De aanstekelijke ijveraar

Rob Schouten over zijn bijzondere vriend Joost Zwagerman

De literaire wereld, de hele kunstwereld heeft geschokt en onthutst gereageerd op de onverwachte dood van Joost Zwagerman, afgelopen dinsdag. Een paar uur voordat hij in radioprogramma 'Opium' over zijn jongste boek over beeldende kunst, 'De stilte van het licht', zou spreken maakte hij in zijn woonplaats Haarlem een einde aan zijn leven. De schrijver die veel over zelfmoord schreef en zich laatstelijk nog uitsprak tegen de euthanasie van zijn vriend, de dichter Rogi Wieg, deed daarmee dat wat hem zijn hele leven en vooral de laatste jaren biologeerde.

Joost Zwagerman (1963) debuteerde in 1986 met de roman 'De houdgreep' die door criticus Carel Peeters in Vrij Nederland 'het meest belovende debuut sinds jaren' werd genoemd. In datzelfde jaar schreef hij, als voorman van de luidruchtige dichtersbent 'De Maximalen' in de Volkskrant een baanbrekend essay over de stand van de poëzie in Nederland getiteld 'Het juk van het grote niets' waarin hij de vloer aanveegde met het verstilde, ingetogen karakter van de Nederlandse dichtkunst van dat moment. Met beide stukken vestigde hij zijn naam.

In de loop van zijn bijna dertigjarige schrijverschap maakte Zwagerman een bijzondere ontwikkeling mee. In zijn eerste romans, geschoeid op Amerikaanse leest want Amerika was zijn grote literaire voorbeeld, bleef hij dicht bij de maatschappelijke werkelijkheid die hij op een geëngageerde maar tegelijk afstandelijk kritische wijze in zijn boeken opnam. In 'Vals licht' bijvoorbeeld leidt hij de lezer rond in de wereld van Amsterdamse prostitutie, 'De buitenvrouw', geschreven tijdens het hoogtepunt van 'het multiculturele drama' gaat over de relatie tussen een blanke man en een zwarte vrouw, in 'Gimmick', een boek dat afgelopen zomer nog in deze krant werd herbesproken, beschrijft hij het voze jaren tachtig- en negentig-wereldje van veel te vroeg gearriveerde kunstenaars die zich te buiten gaan aan drugs, seks en rock&roll. Zijn grote voorbeelden, de Amerikaanse schrijvers Philip Roth en John Updike, de Canadees Saul Bellow, over wie hij geregeld schreef, hebben grote invloed uitgeoefend op zijn werk.

Met zijn 'Amerikaanse' smaak schopte hij soms ook tegen het zere been van Nederlandse critici die zijn werk te licht of te vrijblijvend, te weinig literair vonden en die van schrijvers een soort eeuwige kunst verwachtten. Maar Joost Zwagerman schreef niet voor de eeuwigheid, hij schreef voor lezers van nu. En hij schreef ook niet mondjesmaat, met klassieke zuinigheid, hij was een schrijver op wie het woord over Vestdijk dat hij 'sneller schrijft dan God kon lezen' van toepassing was.

In latere romans, 'Chaos en rumoer' en 'Zes sterren' bijvoorbeeld, staat de maatschappelijke werkelijkheid nog steeds prominent op het programma maar er komt meer bezinning en reflectie in zijn werk. Zijn hoofdpersonen zijn niet langer toeschouwers van een wonderlijke, in zekere zin decadente wereld maar ze verraden daarnaast hun eigen depressieve trekjes; onder invloed van de suïcidepoging van Zwagermans vader steekt het thema zelfmoord de kop op.

Intussen schreef Zwagerman ook van meet af aan poëzie, van nogal lyrisch karakter, een bundel als 'De ziekte van jij' gaat over liefde en passie, in 'Roeshoofd hemelt' staat de blik van een waanzinnige centraal, in zijn laatste bundel 'Voor alles' dook het thema zelfmoord opnieuw op. Wie terugblikt op zijn werk merkt hoe in toenemende mate gekte, passie en manisch gedrag in zijn fictie een rol beginnen te spelen. Al met al raakte de schrijver naar het zich nu laat aanzien steeds verscheurder door zijn neiging tot rationaliteit en overzicht enerzijds en zijn woelende, duistere gevoelens anderzijds.

Rationeel zijn zeker ook zijn beschouwende boeken, misschien wel de beste kant van zijn werk. Na een groot aantal essaybundels waarin hij over van alles en nog wat publiceerde maar vooral toch ook over Amerikaanse schrijvers en kunst, bijvoorbeeld in 'Het Wilde Westen' en twee bundels 'Americana', concentreerde hij zich de laatste jaren vooral op beeldende kunst. In 2010 schreef Zwagerman het boekenweekgeschenk 'Duel', waarin zijn nieuwe onderwerp, de beeldende kunst figureert. Het boek dat op de dag van zijn zelfmoord verscheen, draagt de veelzeggende titel 'De stilte van het licht', over stilte in de beeldende kunst. K. Schippers schreef erover: "Joost Zwagerman komt heel dicht bij het onbereikbare nabije". Het is een Kouwenareske titel die Zwagermans toenemende behoefte aan verlichting, mystiek, spiritualiteit misschien zelfs, wel ten volle illustreert. Bestreed hij in 1986 nog de verstilde dichters van het Kouwenaar-cenakel, dertig jaar later kwam hij er via een omweg als het ware zelf terecht. Van 'Maximaal tot minimaal', zo noemde Carel Peeters deze week in Vrij Nederland, toen nog onkundig van zijn zelfmoord, Zwagermans evolutie van uitbundigheid tot ingetogenheid. Het zijn denk ik twee kanten van zijn wezen die er altijd in hebben gezeten maar waarvan de een aanvankelijk en de ander later de doorslag gaf.

Met al zijn literaire bezigheden, waarvoor hij diverse prijzen en nominaties mocht ontvangen, ontwikkelde Joost Zwagerman zich ook tot een publieke figuur. Hij was een geregelde gast in 'De Wereld Draait Door', was curator van diverse tentoonstellingen en stak in het algemeen zijn talent niet onder de korenmaat. Ook hier een soort verscheurdheid tussen publieke verschijning en innerlijke wankelmoedigheid.

Voor deze krant zou hij binnenkort een serie getiteld 'Wakend over God' maken, in samenwerking met de VPRO: gedichten over God, eerst voorgelezen op de radio, vervolgens gepubliceerd in Trouw. Het tekent zijn zoektocht naar de God van wie hij in zijn jeugd afscheid nam, maar die hij later weer opzocht.

Zwagerman was een man van meningen; hij had ook een uitgesproken politieke mening. In zijn pamflet 'De schaamte voor links' uit 2007 beschreef hij de teloorgang van het idealisme bij de PvdA, een onderwerp waarmee hij als het ware een heikel onderwerp van vandaag de dag aansneed.

Als een van de vruchtbaarste en veelzijdigste schrijvers van zijn generatie overschreed hij met zijn publieke optredens de grenzen van de door hem wel eens als benauwd ervaren Nederlandse literatuur. Zijn veelzijdigheid, gevoegd bij zijn neiging de kop boven het maaiveld uit te steken, kwam hem soms ook duur te staan. Zijn enthousiasme voor van alles en nog wat werd hem dan als gebrek aan diepgang aangewreven. Hij trok zich dat aan, reageerde er heftig op. Hij voelde zich in zijn bedoelingen aangevallen. Zwagerman wilde oprecht iets van onze maatschappij en steeds meer ook van onze innerlijke wereld in kaart brengen en blootleggen, zonder arrogantie maar wel met een zekere zendingsdrang, hij was in zekere zin een ijveraar, aanvankelijk van het nieuwe en luidruchtige, later van het klassieke en verstilde, maar altijd met hetzelfde aanstekelijke vuur.

Tot zover het literaire verhaal, Joost Zwagerman was ook een persoonlijke vriend van mij. Jarenlang woonde hij in de straat achter mij en meer dan eens troffen we elkaar aan zijn keukentafel om over van alles en nog wat te spreken. Ik leerde hem kennen als een soms laaiend temperament met een opmerkelijk gevoel voor rechtvaardigheid en juistheid. Onderliggend proefde je een soort onzekerheid over zichzelf: 'Ík heb geen zelfbeeld' zei hij ooit tegen mij. De zelfmoordpoging van zijn vader, de scheiding van zijn vrouw, de verscheuring van zijn gezin en niet in de laatste plaats ook de gekozen dood van zijn oude vriend Rogi Wieg moeten deze vaak zo uitgesproken man tot een diepe wanhoop hebben gedreven. Depressies kregen de overhand over zijn enorme energie.

Een tijdje geleden sprak ik hem nog tijdens een vrienden-etentje, hij was op het oog opgewekt en dynamisch, vertelde over zijn overgang van de Arbeiderspers naar de nieuwe uitgeverij Hollands Diep, waarvoor hij zijn recentelijk ietwat verguisde romankunst weer wilde oprakelen. Terugblikkend op die avond denk ik dat hij toen een groot onderliggend gevoel van onrust moet hebben weggestoken.

Als er één ding was waar hij bang voor was was het decorumverlies, iets wat in zijn privéleven altijd op de loer lag. Juist die angst om zich helemaal bloot te geven zal in hem hebben voortgevreten tot hij geen uitweg meer zag. Ook zijn schenking dit jaar, als jongste schrijver ooit, van zijn persoonlijk archief aan het Letterkundig Museum komt opeens in een ander licht te staan; onbewust was hij wellicht al met zijn afscheid bezig.

Verbijsterd hoorde ik dinsdagavond dat de man van 'Door eigen hand', essays en interviews over 'zelfmoord en de nabestaanden' de hand aan zichzelf had geslagen, de definitieve stilte in.

Hij laat een vriendin, drie kinderen en een sprakeloze vriendenkring achter.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden