Dat wil ik ook, zo'n strak huis

Wat zeggen de elektriciteitsdraadjes die al jaren uit het plafond steken? Waarom heeft ze daar nooit iets aan gedaan, vraagt Andrea Bosman zich af. Het huis als spiegel van de ziel.

Vlak na de vakantie breng ik mijn dochter naar een vriendinnetje in de buurt. We wonen in een jaren dertig wijk, u weet wel: die best comfortabele maar toch een beetje uniforme schoenendozen, de een wat verder uitgebouwd of ontdaan van authentieke details dan de ander. Goed met elkaar vergelijkbaar in ieder geval. Als je een willekeurig huis binnenstapt kun je denken: dit is mijn huis, maar dan met de gang aan de andere kant.

Zodra ik bij het vriendinnetje de woonkamer binnenkom, ontglipt mij een verbaasd en bewonderend 'oh!'. Wat is hier gebeurd? Een grote verbouwing? Nee. Maar wat dan? In deze voorheen gezellig gevulde kamer en suite is op zijn minst een binnenhuisarchitect aan het werk geweest. Er heerst rust, orde, eenheid, balans of hoe dat ook mag heten.

Eigenlijk, bekent de moeder van het vriendinnetje, is er niet zoveel gebeurd. Er zijn vooral veel spullen uit de woonkamer verdwenen. Behalve een strakke bank, een eettafel met stoelen, een boekenrekje en een ladenkast - een gezin met kinderen heeft toch een paar spullen nodig - staat er niets meer. Ook de wanden zijn leeg, op een flatscreen tv na. Het recept lijkt bedrieglijk eenvoudig: alle zooi eruit, houtwerk en muren goed laten schilderen in neutrale tinten, even diepte-investeren in perfect passende, ongetwijfeld peperdure Japanse rolgordijnen van Luxaflex, en je huis kan zo in VT Wonen.

Op de fiets terug heb ik in gedachten al een afvalcontainer besteld om hetzelfde recept op mijn eigen huis toe te passen, en ik vind het heel raar als de man met wie ik het huis deel niet meteen begrijpt dat het enige dat we nodig hebben voor een rustgevende, strakke woonkamer zo'n laadbak en dure rolgordijnen zijn. Kennelijk ga ik een paar stappen te snel. En dan: hij is een man met smaak, maar hij vindt helemaal niet dat er iets fundamenteel mis is met ons huis. In ieder geval heeft hij er geen last van.

Nu is er ook echt niet heel veel mis met ons huis. Ik voel me er doorgaans prettig, de kinderen en het bezoek noemen het 'gezellig', we kunnen allemaal tegelijk op de bank en aan tafel zitten en aan de muren hangen dingen die we prettig vinden om naar te kijken. Maar af en toe steekt het verlangen de kop op naar een echt doordachte woonkamer, een ruimte waar alles een reden heeft in plaats van dat het er ook maar toevallig zo staat. Dan begint ineens van alles te gelijk te irriteren.

Naast de eeuwige strijd tegen kranten, papieren en andere ondefinieerbare troep zijn dat vooral de gevallen waar we nog altijd eens 'iets aan zouden doen': aan die in een ver verleden zelf in elkaar getimmerde eettafel - waar onze aannemer na de verhuizing een hoek uit zaagde om hem precies daar tegen de muur te kunnen zetten waar net die ene steunpilaar zit. Als het gezelschap te groot is en de tafel midden in de kamer staat, leggen we een schaakbord op het gat en plakken dat vast met duct tape. Met een tafelkleed erover gaat het de ene keer best, en de andere keer zakt de moed me in de schoenen bij weer die knip en plak-oplossing.

En wanneer doen we nu eindelijk die steeds meer uit hun verband hangende, lelijke Kewloxkasten terug naar zolder, waar ze een functioneel, bescheiden bestaan behoren te leiden? Na een verbouwing zijn ze 'tijdelijk' in de woonkamer gezet, nadat we afscheid namen van een veel te reusachtige antieke houten kast: die spullen moesten ergens naar toe. Maar ja, dan moeten we eerst die beruchte knoop doorhakken over een nieuwe kast, want waar zetten we de spullen uit die Kewloxkasten anders in? Of mieteren we ook die allemaal in de container?

Maar het ergste zijn elektriciteitsdraadjes. De draadjes die uit het plafond steken. Al jaren. Vaak vergeet ik ze, maar met enige regelmaat worden ze ineens groter en langer en priemen ze als akelige tentakels beschuldigend mijn kant uit.

Hoe is het mogelijk dat we daar al die jaren niets aan hebben gedaan? Wat zegt dat over ons, over mij, over onze zorg voor de dingen? Dat we niet één keer een halve dag de tijd hebben genomen om alles mooi af te werken, om drie aardige spots of wat ook maar te vinden, of desnoods dan maar een simpel afdekplaatje om die rottige uitsteeksels te verhullen.

Het zegt uiteraard niet veel goeds want: 'je huis is de spiegel van je ziel', zo luidt een tegelwijsheid die je bij elke zelfbenoemde opruimgoeroe wel een keer tegenkomt, in al die talloze boekjes en blogs. 'Wanneer je zelf opgeruimd en netjes bent van binnen, ziet je huis er ook zo uit'. Ik weet, die draadjes staan symbool voor het Grote Falen, van ons als verantwoordelijke hoeders van huis en haard, en in het verlengde daarvan als opvoeders. Vanwege die draadjes zullen we voor onze kinderen later nog heel dure therapieën moeten betalen.

Gelukkig zijn de draadjes een paar keer per jaar heel handig om verjaardagsslingers aan op te hangen. Natuurlijk, we hebben vaker in een lampenwinkel gestaan ten einde de draadjescrisis op te lossen, maar op de een of andere manier kwamen we er nooit uit. Wat voor spots dan? Niet te groot, niet te klein, zilver of wit, toch maar halogenen en hoe duur mogen ze zijn? Moeten het wel spots zijn? Met een dimmer of zonder? Kunnen we die zelf monteren? Ja natuurlijk! Nee joh, echt niet! We moeten de aannemer nog eens vragen. Ja, maar dan kunnen we nu wéér niks kopen. Nee, dan kopen we nu weer niks. En gaan we onverrichter zaken naar huis.

Die container is er (nog) niet gekomen. Die Japanse rolgordijnen ook niet. De draadjes steken nog uit het plafond. Wel heb ik onlangs flink huisgehouden in overvolle kleding-, badkamer- en keukenkasten, in oud papier, in bakjes met pennen en 3D-brillen van de bios en sleutelhangers en oude batterijen en schuifspeldjes en Gall&Gall-kaarten en een fietsbel waarvan een schroefje ontbreekt. De bruin geworden kamerpalm is eindelijk weg.

Maar na twee weken weggooien en reorganiseren is het hoog tijd er mee te stoppen. Hoe netter alles wordt, hoe groter de ergernis over de dingen - en vooral de mensen - die de balans verstoren. Is de kledingkast net opgeruimd, halen zij er weer spullen uit. En komen er nu weer papieren mee van school? De tafel was net leeg! Ik denk aan een van mijn lievelingsverhalen, 'Dr. Murkes gesammeltes Schweigen' van Heinrich Böll, over een jonge radioredacteur die in het intimiderend vormgegeven omroepgebouw waar hij werkt uit pure opstandigheid een kitscherig bidprentje van zijn moeder kreeg achter het kozijn van een liftdeur klemt. 'Ich betete für dich in Sankt Jacobi'.

En ik denk aan 'Driftig Baasje' van Remco Campert, die zijn kinderen een draai om de oren geeft omdat ze zo slordig voor de televisie hangen. Zover moet het natuurlijk niet komen. Een huis is om in te leven, desnoods met draadjes.

Reageren

Kunt u prima tegen rommel of is uw huis uw visitekaartje? Reageer, in maximaal 150 woorden, op tijdpost@trouw.nl

Tweedehands

Marcia Blankendaal: "In ons huis is bijna alles tweedehands. Al zo lang ik op mezelf woon, struin ik rommelmarkten en kringloopwinkels af. Het hele interieur is op die manier bij elkaar verzameld. Het is een hobby van me, bovendien is het een duurzame manier van leven. Zelfs de Playmobil en de Lego van de kinderen zijn tweedehands. Alleen de elektrische apparaten, zoals de oven en het fornuis, hebben we nieuw gekocht.

Ons huis is niet groot, 57 vierkante meter. We proberen het goed opgeruimd te houden. Als het rommelig is, wordt het onrustig in huis - dat moeten we voorkomen. De kinderen hebben ieder een kamertje, dat doorloopt in de woonkamer. Ik kan hun speelgoed dus makkelijk terugzetten in hun eigen kamer. We willen nu hoogslapers bouwen, zodat ze meer ruimte hebben om te spelen.

Spullen die niet in ons huis passen, bewaar ik in een opslag. Ik gooi niet snel iets weg. Omdat het huis niet groot is, kan ik niet zo veel aan de indeling van de grote meubels veranderen. Ik verander wel graag kleine dingen om naar te kijken. Ik probeer het ook voor de kinderen leuk te maken, er moeten niet alleen volwassen spullen in ons huis staan."

Visitekaartje

Anna Schneider: "Bij alles wat we aanschaffen, vragen we ons af: is dit mooier dan leegte? Hoe strakker ons interieur, hoe beter wij ons voelen. Een chaotisch huis beïnvloedt je welzijn. Een mens heeft ruimte nodig om goed te kunnen denken.

Mijn man en ik zijn beiden architect. Ons huis is een project waaraan we voortdurend bouwen. Hoe strak het er ook uit ziet, ook wij hebben losse eindjes. Hier en daar mist een deur, en we hebben nog te weinig kasten. Voor een architect zijn die onvolledigheden dubbel zo erg. Ons huis is ons visitekaartje.

Natuurlijk is het niet altijd zo netjes. We hebben twee kleine kinderen: als ze tien dingen uit een kast pakken, is het alweer chaotisch. We zijn voortdurend aan het opruimen.

Vroeger selecteerden we het speelgoed op kleur. De kinderen hadden dus veel esthetisch, zwart speelgoed - dat kan natuurlijk niet. Daar zijn we vanaf gestapt, maar we proberen wel voor ieder ding dat erin komt, iets anders weg te doen. In een kringloopwinkel kopen we bijvoorbeeld zo'n grote lelijke plastic piratenboot. Die hebben we dan een half jaar, maar dan is het wel klaar. Gaat-ie weer het huis uit."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden