervervalser van Vermeer. Van Meegeren werd zelf het slachtoffer van een vervalser. Er hangt een vaas met bloemen met zijn naam eronder. “Van Meegeren was een groot schilder, die zijn talent helaas heeft misbruikt. We hebben een aquarel onder zijn eigen naam waaraan je kunt zien dat hij een goed kunstenaar was. Die weerspiegeling op de vaas zou hij nooit zo klungelig hebben gedaan. De vervalser is dus vervalst.”

De museumhouders zetten de bezoekers graag op het verkeerde been. Bijvoorbeeld met een litho van een rotsig landschap met bomen, ondertekend met 'Wilhelmina, 1932'. “Je denkt dan: haha, de oude koningin zeker? Nou, die litho is echt van koningin Wilhelmina. Ze heeft hem gemaakt voor een goed doel.”

Het Vledderse museum wil de mensen wapenen tegen vervalsingen. Maar hoe herken je die? “Daar is geen recept voor”, zegt Plenter. “Je kijkt natuurlijk naar de kwaliteit. Je moet ook alles wat je weet over een kunstenaar vergelijken met wat je ziet. Kijk ook altijd naar de achterkant. Of het daar allemaal een beetje klopt. Let op het formaat. Die valse Escher van mij is twee keer zo groot als beschreven staat in de catalogus van zijn werk. Grafiek moet je met een loupe bekijken. Als je dan puntjes van een raster ziet, dan weet je dat je een goedkope druk in handen hebt. Zelfs een gerenommeerde kunsthandel in Den Haag verkoopt zulke goedkope drukken, onder de naam kristallitho. Schooiers, vind ik dat. Er zijn veilinghouders die zich indekken door in de catalogus Mandriaan te schrijven in plaats van Mondriaan. Dan kan de koper later niet klagen. Als je een certificaat van echtheid krijgt, moet je helemaal oppassen. Want waarom is zo'n certificaat nodig? Zo'n certificaat is bovendien makkelijker te vervalsen dan het kunstwerk zelf.”

Wie dan toch een vervalsing aanschaft, mag die altijd inleveren op de Brink in Vledder. Alle dagen van elf tot vier, behalve dinsdags. Volg het bord 'MuseumS'.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden