'Dat trendy leven in Nederland werd me te dol'

Heimwee, gezinshereniging, meer kansen daar dan hier en het herstel van de democratie. De redenen van Surinamers die Nederland verruilen voor een bestaan in de voormalige kolonie, hun geboortegrond, lopen uiteen. Een serie interviews over de terugkeer naar Sranang.

Eerst was het te gek om te trouwen, daarna moest je weer scheiden, dan was het weer 'in' om lesbisch te worden en toen het tijd werd om een Turkse minnaar te nemen, vond ik het tijd worden om te vertrekken. Dat werd me te dol."

Als elfjarig meisje kwam Cornelly naar Nederland. Haar vader, die ze nauwelijks kende, zou voor de verdere opvoeding zorgen. Hij woonde al een paar jaar in Rotterdam en wilde dat zijn dochter een goede schoolopleiding zou krijgen. "M'n vader was heel ouderwets, een typische Surinamer van de oude stempel met strenge fatsoensnormen. Ik mocht absoluut geen vriendje hebben of naar schoolfeesten toe. Eigenlijk liep hij een beetje achter, want de Nederlandse kinderen mochten veel meer dan ik."

Cornelly, die opgroeide in de tijd van Provo en Flower Power, kwam dan ook al snel in opstand. Ze was nieuwsgierig, ondernemend en wilde overal bij zijn. Toen ze na een ruzie met een leraar van school gestuurd werd, vond pa dat zijn dochter maar naar Suriname terug moest. Cornelly werd aan het werk gezet om haar eigen ticket terug te sparen. "Toen ik het geld bijna bij elkaar had, besloot ik weg te lopen. Ik wilde helemaal niet terug naar Suriname. Ik had alleen maar Nederlandse vrienden. Dus wat moest ik daar doen. De Surinamers vonden me denk ik maar een arrogant type. En dat klopte misschien ook wel, ik voelde me eigenlijk een beetje verheven boven die massa Surinamers die naar Nederland kwam. Ik was natuurlijk ook heel anders; tenslotte was ik in Nederland opgegroeid, ik voelde me er als een vis in het water. Eigenlijk was ik een soort zwarte Hollandse geworden. Mijn gedrag was veel vrijer dan dat van de doorsnee Surinaamse vrouw. Ik zag er ook heel extravagant uit: lange jurken, soulstampers, kort haar. Dat was toen heel hip toch. Ik had ook een echt Rotterdamse accent. Door de Surinamers werd dat natuurlijk niet in dank afgenomen, ik denk dat ze me een beetje een verraadster vonden."

De reis naar Suriname werd voor Cornelly een ontdekkingsreis. "Mijn vader vertelde natuurlijk vaak over Suriname en ik herinnerde mezelf ook wel dingen uit mijn jeugd, maar toch, ik moest alles opnieuw leren kennen. En ik vond het hier heerlijk, van het ene feest rolde ik in het andere. Ik werd gewoon verliefd op het land en de mensen. In het begin had ik toch ook wel moeite om me aan te passen. De Surinamers vonden me hier toch wel erg vreemd, interessant natuurlijk ook. Ik was zo anders dan de andere Surinaamse vrouwen dat ze geen raad met me wisten. Omdat ik in Nederland nauwelijks contact had met andere Surinamers, wist ik mezelf ook niet goed een houding te geven. In Amsterdam was het heel gewoon om elkaar in de armen te vallen onder enthousiast gebrul. Maar hier zijn mensen minder spontaan, blijdschap wordt veel subtieler geuit. Er wordt gewoon een lekkere hap met eten voor je klaargemaakt, waar de genegenheid uit blijkt."

Ook met andere dingen viel Cornelly uit de toon. Ze was te snel en te onafhankelijk voor Suriname. Toen ze werk zocht, vielen deze eigenschappen niet in goede aarde. In Nederland had ze een goed betaalde, onafhankelijke baan gehad als coordinatrice van educatieve projecten. Ook had ze ruime ervaring als typiste en schoonheidsspecialiste. In Suriname kon ze echter met geen mogelijkheid werk krijgen, zelfs voor het eenvoudigste baantje werd ze niet aangenomen. "Ik had het gevoel dat ze bang voor me waren" , zet Cornelly. "Na een sollicitatiegesprek kreeg ik eens te horen dat ik niet in aanmerking kwam omdat ze vreesden dat ik het hele personeel tot staking zou opzetten. Ze vonden me veel te vrij en 'te anders'. Toen ik later wel een baantje vond bij de overheid, waar ik 275 Surinaamse guldens per maand verdiende, werd ik bijna ontslagen omdat ik te snel werkte. Over een brief die ik in vijf minuten getikt had, deed een andere secretaresse drie dagen. En de baas was daar helemaal niet mee ingenomen, want als ik snel werkte, moest hij dat natuurlijk ook. Nog steeds kom ik vaak in conflictsituaties terecht. Ze vinden me hier een tijdsmaniak, omdat ik me altijd stipt aan afspraken houd en ook verwacht dat iemand anders dat doet. Ik hou van een georganiseerd leven en van hard aanpakken."

Na een paar keer van baan verwisseld te hebben begon Cornelly met een eigen schoonheidssalon. Later breidde ze die uit met een kledingatelier en een snackbar. Ze woont nu al een paar jaar met man en kinderen boven haar bedrijfjes, in het hartje van de oude binnenstad van Paramaribo. Overdag is ze vooral bezig in het atelier, waar ze patronen tekent en stof knipt. Haar medewerksters doen het stikwerk. Daarnaast geeft ze cursussen voor huid- en haarverzorging en sinds kort neemt ze zelf deel aan een workshop voor vrouwelijke ondernemers.

Het leuke van Suriname is volgens Cornelly dat mensen met initiatief veel kunnen bereiken. "Er kunnen hier nog heel wat kleine ondernemingen opgezet worden. In Nederland moet je het veel groter aanpakken, daar is alles zo goed georganiseerd dat het moeilijk is om iets op touw te zetten. Hier zijn natuurlijk weer andere vervelende dingen, de kwestie van de vergunningen bijvoorbeeld. In Suriname is het zo'n puinhoop en valt er nog zoveel te organiseren en te veranderen. Maar dat vind ik eigenlijk ook zo leuk. Ik heb hier het gevoel dat ik nodig ben. In Nederland niet, daar kunnen ze best zonder me. Je valt niet eens op in die grijze massa."

Van haar bedrijfsinkomsten kan Cornelly redelijk rondkomen. Hoewel het de laatste jaren minder goed gaat door de economische recessie. "In Suriname ben je afhankelijk van importgoederen en die zijn door de inflatie gigantisch duur geworden. Ik moet echt geld bij elkaar schrapen om cosmetica voor de schoonheidssalon in te kopen. Het aanbod is dus duidelijk minder geworden dan vroeger. Bovendien zijn cosmetica en leuke kleding echt luxe geworden. Voor een potje nageillak, dat tien gulden in Nederland kost, betaal je hier zo'n zeventig gulden. En die luxe wordt het eerst van de boodschappenlijst geschrapt."

Toen Cornelly haar kledingatelier begon, was daar ook een boutique bij waar ze zowel haar damesals herenkleding verkocht. Nu is de winkel gesloten. "Eerst stopte ik met het verkopen van dameskleding" , zegt Cornelly. "Vroeger kon ik voor vijfhonderd Surinaamse guldens mijn auto tot de nok toe volstoppen met een goede kwaliteit stof, maar door de inflatie wordt de stof steeds duurder. Voor dat geld kan ik nu net m'n handtas vullen. De dameskleding in mijn boutique werd fors duurder, voor die jurken heb je tenslotte veel meer stof nodig. Mijn clienten konden dat niet meer betalen en stapten naar een warenhuis."

Tot vorig jaar heb ik nog wel herenkleding verkocht. In die broeken gaat veel minder stof. Mannen zijn ook gewoon perfecte klanten. Ze zeuren niet, maar zoeken gewoon snel uit wat ze mooi vinden. Die herenkleding moest ik opzij zetten. De straat werd beneden opgebroken en de omzet daalde meteen met 80 procent. De snackbar en het atelier zijn nog wel rendabel. Maar als die troep voor mijn deur niet snel opgeruimd wordt, duurt dat ook niet lang meer." Ze wijst uit het raam op de zandmassa. "Kijk, nu het droog is valt het nog mee maar als het een tijd achter elkaar regent kan ik het vergeten. Niemand gaat tot de enkels in de modder lopen om een broodje te kopen." Cornelly kan zich er vreselijk aan ergeren dat de Surinaamse overheid de straat nog steeds niet gemaakt heeft. "Ik heb al een paar keer aan de bel getrokken maar het schijnt dat ze zich daar bij openbare werken niet veel van aantrekken."

Ondanks deze kleine ergernissen is Cornelly nog steeds blij dat ze naar Suriname is geremigreerd. "Ik heb nooit teruggewild" , zegt ze. "Nooit. Ik heb een leuke tijd in Nederland gehad en ben er denk ik op het juiste moment tussen uit geknepen. Nederland is zo'n harde samenleving geworden. Ik wilde ook zo snel mogelijk een Surinaams paspoort, daar heb ik nog echt trammelant om gemaakt. Ik vond dat bij de nieuwe fase van mijn leven horen. Hier vinden ze dat maar vreemd." Lachend. "Er zijn zelfs mensen die maar niet kunnen geloven dat ik echt uit vrije wil van dat paspoort afstand deed. Die wilden al hun connecties inschakelen om iets voor me te 'regelen'. Maar wat heb ik aan dat ding. Als ik naar het buitenland wil, heb ik binnen twee weken een business visum.

Over m'n werk heb ik niets te klagen. Ik verdien niet veel, maar genoeg om van te leven. Over een tijdje wil ik trouwens weer iets anders opzetten. Samen met mijn man wil ik exotische bloemen gaan exporteren. Het wachten is alleen nog op een stuk land. Daar ben ik jaren mee bezig geweest, de overheidsinstanties kunnen hier zo traag werken, soms lijkt het op vechten tegen een blinde muur. Maar er schijnt nu een beetje schot in de zaak te komen. En dat is leuk, want ik ben gek op verandering."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden