David Fray is dichter aan het klavier

David Fray in Concertgebouw Amsterdam op 28/11; herhaling morgen in Musis Sacrum, Arnhem.

Christo Lelie

Jonge pianisten die een belangrijk debuut maken doen dat meestal in een veelzijdig samengesteld, virtuoos programma om zoveel mogelijk kwaliteiten te kunnen tonen.

Zo niet de 29-jarige Franse pianist David Fray. In zijn debuutrecital in de grote zaal van het Concertgebouw liet hij zich in een sober, klassiek repertoire horen. Daarin belichtte Fray bijna uitsluitend de poëtische en intieme kant van de werken. Niet voor niets koos hij als tweede en laatste toegift ’Der Dichter spricht’ uit Schumanns ’Kinderszenen’, want dat had het publiek de hele avond mogen beleven: een dichter aan het klavier.

Deze op verinnerlijking en klankschoonheid gerichte manier van musiceren is opmerkelijk voor een jongeman en past eerder bij een oudere, bezadigde kunstenaar, zoals Radu Lupu. Uiterlijk heeft de tengere, jongensachtige Fray niets van Lupu weg, maar deze Roemeense pianist is duidelijk wel zijn grote voorbeeld.

Fray zit, net als Lupu, naar achteren hangend, op een gewone stoel met rugleuning, wat nogal passief oogt. En net als Lupu speelt hij uiterst zacht, maar binnen die dynamiek wél uitzonderlijk genuanceerd en uitdrukkingsvol.

In het Preludium en fuga in b van J.S. Bach, draaide hij de volumeknop in de herhalingen bijna dicht, zodat de luisteraar de oren op steeltjes moest zetten om de pianoklank nog te horen. Maar door de intensiteit van Frays musiceren, die gepaard ging met een ongekunstelde esthetiek, wist de pianist de luisteraar te betoveren, voornamelijk in de langzame delen van Mozarts Sonate in D, K 311 en van de Sonate in D, opus 28 (’Pastorale’) van Beethoven.

Was dit nu het ideale recitaldebuut van een ongekend klavierdichter?

Ja en nee. Het was een genot te horen hoe een jong mens al zo puur en verinnerlijkt musiceert. Daar tegenover staan nadelen. De snelle delen van Mozarts Sonate in d klonken niet pittig genoeg en qua frasering, articulaties en versieringen leek het of de moderne inzichten in de klassieke uitvoeringspraktijk aan Fray nagenoeg zijn voorbijgegaan.

Het eerste deel van Beethovens ’Pastorale’ verliep te traag en stroperig en vaak was Frays rechterhand te weinig geprofileerd. Mozarts Fantasie in c werkte Fray ongekend gedetailleerd uit als het om de lyriek ging, maar de duistere, dramatische aspecten van dit werk bleven vrijwel onbelicht.

In Beethovens ’Waldstein’-sonate liet hij voor het eerst het instrument stralen en bulderen en toonde Fray dat zijn emotionele palet breder is. Hier was zijn musiceren werkelijk compleet. Een pianist om te blijven volgen!

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden