'Dat trainen is nooit m'n bewuste keus geweest'

Op Kerstjumping Mechelen begint morgen de tweedaagse dressuurwedstrijd die meetelt voor de wereldbeker. De Nederlandse ruiters zullen aandachtig worden gevolgd door de nieuwe bondscoach Bert Rutten.

MAASTRICHT - Onbekend in dressuurkringen was Bert Rutten niet, maar toch was de benoeming van de 42-jarige staleigenaar uit Hunsel begin november een verrassing, ook voor hemzelf. Ruttens curriculum vitae vermeldt weliswaar selectie-, jury- en trainingsfuncties, maar weinigen hadden in hem de nieuwe bondscoach gezien.

Een maand na zijn benoeming is hij nog steeds niet van zijn verbazing bekomen. ,,Deze functie kwam voor mij als een donderslag bij heldere hemel. Ik kreeg een telefoontje: 'Mogen we eens met je komen praten?' Ik wist niet eens waarover. Toen bleek dat ze iemand zochten die niet te ver van de dressuur afstond, maar ook weer niet te dichtbij. Voor ik het wist, was ik bondscoach.''

Rutten werd opvolger van het driemanschap Janssen-Peeters-Hinnemann, dat een jaar geleden met trompetgeschal was binnengehaald. Met hun deskundigheid bleek niets loos, maar ze hadden wel persoonlijke belangen bij sommige rijders. Zo is Sjef Janssen de trainer en partner van Anky van Grunsven en traint Johann Hinnemann Marlies van Baalen. Al snel ging de mare dat zij niet objectief zouden zijn.

,,Een voorspelbaar verwijt'', meent Rutten. ,,Ik geloof er trouwens niets van dat ze hun eigenbelang de voorkeur gaven. Ze hebben alle drie zo integer mogelijk hun werk gedaan. Ik vind ook niet dat ze de verkeerde keuzes hebben gemaakt, maar ze konden die in hun positie niet transparant maken. Dan heb je al gauw de schijn tegen.''

Doorzichtigheid wil Rutten wél aanbrengen. ,,Er was een selectiebeleid, maar ik ga het anders doen.'' Hij heeft het traject naar de Spelen van Athene al voorgelegd aan de rijders uit het A-kader (Bontje/Silvano, Falandt/Jarwo, Gal/Lingh, Van Grunsven/Salinero en Krack, Teeuwissen/Goliath). ,,Daarover is geen discussie mogelijk. Wel heb ik met iedere rijder het persoonlijk programma doorgenomen. Want ieder heeft zijn eigen aanpak.''

Voor de definitieve selectie wil Rutten drie wedstrijden in het voorjaar gebruiken. Daarnaast heeft hij zich voorgenomen bij veel andere wedstrijden te gaan kijken en zoveel mogelijk talent naar internationale driesterrenconcoursen uit te zenden. Want behalve met de selectie van de nationale top, die naar Athene mag, houdt hij zich ook intensief bezig met de toekomst van de Nederlandse dressuur.

,,Die toekomst ziet er goed uit'', stelt hij optimistisch. Hij volgt met grote belangstelling de verrichtingen van de junioren en de Young Riders, van wie hij teammanager is en blijft. Als geen ander kent hij de weg naar de top.

,,Om later de betere paarden te krijgen, is succes met een eerste paard nodig'', zegt hij. ,,Dat is geen vanzelfsprekendheid. Een paard moet passen bij de talenten van de rijder. Iedere ruiter heeft weer andere talenten.''

Hij noemt Anky van Grunsven als voorbeeld. ,,Na Bonfire heeft ze andere paarden geprobeerd. Goede paarden, maar niet allemaal geschikt voor haar. Nu lijkt het met Salinero te klikken. De kwaliteiten zijn er, van Anky is dat bekend, maar de combinatie moet zich nog vormen. Anky en Salinero komen er wel, maar ze staan nog niet in de topvijf. Anky zal ook weer aan hem moeten wennen; Salinero is een heet paard dat in kleinere, wat rumoerige hallen snel afgeleid is.''

Rutten heeft in het Midden-Limburgse Hunsel samen met zijn vader een eigen stal met dressuurpaarden en een fokkerij. Waar het paard in het gezinsleven centraal stond was het niet vreemd dat hij een pony kreeg. Rutten: ,,Dat ik al een paardengek was, moet ik in de wieg hebben meegekregen, maar vanaf dat moment wist ik zeker wat ik wilde. Op mijn negende begon ik op mijn pony, zes jaar later reed ik mijn eerste internationale wedstrijd.''

Dat was in 1976, het jaar waarin vader Jo Rutten bij de Olympische Spelen van Montreal op Banjo negende werd in de individuele dressuurproef en zevende met het Nederlands team. Zoon Bert was diep onder de indruk en zijn doel stond vast: ook, ooit, deelnemen aan de Olympische Spelen.

Maar bij de volgende vier olympiades zat alles hem tegen. In 1980 boycotte de hippische sportbond de Spelen van Moskou. Vier jaar later -hij was al in Los Angeles- bleek zijn paard kreupel. Wrang detail was dat zijn vader voor hem inviel. Dat werd, met de 28ste plaats (individueel), geen succes; de vierde plaats met het team was beter.

Het betekende weer vier jaar wachten voor de ruiter die in die periode Garibaldi optimaal voor Seoul prepareerde. Maar een paar maanden voor het evenement viel het paard ineens dood neer en weer was de kans op deelname verkeken.

Nog eenmaal wachtte Rutten de vierjarencyclus af voor wat hij als zijn laatste olympische kans zag, maar alweer trof hem malheur. Bij een ongeluk in België sloeg de trailer met Clavecimbel over de kop, waardoor het paard zoveel schrik voor transport kreeg dat een verplaatsing naar Barcelona niet mogelijk bleek.

Inmiddels was Rutten door buitenlandse dressuurruiters gevraagd als hun trainer op te treden. ,,Dat trainen is nooit m'n bewuste keus geweest, maar als je geen paard hebt moet je toch wat.'' Hij concludeert: ,,Zoals het leven gelopen is, is nooit mijn eigen keus geweest.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden