'Dat we Nederlands zijn, werkt niet in ons voordeel'

Een asfaltweg slingert zich door het Epese boerenland, langs koeien, schapen en paarden, om abrupt te eindigen bij de kolossale hallen van autobandenmachinefabriek VMI. Op elke buitenmuur hangt een bord 'verboden te fotograferen', want bij VMI houden ze niet zo van pottenkijkers.

“We zijn in Nederland vrijwel onbekend en dat willen we zo houden”, zal algemeen directeur J. Spanjer later uitleggen. Dat heeft twee oorzaken. Ten eerste zou VMI graag willen uitbreiden en dat zal onherroepelijk ten koste gaan van het omringende boerenland. Voor je het weet staan de actievoerders bij je op de stoep.

En ten tweede is Nederland voor VMI niet bijster interessant; het bedrijf leunt voor negentig procent op de buitenlandse export. “Het is eigenlijk toeval dat we hier nog in Epe zitten”, zegt Spanjer. “Voor hetzelfde geld zaten we ergens anders in Europa.”

“Omdat we wereldwijd werken, doet het er niet zoveel toe wat onze thuisbasis is. Dat we Nederlands zijn, werkt ook niet in ons voordeel. Dat merken we op de Amerikaanse markt. Daar zeggen ze: 'VMI is Hollands? Wat moet ik met Hollands?' We hebben nu een fabriek in Amerika die voor de volle honderd procent ons eigendom is. Daardoor kunnen we nu zeggen: 'VMI, dat is Amerikaans, meneer'.”

Oude gebouwen en idyllische waterraderen herinneren eraan dat hier in Epe ooit een kopermolen stond. Waar Spanjer nu zijn kamer heeft, was ooit een kaasfabriek. VMI-oprichter De Lange kocht het boeltje na de oorlog op, zette alles om in een fabriek voor machines van autobanden en deed het florerende bedrijf in 1984 over aan Twentsche Kabel.

Grote producenten

VMI levert nu over de hele wereld machines die banden produceren voor personenauto's en vrachtwagens. De afnemers zijn grote producenten als Goodyear, Vredestein, Dunlop en Michelin. De machine van VMI levert - zeg maar - een standaardband, waar elke afzonderlijke fabrikant vervolgens een toplaag op zet, een profiel in aanbrengt en zo dus een volkomen eigen product van maakt.

Spanjer: “De radiaalband is ontwikkeld door Michelin. In de Verenigde Staten bleven ze nog lange tijd op hun 'oude' banden doorrijden. Toen VMI daar de machine introduceerde die in één constructie de hele radiale band bouwt, kregen we meteen vaste voet aan de grond. Van die machines hebben we er nu tegen de vierhonderd in de hele wereld staan.”

“De autobandenfabrikanten bouwen zelf ook hun machines, maar ze gaan er steeds meer toe over om onze machines aan te schaffen. Dat betekent dat wij kunnen meegroeien met die fabrikanten. Goodyear, bijvoorbeeld, heeft vijftig fabrieken in de hele wereld en streeft ernaar, overal ter wereld een Goodyearband af te zetten. Goodyear wil dus overal dezelfde VMI-apparatuur hebben.”

VMI heeft twee grote concurrenten: het Duitse Krupp en het Japanse Mitsubishi. Met z'n drieën hebben ze de markt broederlijk verdeeld. VMI verkoopt nu gemiddeld tussen de twintig en dertig machines per jaar.

In Epe worden ze eerst opgebouwd; kolossen die gauw vijftig vierkante meter in beslag nemen en tussen de vier en vijf miljoen gulden kosten. VMI laat het personeel dat ermee gaat werken naar Epe overkomen voor een training en stuurt vervolgens met het bouwpakket ook eigen mensen mee die in de beginfase een oogje in het zeil houden.

Een joint-venture met een Chinees bedrijf kwam begin vorig jaar net even op het verkeerde moment. Toen de fabriek in Yantai klaar was om te gaan draaien, sloeg de Aziatische recessie toe.

Spanjer: “We hebben het geluk dat we er nog niet zoveel geld in hebben zitten. Uitbreidingsplannen en nieuwbouw hebben we tijdig kunnen uitstellen en de productie hebben we op een laag pitje gezet.” Daar ligt de kracht van VMI, zegt Spanjer.

Zwaartepunt

“Omdat we ook fabrieken in Amerika en Nederland hebben, kunnen we het zwaartepunt ergens anders leggen. De verliezen in Azië vallen weg tegen de extra inkomsten uit de VS. Bovendien kunnen we nu in China rustig afwachten tot het weer wat beter gaat. In China betaal je een werknemer zo'n 200 gulden aan loonkosten per maand. Nog altijd een interessant land om te zitten.”

VMI doet mondjesmaat een uitstapje buiten de branche. Met de aanschaf van een Duits bedrijf dat in testapparatuur doet bijvoorbeeld en met de overname van een licensie voor rubberspuitmachines. Autodemontage, afvalverwerking, VMI heeft er al eens in gezeten. Maar de hoofdactiviteit blijft het produceren van machines voor autobanden.

Snelheid is daarin het toverwoord; in steeds kortere tijd moeten de banden van de machine rollen. VMI is bijna toe aan de productie van een machine die elke 35 seconden een band voor een personenauto aflevert. VMI verwacht er de komende tien jaar tweehonderd van te gaan verkopen.

Het geheime wapen van VMI, in de woorden van Spanjer, staat op dit moment aan die nieuwe snelle machines te sleutelen: de leerlingmonteur. Spanjer: “Wij verkeren in de gelukkige omstandigheid dat we steeds goed personeel kunnen vinden vanwege onze eigen beroepsopleiding van twee jaar waarin jonge mensen tot vakman worden opgeleid. De opleiding levert elk jaar vijftien mensen af, die allemaal een baan krijgen.”

Het is een mooie bedrijfstak, mijmert hij. Ooit zat Spanjer in de scheepvaart en wist hij niet meer van een autoband dan die-ie zwart en rond was. En nu, bekent hij, gaan zijn ogen bij het zien van een auto toch eerst richting banden. “Aan de band zelf kun je niet meer zien of hij van een van onze machines komt. Maar aan het merk kan ik het zien: ha, die komt van een VMI.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden