De 21ste eeuw verwacht alles van ons

Kan de menselijkheid de 21ste eeuw overleven? We kunnen de toekomst niet voorspellen, maar we kunnen ons er wel op voorbereiden.

Aan het begin van de 21ste eeuw wachten ons vier ongekende uitdagingen:

- De eerste is vrede. De Koude Oorlog is voorbij maar de huidige vrede blijft 'heet'. Sinds de val van de Muur hebben op de aardbol zo'n dertig oorlogen gewoed. De illusie van onafgebroken vrede is verdwenen.

- De tweede uitdaging is bestrijding van armoede. Vandaag leeft meer dan de helft van de mensheid van minder dan twee dollar per dag. Wie de rijkste twintig procent van de wereld vergelijkt met de armste twintig procent, ziet dat de rijken steeds meer kregen.

- Voortzetting van ontwikkeling vormt de derde uitdaging. Om de hele wereldbevolking op het niveau van de Noord-Amerikaanse consumptiemaatschappij te brengen, zijn er drie planeten aarde nodig. Brengen onze ontwikkelingsmodellen de ontwikkeling van toekomstige generaties niet in gevaar?

- De vierde uitdaging betreft het voorkomen van het 'schip op drift'-syndroom. Als gevolg van globalisering stoppen de meeste problemen niet bij grensposten en vragen zij om internationale oplossingen. Hebben we daar een lange-termijnplanning voor? Veel landen zijn hun stuurmanskunst kwijt. Is de geschiedenis in handen gekomen van 'anonieme meesters'?

Einstein heeft gezegd: ,,Tijdens een crisis is alleen verbeeldingskracht van meer waarde dan kennis''. Als we globalisatie een menselijk gezicht willen geven en een echte betekenis, moeten we een samenleving herbouwen die voor iedereen is. Vier afspraken moeten de basis vormen van die nieuwe internationale democratie.

Ten eerste moeten we een nieuw sociaal contract afsluiten. Daarbij moet het herbouwen voorrang krijgen van een maatschappij waarin men samen deelt. Dat doen we door armoede uit te roeien, zoals afgesproken tijdens de Conferentie van Kopenhagen over sociale ontwikkeling. We moeten de huidige industriële revolutie versterken en de welvaart die het gevolg is van nieuwe technologieën delen.

Het tweede contract is met de natuur: een alliantie van wetenschap, ontwikkeling, natuurbescherming. We moeten met de aarde afspraken maken over gezamenlijke ontwikkeling, waardoor we voorraden mogen gebruiken als zonne-energie, of gebruik kunnen maken van biotechnologie voor meer voedselproductie, mits we voorzichtig zijn met het milieu.

Het derde contract is cultureel. Regeringen en samenlevingen moeten prioriteit geven aan een levenslange educatie voor iedereen. Educatie moet weer een project van burgers worden. De technologische revolutie voorziet ons van een belangrijk instrument voor onderwijs, als we erin slagen technologie daar te brengen waar telefoon nog luxe is, en te gebruiken om een echte kennismaatschappij te creëren. Bereikt virtuele educatie in 2020 de buitengeslotenen en de 'onaanraakbaren' voor kennis? Zijn we wijs genoeg een cultureel contract te sluiten dat respect en diversiteit aanmoedigt, in plaats van de bevordering van gelijkvormigheid?

Het vierde contract is ethisch. Hoe kunnen we de groei aanmoedigen van een cultuur van vrede en van een slimme ontwikkeling die, in plaats van mensen te verpletteren, synoniem is met een groei gebaseerd op netwerken van kennis en competentie? Kunnen we democratie een steviger greep geven op tijd en ruimte? We denken dat het kan, als we burgerschap kunnen baseren op toekomstplanning en participatie in besluitvorming; als we een democratie uitvinden die, net als de markt, geen grenzen heeft in ruimte of tijd. Dit nieuwe ethische contract kan niet worden bereikt zonder samen te delen, bijvoorbeeld door afspraken te maken om schulden kwijt te schelden.

De problemen van de 21ste eeuw kunnen opgelost worden, op voorwaarde dat de politieke wil ervoor is. Zullen de kosten daarvan te hoog zijn? We denken van niet. Door de productiviteit van de publieke diensten te vergroten kunnen aanzienlijke besparingen worden bereikt; ook door een aantal niet-effectieve subsidies op te heffen; en door bestrijding van corruptie. Tegelijkertijd schat de VN dat jaarlijks maar 40 miljard dollar nodig is om de toegang tot basiseducatie, voeding, drinkwater en gezondheidszorg - ook gyneacologische zorg voor vrouwen - overal ter wereld te vergroten en op peil te houden.

Enerzijds wordt 40 miljard dollar aan behoeftige landen onthouden, terwijl anderzijds jaarlijks 700 à 800 miljard dollar aan defensie wordt uitgegeven. Meten we met twee maten? Is de prijs van vrede, ontwikkeling en democratie te hoog? Verwacht niets van de 21ste eeuw; het is de 21ste eeuw die alles verwacht van ons.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden