Dat was Parijs niet, dít is Parijs

Ze gaan samen naar het voetbal. Frankrijk-Duitsland, een vriendschappelijke interland. De perfecte wedstrijd voor een vader om zijn zoon mee naartoe te nemen. De jongen verheugt zich al dagen. Met twinkelende ogen huppelt hij naast zijn vader door de Parijse avond.

Ze schuifelen door de catacomben naar hun zitplaats, waar de grootsheid van het Stade de France zich voor hen ontvouwt. Het veld baadt in het licht, het zingen van supporters vult hun oren. De mond van de jongen valt open. Tachtigduizend mensen hè pap, zegt hij. Zoveel passen hier in. Hij krijgt een cola met een rietje, kijkt zijn ogen uit en juicht met de mensen mee.

Een explosie. Het publiek joelt. Vuurwerk, roept zijn vader. Nog een explosie. Op het veld heeft Patrice Evra de bal, je ziet hem aarzelen voor hij afgeeft. Die klap was wel heel hard. Was dat echt vuurwerk? Mensen pakken hun mobiel. Ook de vader grabbelt zijn trillende telefoon uit zijn broekzak en neemt op. Wat is er pappa, vraagt de jongen.

Daar bevriest het beeld, tot de foto die ik vrijdagavond steeds maar weer op Twitter tegenkwam. Een man met een telefoon aan zijn oor. In zijn ogen staat te lezen dat hij zijn oren niet gelooft. Naast hem: een huilende jongen.

Stel je voor, buitelen mijn gedachten over elkaar, dat het gelukt was: man met bomgordel in het stadion, explosie tussen vrolijke mensen, live op tv, paniek, gillen, rennen, de vader en de jongen, hoe...? Hier stokt de buiteling.

Parijs, dat is de stad waar Zlatan Ibrahimovic weergaloze doelpunten scoort. Vorig weekend nog, twee keer zelfs, tegen Toulouse. Hij vierde ingetogen, een stomp in de lucht, de tattoeages strak over de spierballen. Er kon nauwelijks een lachje af, op z'n Zlatans: cool.

Parijs, dat is de stad van Roland Garros, de stad waar Serena Williams deze zomer haar punten met de armen hoog in de lucht vierde, in de finale. Ze mocht dan griep hebben gehad, Lucie Safarova ging eraan. Het racket viel haast terloops op het gravel neer toen Serena haar handen en gezicht ten hemel hief om haar zege te vieren. Ze knuffelde haar cup als was het een kind.

Parijs, dat is de stad waar Kirsten Wild acht maanden geleden met nog meer dan een ronde te gaan op de wielerbaan al begon te sprinten, van kop af. Veel te vroeg, leek het. Precies goed, bleek het. Oppermachtig reed ze de concurrentie uit het wiel, om wereldkampioen op de scratch te worden.

Parijs is de stad van Marcel Kittel, Mark Cavendish, André Greipel, Tom Boonen, Jean-Paul van Poppel, Gerrie Knetemann en al die andere mannen die na drie weken koersen door Frankrijk nog de puf hebben er een laatste sprint uit te persen. Op de Champs-Elysées, een rondje om de Arc de Triomphe, over de kasseien met een kont zonder gevoel. Nog een laatste keer alles geven, voor het oog van duizenden, tienduizenden. Een werveling van kleuren met de gele trui als stralend middelpunt.

Parijs is de stad van het licht. En de liefde. Zoveel liefde, dat de Pont des Arts de slotjes niet meer dragen kon. Parijs is de stad waar mensen samen wandelen, joggen rondom het Louvre en de Eiffeltoren, fietsen langs de Seine en een balletje trappen in de Jardin du Luxembourg.

Parijs is de stad waar vaders en zonen, moeders en dochters, vrienden en geliefden komende zomer weer naar het Stade de France zullen gaan, om te juichen voor de nieuwe Europees kampioen voetbal.

Die stad is Parijs.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden