Review

Dat Robinson slaven ging halen, werd verzwegen

Nu ja, 'Dolph Kohnstamm herleest'... ik blijk de originele tekst nooit eerder gezien te hebben. Sterker nog, ik meende altijd dat 'Robinson Crusoe' een kinderboek was en herinnerde mij daaruit niet meer dan een onbewoond eiland met een daarop aangespoelde Robinson die een sterke hut bouwde en daar in eenzaamheid leefde totdat hij gezelschap kreeg van een jonge zwarte inboorling die hij Vrijdag noemde.

Hoe dit allemaal begon en hoe het eindigde wist ik niet meer. Pas toen ik 'Emile' van J.J. Rousseau herlas, aan het begin van deze maand in het Kanon, besefte ik dat 'Robinson Crusoe' in 1762 in heel Europa al zo bekend was dat Rousseau het zonder verdere toelichting tot eerste en langere tijd ook enige boek kon maken dat hij aan zijn Emile te lezen gaf.

Dus kocht ik de nieuwste Nederlandse vertaling, vorig jaar bij Ad. Donker in Rotterdam verschenen. Na twee dagen lezen besefte ik pas dat dit boek helemaal niet voor kinderen geschreven was, al was het hier en daar spannend genoeg. Het bleek een moralistische avonturenroman, vol met luctor et emergo, worstelen en bovenkomen met hulp van God.

Nader onderzoek leerde mij dat Defoe het op latere leeftijd (59 jaar) in drie weken geschreven had (het werd in 1719 gepubliceerd en werd al spoedig een bestseller), daartoe geïnspireerd door het waargebeurde relaas van een opstandige Schotse stuurman, Alexander Selkirk, die vier jaar op een onbewoond eiland in leven bleef tot hij daar door een schip werd gevonden en thuisgebracht.

Ofschoon een bestseller in het begin van de 18de eeuw, zou het boek spoedig vergeten zijn geraakt als het niet, ruim veertig jaar later, in 1762 door Rousseau tot unieke opvoedingslectuur was uitgeroepen. Dat verstonden een paar nijvere pedagogen van de Verlichting, vooral in Duitsland. Maar zij vonden de oorspronkelijk tekst van Defoe minder geschikt voor kinderen dan Rousseau -veel te wijdlopig, te vol van wanhoop en verdriet, te expliciet christelijk, kortom te volwassen. Dus herschreven zij 'Robinson' in eigen, voor kinderen bedoelde versies.

De bekendste bewerker was de Hamburgse pedagoog Joachim Campe, die in 1779 zijn boek 'Robinson der Jüngere' publiceerde. Daarin vertelt een vader aan zijn kinderen de aangepaste en ingekorte geschiedenis van Robinson Crusoe telkens onderbroken door nieuwsgierige vragen van zijn kinderen en zijn leerzame antwoorden. Campe's boek werd al een jaar later in het Nederlands vertaald en in 1780 in Amsterdam uitgegeven onder de titel 'Handleiding tot de natuurlyke opvoeding of Robinson Crusoë', geschikt ten dienste der jeugd.

Deze aanpassing van een van de eerste romans voor volwassenen tot lees- en leerboek voor kinderen is een mooi voorbeeld van wat Lea Dasberg bedoelde met 'grootbrengen door kleinhouden' en van de aan het einde van de 18de eeuw ontstane afzondering van het kind in een veilige kinderkamer, op een 'pedagogisch eiland' of in een 'pedagogische provincie'.

De bewerkingen hadden ten doel kinderen (speciaal jongens uit een protestants, burgerlijk en welgesteld milieu) zich te laten identificeren met Robinson en ontvankelijk te maken voor zijn deugden. Bijvoorbeeld zijn schuldbesef jegens zijn vader en moeder, die hem hadden bezworen geen zeereizen te gaan maken, het kunnen overwinnen van grote moeilijkheden zonder hulp van anderen, door geduld en langdurige arbeid, grote inventiviteit en het dagelijks lezen in de Bijbel.

De bewerkers gingen soms zo ver dat zij voor hun jonge lezers verzwegen dat Robinson behalve tabak, rum en kruit ook heel wat gereedschappen van het scheepswrak aan land gesjouwd had. Ook Rousseau heeft in zijn 'Emile' die 'vervalsing' aangebracht. Zelf al zijn gereedschap moeten maken zou Emile immers dichter bij de natuurmens brengen, Rousseau's geïdealiseerde uitgangspunt voor de latere ontwikkeling.

Kennelijk was het Rousseau en zijn adepten niet genoeg dat Robinson zijn spade en naaigerei zelf moest maken, ook met het doel en de lengte van Robinsons verblijf in verre streken knoeide men. Dat Robinson schipbreuk leed toen hij als ondernemend Braziliaans planter met een paar collega's slaven ging halen in Afrika, dat hoefden de kinderen niet te weten.

In de oorspronkelijke versie was Robinson ruim dertig jaar van huis. Maar sommige bewerkers hielden zijn oude vader in leven tot zijn terugkeer, om een heuse 'verloren zoon'-scène te kunnen toevoegen. Zo deed bijvoorbeeld Jan Mens in zijn in 1950 'voor de jeugd' geschreven bewerking, die in Amsterdam bij Kosmos verscheen. Wist Jan Mens toen dat de honderdzeventig jaar eerder door Joachim Campe geschreven kinderversie in Amsterdam was uitgegeven door Anthony Mens Jansz? Die laatste uitgave is onlangs in digitale vorm beschikbaar gekomen en via internet te lezen en (gratis) af te drukken. Met dank aan de Stichting Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren, omdat zij het met dat 'Nederlandse' niet al te nauw blijken te nemen; vertalingen uit het Duits mogen ook (www.dbnl.org/

tekst/camp033hand01/).

Andere bewerkers voor de jeugd bleven veel dichter bij het origineel. Bijvoorbeeld Nienke van Hichtum in haar in 1925 gepubliceerde versie. Die is weliswaar sterk ingekort maar toch meer getrouw aan de ware verzonnen geschiedenis, inclusief het moeten doden van de vele kannibalen die Vrijdag wilden opeten en het moeten doodschieten van de muitende zeelieden die hun kapitein op Robinsons eiland wilden achterlaten. Het is verleidelijk zin voor zin ook haar boek op veranderingen te gaan controleren. Waarom bijvoorbeeld vermeerderde zij het aantal vrouwen dat Robinson bij diens latere terugkeer naar 'zijn' eiland aantrof? Die zwarte vrouwen waren door de door Robinson achtergelaten muiters en een groep Spaanse kolonisten met geweld van het vasteland ontvoerd. Bij Defoe waren dat er vijf, maar bij Van Hichtum werden het er elf. Wel liet zij hun inmiddels geboren kinderschaar even groot als het originele aantal: twintig. Was dat omdat zij gemiddeld vier overlevende kinderen per vrouw te veel belasting voor die vrouwen vond of wilde zij het de jonge lezers makkelijker maken aan monogame huwelijken te denken?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden