'Dat verhaal vertelt zich, maar ik vertel ook mijn verhaal'

interview| In de serie De Schepping vertellen kunstenaars hoe hun werk tot stand komt. Vandaag: illustrator Jan Jutte. 'Ik ben gaan tekenen omdat ik het geheim wilde ontfutselen. Het geheim van hoe beeld ontstaat.'

Jan Jutte weet ook niet hoe het komt dat Nederland zoveel goede illustratoren van kinderboeken voortbrengt. "Wij zijn veel meer een volk van het woord, zou je zeggen." Wat hij wel weet, is dat er vaak zo obligaat over tekenen wordt gesproken. "Dan lees je een recensie en daar staat dan: 'De grappige tekeningetjes van Jan Jutte passen er goed bij'. Terwijl er zoveel meer over valt te vertellen."

Dat doet Jutte dan ook volop in zijn atelier, een voormalig leslokaal in een fraaie oude school in het Arnhemse Spijkerkwartier. Uren kun je met hem bomen over zijn vak, maar sowieso over alles wat voorbijkomt. Als zijn teckels het toelaten tenminste, want die willen ook aandacht. Soms staat Jutte op om er even eentje ernstig tot de orde te roepen: "Man, wat zit je nou te zeiken, er is niets aan de hand."

Even voor de duidelijkheid: Jan Jutte (1953) kan gerust gerekend worden tot die goede illustratoren in die rijke Nederlandse tekentraditie. Tussen de namen Fiep Westendorp, Dick Bruna, Sieb Posthuma, Mance Post, Thé Tjong-Khing, Charlotte Dematons, Wim Hofman, Ingrid en Dieter Schubert, Marit Törnqvist en Max Velthuijs misstaat Jan Jutte niet.

Zijn eerste opdracht was al direct raak, toen Jutte werd gevraagd de tekeneningen te maken bij de heruitgave van 'Het Beertje Pippeloentje' van Annie M.G. Schmidt. 1984 was dat. Vanaf toen hield het niet meer op. Jutte illustreerde onder meer het werk van Toon Tellegen, Guus Kuijer, Sjoerd Kuyper, Mensje van Keulen, Doeschka Meijsing, Hans en Monique Hagen, Simon van der Geest en Paul van Loon. En dan vergeten we nog bijna de tekeningen die hij maakte bij de sprookjes van Hans Christian Andersen. Het meest werkte hij samen met Rindert Kromhout. Het leverde al drie Gouden Penselen op. Als we Jutte spreken is net het jeugdboek over de 'doodgewone dinosaurus' Kees van Dijk verschenen van Elle van Lieshout en Erik van Os.

Het gekke is dat toch veel mensen u niet kennen. Is de status van de illustrator afgenomen?

"Ik weet het niet, we hebben wel een grafische traditie, veel goede boekverzorgers. Het vak van illustrator kent ook een opgang, heel veel mensen worden het. Nee, ik zou het niet weten, ik ga er eens over nadenken. Al teken je toch voor jezelf. Het is aardig dat er waardering is, wereldberoemd zijn had leuk geweest, maar ik doe het vooral voor mijn eigen plezier."

En zo te zien bent u alweer bezig met het volgende project.

"Ik maak nu een eigen boek. Ook wel eens fijn, dan ben je zelf de regisseur. De stijl wordt strak tegenover los. Dus er zit iets golvends in de lijnen maar daar zet ik dan iets hoekigs, iets rechtlijnigs tegenover."

Als u het verhaal van een ander illustreert, bent u dan niet zelf de regisseur?

"Het ligt er ook aan met wie ik werk. Bij sommige schrijvers is er wel veel overleg, maar over het algemeen zijn het toch twee gescheiden werelden, het schrijven en het tekenen. Het kan gebeuren dat de schrijver liever linksaf slaat, en bijvoorbeeld het bos in wil, en dat ik liever rechtsaf sla. Dan heb ik bijvoorbeeld meer zin in de stad. Ary Langbroek, ex-directeur van Querido, zei er altijd over: 'De schrijver en de tekenaar zijn twee grootheden die zich eigenlijk niet met elkaar moeten bemoeien'. Je moet dus constant aangesproken en uitgedaagd blijven worden, want je doet dit werk in je eentje."

Hoe gaat dat dan? U krijgt het verhaal en dan komen de beelden vanzelf? En waarom pakt u juist die ene scène?

"Ja, dat is volkomen arbitrair, daar zijn geen regels voor, volgens mij. Het prettigste vind ik het als een situatie niet helemaal is beschreven. De toon van het verhaal is wel heel belangrijk, die stuurt voor een deel de aanpak: welke kleuren je kiest en welk gereedschap je gebruikt. Bij de dinosaurus Kees van Dijk was dat niet zo moeilijk. Ik moest een huid hebben met schubben. Die maakte ik door het geschilderde papier nat te maken en daarna het papier te verkreukelen en weer op te spannen zodat er een soort craquelé ontstond. Zo, dacht ik, die huid heb ik vast in de pocket.

Bij de sprookjes van Andersen was het veel ingewikkelder, omdat die al veel vaker getekend zijn. Bovendien was Andersen een zware, negentiende-eeuwse romanticus, vrij aards, fantasievol, maar ook gelovend in lotsbestemmingen. Geen eigenschappen waar ik mezelf direct zo in herkende. Dat is wel nodig: je kunt je helemaal uitleveren aan een verhaal, maar moet jezelf er wel in herkennen, het moet wel van jou zijn wat je doet.

Ik wilde de opdracht ook eerst teruggeven en dacht: Ik ga toch echt niet meer in de negentiende eeuw zitten met poezelige meisjes met zwavelstokjes. Totdat ik de natuurbeschrijvingen van Andersen las. Padden, kikkers, kraaien, dat lag me wél. Ik heb net zolang getekend tot ik er mee verder kon. Eerst met dunne pennetjes, met penselen op papier geschilderd, later ingescand met de computer. Eigentijds moest het worden. Toen ik het tekende stonden de kranten vol over de bankencrisis. Ik heb van de illustraties van een van die sprookjes een milde maatschappijkritiek gemaakt, met die kroko en die rat. Misschien is dat niemand opgevallen, maar het was voor mij de manier om het sprookje naar het nu te verplaatsen en het iets van mezelf te laten zijn."

Moeten tekeningen niet dienend zijn?

"Het hangt er vanaf. Dat verhaal vertelt zich, maar ik vertel ook mijn verhaal. Wissewasjes probeer ik daarbij te skippen, ik probeer helder en duidelijk te blijven. Ik wil het liefste dat mijn tekeningen autonoom ook nog te pruimen zijn."

Is het nodig om de belevingswereld van kinderen goed te kennen?

"Ik weet niet of dat nodig is, ik denk daar niet over na. Naar Winnie de Poeh kan ik met bijna evenveel bewondering kijken als naar Matisse. Al die platitudes van 'Ik ben altijd een kind gebleven' of: 'Het kind zit in mij', dat vind ik zo'n onzin, daar zie ik niets in. Zodra ik een stip zet op papier heeft dat al consequenties voor die andere stip, dan ga ik niet aan kinderen zitten denken."

Was het wel zo dat u van jongs af aan al interesse had voor tekenen?

"Ik ben gaan tekenen, omdat ik het geheim wilde ontfutselen. Het geheim van hoe beeld ontstaat. Dat had ik al toen ik als jochie door een museum liep. Beelden ontsluiten de tijd; je kunt eraan zien in wat voor tijd we leven. En iets maken - dat geldt trouwens niet alleen voor mijn werk - is gewoon prachtig om te doen. Dat vervliegt ook niet bij mij. Ik werk bijna elke dag, ook in het weekend. Mijn zoon Melle speelt gitaar, die doet het hartstikke goed. Soms zit Melle hier dan tegenover mij, waar jij nu zit. Hij met zijn laptop met klein toetsenbord en ik met mijn penseel. Allebei van schepperdeschepperdeschep."

De ideeën moeten toch maar blijven komen. Waar laat u zich zoal door inspireren? Maakt de plaats of tijd waar u werkt nog iets uit?

"Ik wandel iedere ochtend van mijn huis naar hier. Dat is een uur lopen. Die wandeling is al een deel van de schepping. In de sprookjes van Andersen komt de kraai heel vaak voor. Dan helpt het als ik 's ochtends een prachtige kraai op een hek zie zitten. Dan blijf ik even staan en denk: Kip ik heb je. Eens even kijken hoe jij er ook al weer uitziet. Die wandeling werkt echt louterend. Ik werk nu wel volgens een ander patroon dan in de periode dat ik nog thuis werkte. Ik begin nu later op de dag en werk langer door. Niet meer tot twee uur 's nachts. Eigenlijk ben ik een heel saai iemand wat dat betreft. Maar hoe ik ook werk, als het af is, denk ik soms toch nog: O jee, het had ook anders gekund. Of 's nachts in bed: Ik had het helemaal om moeten gooien! Dat is vervelend maar het heeft ook iets moois. Je eigen artistieke beperktheid is ook iets eigens. Als je ouder wordt, leer je dat accepteren."

Heeft het ouder worden veel invloed op uw ontwikkeling als tekenaar?

"Ik praat makkelijker over werk van een tijd geleden. Je kijkt daar toch meer als toeschouwer naar. Ach jochie, wat heb je toch je best gedaan, denk ik dan soms. Weet je, ik denk dat wat je maakt niet per se een opgaande lijn is, maar een lijn die zijn weg vervolgt."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden