De 5 onovertroffen talenten van Frans Hals

Het is bijna 25 jaar geleden dat er een grote expositie met werken van Frans Hals was. Vrijdag opent koningin Beatrix de tentoonstelling die het Frans Hals Museum in Haarlem aan hem wijdt. Zal de schilder dan eindelijk zijn rechtmatige plek aan de absolute top van de Gouden Eeuw innemen?

Vraag welke Nederlandse schilder uit de zeventiende eeuw de beste was en 95 van de honderd mensen noemen Rembrandt of Vermeer. Rembrandt de alleskunner met het psychologische inzicht. Vermeer vanwege de mysterieuze verstilling in zijn huiselijke taferelen.

En waar is Frans Hals? O ja, die schilder van lachers en potsierlijke gekken. Zonder meer een goede schilder. Maar de populariteit van Rembrandt en Vermeer haalt hij bij lange na niet.

Waarom niet? Houden we niet van vrolijke mensen? Of weten we gewoon te weinig van Frans Hals en wordt het hoog tijd voor een grote tentoonstelling, waarin hij wordt gemeten met tijdgenoten? Vrijdag wordt zo'n tentoonstelling geopend in het Frans Hals Museum in Haarlem. Nu alvast vijf dingen waarin Frans Hals (1582-1666) beter was dan zijn tijdgenoten.

1 Virtuoos schilderen
Het is niet meer dan een verzameling strepen: wit, beige, grijs, wat zwart. Vliegensvlug neergezet. Toch is het onmiskenbaar een handschoen. Rembrandt schilderde zo'n handschoen in 1654 in de hand van Jan Six, maar Frans Hals had het in 1646/1648 al eens gedaan in zijn portret van Adriaen van Ostade. (zie afbeelding).

Je zou het het handschrift van Frans Hals kunnen noemen: brede, schetsmatige penseelstreken, snel en vluchtig neergezet. Van dichtbij lijkt zo'n schilderij op een wirwar van halen, maar van veraf komt het onderwerp tot leven. Meer nog dan bij een 'net' schilderij, want juist door niet elk detail precies weer te geven, komt er beweging en levendigheid in de voorstelling.

Dat 'ruwe' schilderen van Hals werd in de zeventiende eeuw enorm bewonderd. Alleen de echte virtuozen, zoals de Italiaan Titiaan, beheersten deze stijl. Rembrandt en Rubens deden het ook. Maar volgens de Vlaamse portretschilder Anthony Van Dyck kon niemand het zo goed als Hals. Hij kende niemand die ''t penceel zoo tot zyn wil had'. Of zoals een andere kunstkenner, James Northcote, een eeuw later zei: "Hals had één voordeel boven anderen; hij bezat een technische vaardigheid die hem in staat stelde ter plekke een portret te maken; hij kon de vogel treffen in zijn vlucht - als het ware - uit het leven gegrepen, wat Titiaan niet lijkt te zijn gelukt."

In de achttiende eeuw was Hals tijdelijk uit, maar voor impressionisten was hij weer een bron van inspiratie. Zij hielden juist van de late regentenportretten van Hals. Geen toegankelijke werken met vrolijke mensen, maar tot op het bot uitgeklede soberheid. Hier schilderde Hals op zijn 'ruwst'. Vegen roze, wit en geel wisselen elkaar af op de vrouwenportretten.

2 Snapshots
Een portret is bij Hals zelden een kalme aangelegenheid. Iemand recht op een stoel zetten en hem dan op driekwart afbeelden, was de schilder meestal niet genoeg. Bij Hals zit iemand met zijn arm op de stoelleuning, hij zit te praten of draait zich net om. De pas getrouwde Isabella Coymans kijkt flirtend achterom naar haar man die een portret verderop verliefd naar haar kijkt. Willem van Heythuysen zit zelfs ongegeneerd op zijn stoel te wippen, de voorste twee poten van de grond. Hij heeft zijn benen over elkaar gelegd en houdt een rijzweepje in de hand. Alsof hij elk moment het gesprek kan beëindigen en op kan staan om naar de stallen te gaan.

Niemand kon dat zo goed als Hals: een vluchtig moment weergeven, waardoor iemand midden in het leven wordt 'gesnapt'. Alsof je als kijker onverwacht een kamer instapt en midden in het bestaan van de geportretteerde belandt. Zelfs degenen die toch gewoon op een stoel zitten - niet iedereen liet zich tot een informele pose verleiden ¿ hebben net de mond iets geopend of lijken net hun hoofd om te draaien. Fotografie avant la lettre. Met zijn nieuw bedachte poses verlevendigde en verjongde Hals de portrettraditie. Navolgers maakten er gretig gebruik van. Voor zover ze het konden. Zo pikte Rembrandt voor de Staalmeesters de man die net opstaat. Hals schilderde twintig jaar eerder een groep mannen rond de tafel waarvan ook de tweede van links opstaat. (Regenten van het St. Elisabeths Gasthuis).

3 Lachen
De schaterlach van een straatjongetje, de dronken lach van malle Babbe, de ingehouden lach, de geamuseerde lach, de zelfverzekerde lach. Frans Hals schudde ze uit zijn mouw. En dat in een tijd waarin het niet gepast was voor nette mensen om je lachend te laten afbeelden. Zeker niet met blote tanden.

Er waren meer schilders die de lach afbeeldden. Maar niemand - ook Rembrandt niet ¿ kon het op zo'n vanzelfsprekende en luchtige manier als Hals. Hals schilderde niet de lach, maar een persoon die eventjes lacht. Een tijdelijke, soms zelfs heel vluchtige emotie: een korte blik achterom, een binnenpretje, altijd een reactie op iets buiten het schilderij. Daarom zijn zelfs de typetjes die hij van de straat plukte - Pekelharing, Verdonck, Malle Babbe, de Vrolijke Drinker ¿ geen karikaturen, maar echte mensen van wie je kunt houden.

En ook als mensen zich niet lachend wilden laten afbeelden, kreeg Hals ze zover. Als de mond schuilgaat achter een snor, zie je toch de ogen sprankelen. En de stijve Cornelia Vooght, die zich ouderwets formeel liet schilderen, blikt uitgesproken opgewekt de wereld in door de mondhoek die omhoog krult en de lichtjes in haar ogen. Was het Hals zelf die haar tegen haar wil aan het lachen maakte tijdens het poseren?

4 Schuttersportretten
Twaalf mannen, die duidelijk herkenbaar geportretteerd moeten worden. Hoe maak je daar een zinvol geheel van? Aan het begin van de zeventiende eeuw waren groepsportretten over het algemeen tamelijk fantasieloze rijen koppen. Cornelis van Haarlem maakte als eerste van zijn schuttersstuk een eenheid.

Maar Frans Hals bracht er begin zeventiende eeuw pas leven en structuur in. Hij zette de schutters etend en drinkend aan tafel; hij schilderde altijd ergens een vaandel dat als diagonaal richting gaf aan de groep; en de kleurige sjerpen zorgden voor eenheid in de compositie. Hals liet groepjes mannen onderling praten, liet anderen 'de camera' in kijken en ondertussen werd er met messen gezwaaid en werden glazen wijn in de lucht gestoken. Die levendigheid maakt de schilderijen voor ons nog steeds interessant. Voor de geportretteerden was even belangrijk dat zij goed afgebeeld waren, dat hun luxueuze kleding goed te zien was en dat de hiërarchie en rituelen van de schutterij herkenbaar waren.

In de Nachtwacht ging Rembrandt nog veel vrijer dan Hals met het genre om door de compagnie van Frans Banninq Cocq op straat af te beelden. Gevolg was wel dat de meeste mannen niet herkenbaar op het schilderij staan. Maar het kan niet anders of Hals moet genoten hebben van Rembrandts inventie.

5 Levenslust
Als je een boek met portretten van Hals doorbladert, merk je na een tijdje dat je de hele tijd zit te glimlachen om al die vrolijke levenslust. Je bent geneigd te denken dat Hals het goede in ieder geportretteerd mens naarboven wilde halen. Want weliswaar zitten er heel wat arrogante, ijdele types tussen - ook die karaktertrekken schilderde Hals feilloos ¿ maar de meeste van zijn portretten zijn bijzonder sympathiek. Je glimlacht vergoelijkend om de rode wangen van de drinkende schutters. Je beantwoordt de pretoogjes van Cornelia Vooght. Je lacht stiekem om de gezwollen eigendunk van een Haarlemse heer. Je moet gewoon van die mensen houden, die eruit zien alsof ze je buurman konden zijn. Zelfs de chicst uitgedoste types zijn bij Hals bovenal mensen van vlees en bloed.

In al die portretten zie je lichtjes in de ogen. Er schemert een vrolijkheid door - zelfs bij de allersaaiste dominee of burgemeester - waar je ook als kijker gelukkig van wordt. Frans Hals herinnert ons aan het goede en mooie in het leven.

De tentoonstelling 'Frans Hals. Oog in oog met Rembrandt, Rubens en Titiaan' is van zaterdag t/m 28 juli te zien in het Frans Hals Museum te Haarlem. www.franshalsmuseum.nl

Chronisch geldgebrek
Frans Hals werd in 1582 of 1583 in Antwerpen geboren. Na de verovering van Antwerpen door de Spanjaarden verhuisde de familie naar Haarlem, waar Hals zijn hele leven zou wonen. Tweemaal trouwde hij, zijn vele kinderen zorgden voor een chronisch geldgebrek. In de achttiende eeuw ontstond het idee dat Hals vaak in de kroeg zat. Hij zou ook vastgezet zijn vanwege het slaan van zijn vrouw. Dat bleek later een naamgenoot te zijn. Hals was juist erg gewaardeerd door zijn stadsgenoten en hij kreeg veel prestigieuze opdrachten. Hij werd op 84-jarige leeftijd op kosten van de stad in de Sint Bavo begraven.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden