De aaibare verliezers

Het gaat in de sport om winnen, maar gelukkig staan er in Sotsji ook nog echte amateurs aan de start. Zij zorgen voor luchtigheid en juist hun prestaties zijn iets om naar uit te zien. Moedig of knettergek?

In Japan worstelde een Keniaan zich gedurende tien kilometer langlaufend in een skispoor door de kou. Philip Boit had twee jaar eerder voor het eerst van zijn leven sneeuw gezien en kon er natuurlijk geen moer van, maar het publiek bij de Winterspelen van Nagano (1998) vond het schitterend. Aan de finish wachtte Bjorn Daehlie, de winnaar van de dag, hem op. Boit lag twintig minuten achter en kreeg applaus van de sporters die op weg waren gesneld naar nationale roem.

In 1988 viel er een Engelsman met een uilenbril uit de Canadese lucht toen hij in Calgary van de schans suisde richting het door hem te openen pantheon van de knuffelbare verliezers. Elke sprong plofte 'Groot-Brittannië's heroïsche mislukking van een schansspringer' (aldus de BBC) meer dan twintig meter eerder op de grond dan de nummer voorlaatst, zonder al zijn botten te breken. Michael Edwards zag er ook nog eens uit als een oelewapper en hij noemde zich Eddie the Eagle. Hij werd daardoor de eerste internationale sportkluns.

Op dezelfde Winterspelen raasde een bobslee met Jamaicanen door het ijskanaal naar beneden, op weg naar de bioscoophit 'Cool Runnings', uit 1993. In 2002 proestte de Engelse televisiepresentatrice het uit toen ze de beelden zag van de ietwat gezette Iginia Boccalandro uit Venezuela die op haar sleetje de rampspoed opzocht en het er ternauwernood levend vanaf bracht. In Vancouver daalde Kwame Nkruhmah-Acheampong uit Ghana in 2010 op ski's de berg af. Hij noemde zichzelf Sneeuw Luipaard. Aan magazine Time vertelde Kwame voor aanvang van de Winterspelen te beseffen een noviteit te zijn. "Maar elke keer als ik op een helling sta", zei hij, "gaat het mij erom te bewijzen dat ik echt wel kan skiën".

Straks in Sotsji dingt een 44-jarige skiër die voor Jamaica uitkomt mee naar de prijzen. Michael Williams afficheert zich als 'de Jamaicaanse droomjager' en hij trekt ongetwijfeld bekijks in de bergen nabij de Zwarte Zee. Williams zal ¿ net als Eddie the Eagle, Kwame en Boccalandro ¿ de Winterspelen verluchtigen, door er te zijn.

Ongemakkelijke keuzes
Williams' aanwezigheid in Sotsji (net als die van de nu nog onopgemerkte paradijsvogels) is van groot belang. De 22ste Winterspelen worden gehouden in de door president Poetin bestuurde schijndemocratie van Rusland en de 'Poetin Games' hebben de sportwereld vervolgens in verwarring gebracht. Deze duurste Winterspelen ooit (de schattingen lopen uiteen van 40 tot 50 miljard dollar, ongeveer 2 tot 3 miljard per sport) stellen iedereen voor ongemakkelijk keuzes. Waarom meedoen aan een sportfeest georganiseerd door een land dat zijn best doet om haar geopolitieke macht te tonen? Rusland verwelkomt ¿ op uitnodiging van het Internationaal Olympisch Comité dat het bid van Sotsji in 2007 beloonde met de organisatie ¿ de belangrijkste entertainment-industrie in luxueuze onderkomens en fonkelende stadions. Poetin pronkt op deze manier met de door olieverkoop verkregen rijkdom en toont de wereld zijn kracht.

Waarom zijn de klunzen (of aardiger gezegd: de sporters zonder winstkansen) in Sotsji dan zo belangrijk voor ons, de toeschouwer? We kunnen om ze lachen, we kunnen hun moed bewonderen en soms zal er zelfs sprake zijn van vertedering. Het zijn deze sporters die ons laten inzien dat winnen niet het belangrijkste is. Ze laten zien dat sport leuk is waar ter wereld de evenementen ook georganiseerd worden. Ze tonen tegelijkertijd aan dat de beroepsernst van de winnaars verstikkend kan werken; al die persconferenties, protocollen, de platitudes, die voorgekauwde mediamomen-ten en mixed-zone-gesprekken die ons zogenaamd een zicht op de werkelijkheid geven.

Schoonheid
Waarom is het belangrijk dat we inzien dat het niet alleen om winnen gaat? De deelnemers zonder grote winstkansen brengen straks in Sotsji de schoonheid aan, doordat zij in mindere mate te maken hebben met die gecorrumpeerde sportwereld. De winnaars zijn opgenomen door de mensen en multinationals die aan sport hun geld verdienen. Zie de reclames waarin ze tegen betaling deelnemen. 'Sotsji' is een geldmachine. De meeste echte losers zijn gelukkig niet interessant voor de machtigen van deze wereld. De losers zijn op die manier nog van ons.

Natuurlijk was het vroeger niet allemaal beter; dat is ook een tamelijk geromantiseerd idee, want het sportideaal werd ook wel eens verkracht (denk aan de nazi-Spelen van 1936, de studentenprotesten in Mexico 1968, de Palestijnse terreuracties in München 1972 en de westerse boycot van 1980 in Moskou), maar in al het commerciële en politieke geweld van de Poetin Games zijn het de zwoegende sporters die straks zorgen voor het vertier, de luchtigheid, de lachsalvo's en de verbazing over het getoonde lef, dan wel de tentoongespreide waanzin. Hun prestaties zijn iets om naar uit te kijken.

Zij zullen voor de verrassingen gaan zorgen. Het is die verrassing die de sport kleurt. De grootste opwinding van Vancouver, vier jaar geleden, staat op naam van Sven Kramer. Niet omdat hij de vijf kilometer won, hoe lullig ook voor hem persoonlijk, maar door zijn verkeerde wissel op de tien kilometer.

In het Friese dorp Wolvega vertelt schaatscoach Jac Orie twee maanden voor het begin van de Winterspelen vooral respect te hebben voor de atleten die risico durven nemen. Grinnikend zegt Orie dat als hij schaatsers langzaam rondjes wil zien rijden, hij wel gaat kijken op De Uithof in Den Haag tijdens het publieksuur. "Eddie the Eagle, dat getuigt tenminste van lef", zegt Orie, die Marianne Timmer en Mark Tuitert naar olympisch goud dirigeerde. "Gaat hij zich te barsten laten vallen of niet? Dat is spannend. Het is moedig of knettergek, maar een gemiddeld mens doet zoiets niet en topsport is toch grenzen verleggen. Zulke atleten passen er dus tussen, want ze durven iets wat anderen niet durven. Ze nemen een achterlijk risico en dan zeggen mensen als hij heelhuids is geland: 'Hoe is het mogelijk?' En als hij zijn poten breekt zeggen ze: 'Zo! Die had lef!'"

Klinische beroepssport
Deze sympathieke losers houden ons bovendien een spiegel voor, zodat we zien dat wat wij de norm vinden ook maar een norm is. Door hun atletische prestaties stellen wij ons vragen. Wat is topsport? Wie mogen eraan meedoen? Wat heeft het voor zin? Welk doel is er met hun geklungel gediend? Ze laten in elk geval zien dat de klinische beroepssport niet de enige manier is om sport te beoefenen. De aaibare verliezers prikken zodoende misschien zelf af en toe de mythe van de profsport door. "Dit soort atleten weerspiegelt de diversiteit uit het werkelijke leven", zegt sportliefhebber en filosoof Coen Simon, terwijl hij een uitsmijter eet in een Gronings café. "Eddie the Eagle laat zien hoe geweldig knap het is wat de andere sporters doen", zegt Simon, "en tegelijkertijd breken dit soort atleten met die groep doordat ze het ideaal verplaatsen naar een ander niveau. Bovendien zien we dat hij verschrikkelijk zijn best doet en we zijn blij als hij het er levend van af heeft gebracht, zeker."

Ludiek en artistiek
Volgens Simon zijn we gewend geraakt aan de norm van topsport en raken we het zicht kwijt op het 'ludieke en artistieke'. Simon stelt dat wanneer je telkens naar hetzelfde kijkt ¿ als het monotoon is ¿ je vervolgens denkt dat het echt is. Simon meent dat je als mens nooit moet vergeten dat het leven 'een voorstelling' is en dat het daarom goed is 'diversiteit' te hebben. Je moet die voorstelling van kritiek voorzien, via de beschouwing, om te laten zien dat het 'gemaakt' is. Simon: "Dat zie je niet meer als het monotoon is. Daarom is het goed dat er stoorzenders zijn zoals Eddie the Eagle. Die laten ons zien hoe wij naar sport kijken."

In Eddie the Eagle zien wij dus een deel van onszelf. Kijken we naar de beroepssporters, dan is vrijwel geen enkel deel van hun atletische beroepsbestaan te vergelijken met ons gewone leven. Kijken we naar de stumper (afgezet tegen de topper) dan zien we de dunne lijn die ons scheidt van deelname aan de Spelen. Als we alleen maar wat meer lef in ons donder hadden gehad dan... Als je Eddie zich van de schans ziet storten, weet je dat het voor jou ook haalbaar is ¿ iedereen moet dat toch kunnen? Daarom is de atletische veldvulling voor ons uiteindelijk belangrijker dan de winnaars voor wie we het hardst applaudisseren.

Ze laten zien wat liefde is voor de sport, want dat is de reden dat ze meedoen. Winst is voor anderen, dat wist de gezette rodelaarster uit Venezuela natuurlijk best. Natuurlijk zeggen de krabbelaars tegen de media ter plekke dat ze willen winnen, op termijn, maar elke stumper weet dat het een onmogelijk taak is. Aanwezig zijn in Sotsji op een piste, schans, schaatsbaan of ijskanaal is het resultaat, de prijs. Ondertussen heeft de commercie slechts in een beperkte mate grip op hen. De echte verrassing houdt zich natuurlijk nog even schuil.

Dat is de geruststelling van Sotsji. Denk aan het volgende als u iemand ziet klooien op een ski of schaats: de hedendaagse sportmaatschappij prijst de winnaars, maar ademt door de deelnemers. Mogen de Eddie the Eagles nog lang blijven vliegen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden