De aandacht voor Bowie (en Steenkamp) was proportioneel

Bij het nieuws over het verscheiden van David Bowie gingen mijn gedachten uit naar zijn eerste optreden in de Rotterdamse Kuip. Dat was eind juni 1983 en ik was erbij, net zoals het jaar daarvoor bij de Rolling Stones. Een geweldig optreden, dat voor ons clubje vrienden eindigde in slaapzakken op het strand van Scheveningen.

Daarna ebde mijn belangstelling langzaam weg, totdat vorig jaar vanwege een tentoonstelling over Bowie's leven in het Groninger Museum, tamtam over zijn nieuwste cd en zijn musical Lazarus, opgevoerd in New York, weer veel over hem werd geschreven, ook in deze krant. Zijn betekenis als popidool, kunstenaar en artiest werd mij pas echt duidelijk door de necrologie over zijn leven in de Verdieping, afgelopen dinsdag, geschreven door iemand die zijn kleinzoon had kunnen zijn, Joris Belgers, onze redacteur popmuziek. Ook al heb je niks met popmuziek of met popidolen, het is goed dat lezers van deze krant de mogelijkheid hebben te worden bijgepraat over de betekenis van iemands leven, in dit geval een artiest van wereldformaat.

Dat deden we deze week ook met iemand anders, Piet Steenkamp, één van de architecten van het CDA. Zijn overlijden werd dinsdag bekendgemaakt en woensdag drukten we een beschouwing van één pagina af over zijn betekenis voor de totstandkoming van het CDA, aan de hand van oud-redacteur en commentator Pierre van Enk. Op de voorpagina werd het overlijden van Steenkamp aangekondigd.

Ik kan me voorstellen dat jongere lezers Steenkamp niet of nauwelijks kenden en dat andere lezers weinig op hadden met een artiest waar de geur van rock-'n-roll nadrukkelijk omheen hing. Dit laatste bleek in ieder geval uit een reeks kritische brieven die we ontvingen over de aandacht die we schonken aan het overlijden van David Bowie.

De kritiek richtte zich met name op één punt: de hoeveelheid verhalen die we over hem publiceerden, in totaal zo'n 4,5 pagina's. En dan laat ik de twee columns van Wim Boevink over de artiest buiten beschouwing.

Een 'absurde Bowie-orgie', meende Sytze van der Werff uit Arnhem. 'Wat moet dat worden als straks Paul McCartney sterft: Tweede en Eerste Kamer zingen gezamenlijk 'Yesterday', een minuut stilte in het land, kranslegging op de Dam door het koningspaar? De dood van sterren neemt in de media steeds groteskere vormen aan', schreef Kees Lavooij uit Vaassen. Over de ruime aandacht die we besteedden aan Piet Steenkamp kregen we geen brief.

Over de hoeveelheid woorden die je wilt besteden aan het overlijden van een bekend persoon valt zeker te discussiëren en dat doen we ook op de redactie. Aan beide keuzen - Bowie en Steenkamp - lagen journalistieke overwegingen ten grondslag en de aandacht was naar mijn bescheiden opvatting proportioneel. Beiden zijn van grote betekenis geweest, de één voor de Nederlandse politiek, de ander voor de muziek, film en kunst in de wereld.

Inderdaad pakten we met Bowie grootser uit, mede ingegeven door zijn internationale uitstraling en betekenis, zijn bijzondere albums die een miljoenenpubliek bereikten, de films die hij maakte en zijn leven als stijlicoon. De magie rond zijn leven en persoonlijkheid, door hemzelf gecreëerd, was bijzonder aantrekkelijk voor fans en media. Die magie hing ook rond het nieuws over zijn sterven. Tot op het laatst leek hij de regie in handen te hebben. Het veroorzaakte een wereldwijde rouwrage.

Cees van der Laan

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden