David en Goliath in één huis in het vernieuwde Eindhovense theater.

De Eindhovense Stadsschouwburg, gelegen aan de rand van het centrum in een parkachtige wijk, dateert van 1964. Hij voldeed niet meer aan de eisen van de tijd en dinsdag werd een geheel vernieuwd theater geopend, dat de nieuwe naam ’Parktheater’ kreeg. Directeur Fons Bruins en zijn indrukwekkend grote staf zijn apetrots.

Ze hebben daar ook wel een beetje reden toe. Naast het oude gebouw is een volledig nieuw theater gebouwd dat het meest uitgekiende toneelgebouw is dat je kunt bedenken. Op zijn eenvoudigst uitgedrukt is dit theater een grote doos van 40 bij 20 meter, met een hoogte van 20 meter.

In deze gigantische ruimte zijn alle denkbare opstellingen mogelijk: het vlakke vloertheater met een uit de wand verrijdbare toeschouwerstribune met 500 zitplaatsen, maar ook een lijsttoneel kan binnen de kortste keren worden opgebouwd.

Een bijzonder kroonjuweel van de nieuwe zaal is een gigantisch raam van 10 bij 6 meter dat uitzicht biedt op de bomen van het park en waardoor voorstellingen binnen en buiten kunnen spelen: toeschouwers binnen en acteurs buiten, en omgekeerd.

Voor de openingsweek, die duurt tot en met zondag, bedachten Kees Janssen en Jurrian van Dongen een speciale voorstelling: ’Dreaming in the Park with Alice’, waarin de Alice uit Lewis Carroll’s sprookje van buiten naar binnen komt en de wonderen van het theater aanschouwt. De mogelijkheden van de nieuwe theaterzaal worden gedemonstreerd in een volstrekt pretentieloze voorstelling met prachtige acrobatenacts en wervelende musicaloptredens.

De oude stadsschouwburg is daarnaast ingrijpend gerenoveerd. Het meest opvallend daarin is hoe een nieuwe tijdgeest nietsontziend de oude spullen opruimt. We gaan, houdt directeur Bruins zijn genodigden voor, een nieuwe tijd tegemoet waarin de welgestelde ouderen op hun wenken worden benieuwd. Om acht uur het theater binnenschuifelen, je jas afgeven, een voorstelling bijwonen en dan, hup, naar huis – dat hoort definitief tot het verleden.

Nu ga je eerst gezellig eten in het uiterst verzorgde theaterrestaurant, en na afloop word je als welkome gast ontvangen in een van de vele cosy bars die het theater rijk is. Je mag weg als het je tijd is, en dat mag best een uur of een, twee in de nacht zijn. Dat kost natuurlijk wel een centje extra, maar onderzoek heeft aangetoond dat de omgeturnde consument daar best bereid toe is, mits de verzorging 100 procent is. Een flitsgedachte, monkelend uitgesproken, ’van de wieg tot het graf’, kan natuurlijk niet uitblijven.

De grote zaal van de oude schouwburg lijkt nog sprekend op wat die was, maar dat is schijn. De zaal is ingrijpend gerenoveerd, van rode pluchen stoelen en nostalgische jarenzestigvloerbedekking tot de zichtlijnen en de technische installatie. De kleine zaal, de zogenoemde ’Globezaal’, is getransformeerd tot een genoegelijk debating-café: een podiumpje, gezellige zitjes rondom en enorme schermen voor projectie van film en video. Zij is de ’Cameleon’ gedoopt, en vormt dus nu de derde zaal in het complex, hoewel deze niet zo mag heten.

Omwonenden hadden namelijk ontdekt dat volgens het bestemmingsplan van het Parktheater maar twee zalen tegelijk mochten worden gebruikt in verband met het aantal parkeerplaatsen. Een flinke heisa in de gemeenteraad was een week geleden het gevolg, maar sierlijk en oer-Brabants heeft de directeur alle problemen opgelost.

Nog iets wat, althans mij als Hollander van boven de rivieren, authentiek Brabants leek: de vernieuwing van het theater heeft 30 miljoen euro gekost. Daarvan kwam 24,5 van de gemeente – de rest moest het theater zelf bijeensprokkelen.

Hier doemt Goliath op: twee reuzen in de gemeentelijke economie zijn gebombardeerd tot founders: de één uiteraard de ’Royal Philips Electronics’, de ander de Nutsbedrijven Regio Eindhoven ofwel NRE. Vandaar dat het Parktheater nu een ’Philipszaal’ heeft (de nieuwe zaal) en de ’NRE-zaal’ (de vernieuwde grote zaal). Vertegenwoordigers van beide bedrijven stonden bij de opening met directeur Bruins, de burgemeester, en met de directeur van Joop van den Ende Theaterproducties op het bordes. Als een lief klein vogeltje sloot choreograaf Hans van Manen de rij. Heel aandoenlijk.

De vaste bespeler van dit theater met zijn bijdetijdse commerciële aanpak is het Zuidelijk Toneel, dat anderhalf jaar geleden na het vertrek van Johan Simons naar Gent helemaal opnieuw is begonnen met één acteur (Bert Luppes) en artistiek leider Matthijs Rümke. Het is treurig dat hun productie ’Breekbaar’ eerder dit jaar dermate slecht ontvangen werd, dat deze is teruggetrokken.

Op zoek naar nieuw repertoire zijn de artistiek coördinator van het gezelschap, Steven Peters, en schrijver Eric de Vroedt (van onder andere ’Mighty Society’) in november op reis gegaan.

Zij zochten de andere kant op van ons gladde consumentenbestaan: de verpauperde buitenwijken van Londen, de commercialisering van de wereld in haar meest absurde verschijningsvorm, het Chinese Shanghai, waar dictatuur en economische zelfontplooiing op een verbijsterende manier samengaan, en ten slotte de uitzichtloosheid van het Palestijns-Israëlische conflict in Tel Aviv, Jeruzalem en Ramallah.

In vijf avonden tijdens deze openingsweek van het Parktheater kan men in de ’Cameleon’ discussies bijwonen, interviews, en aanzetten voor nieuw repertoire van een keur van schrijvers. Deze werden uitgenodigd om een schets te maken voor een nieuw toneelstuk op basis van een woord, een zin of een gedachte uit het dagboek dat Peters en De Vroedt van hun reis hebben bijgehouden.

Die aanzetten worden deze avonden charmant over het voetlicht gebracht door drie studenten van de Maastrichtse Toneelacademie: Lore Dijkman, Jeroen Gunning en Bram de Win.

De bijeenkomsten, die gehouden worden onder de noemer ’Londen, Shanghai, Jeruzalem’, zijn een hartverwarmend initiatief van het gezelschap om weer aansluiting te zoeken bij het engagement van de jaren zestig en zeventig, zonder dat te willen kopiëren. De vraag ’Waarom maak ik eigenlijk toneel?’ is natuurlijk van alle tijden, maar wordt niet altijd even welwillend bekeken.

Het is ook een aardige knipoog van de geschiedenis dat het vernieuwde Zuidelijk Toneel die vraag stelt, omdat een van de founding fathers van dit gezelschap, Gerardjan Rijnders, die vraag in zijn carrière nooit uit de weg is gegaan. Het stemt dus tot grote tevredenheid dat Rümke en de zijnen die kiezelsteentjes weer met verve uit hun katapult schieten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden