Dat Pakistan niet bankroet is komt door zijn ligging

ISLAMABAD - De kip is gewogen en geschikt bevonden. Het beest slaat nog fanatiek met de vleugels, maar moet weten dat het einde nabij is. De messen liggen klaar. Een flinke, schuine haal door de keel; het plukken kan beginnen. Omar Faroeki, de man die hier bij de slager het vlees voor zijn avondmaal heeft besteld, kijkt onbewogen toe.

KEES BROERE

Kip is geen luxe, maar begint het langzaam wel te worden. “De afgelopen maand”, vertelt Faroeki, “zijn de prijzen van het vlees drie keer omhoog gegaan.” Met andere levensmiddelen is het al net zo. De slager zelf valt hem bij. “De mensen maken zich zorgen”, zegt hij. Faroeki vindt dat te licht uitgedrukt: “De mensen zijn het beu.” Op de Pakistaanse markt is de daalder zo langzamerhand nog maar een gulden waard. De roepee is de afgelopen jaren negentien keer gedevalueerd, de prijzen van het levensonderhoud blijven stijgen. In een natie die nog steeds stevig tot de kringen van derde-wereldlanden gerekend moet worden, komt dat aan. Behalve bij de bovenlaag.

Neem bijvoorbeeld Benazir Bhutto, de premier die in november door president Faroek Leghari naar huis is gestuurd. In de drie jaar waarin zij aan de macht was, zo blijkt uit een rapport van de interim-regering die de verkiezingen van 3 februari voorbereidt, gaf zij voor zichzelf 850 000 dollar uit aan ongeveer vijftig reizen naar het buitenland. Bhutto mocht met name in het Westen graag haar liberale gezicht laten zien; zij was in totaal 139 dagen niet op haar post.

Ondertussen streek haar echtgenoot Asif Ali Zardari naar verluidt tientallen miljoenen op als commissiegeld bij het afsluiten van bedrijfscontracten. De Bhutto-getrouwen konden rekenen op goede banen. Zoals bij de staatsluchtvaartmaatschappij PIA, waar ruim duizend mensen overbodig in dienst werden genomen.

“Het is tijd om actie te ondernemen”, liet president Leghari al in september per brief aan Bhutto weten. Het staatshoofd meende paal en perk te moeten stellen aan de corruptie die, zoals een politiek commentator het uitdrukt, Pakistan “aan de rand van het bankroet” heeft gebracht. Intussen werd Leghari zelf bij gebrek aan bewijs vrijgesproken van betrokkenheid bij een schandaal in de aankoop van land.

Transparency International, een onafhankelijke onderzoeksgroep, verklaarde Pakistan vorig jaar tot het op een na corruptste land ter wereld. Aan de interim-regering de taak om de stal schoon te vegen. Premier Miraj Khalid gaf het goede, zij het ook lachwekkende voorbeeld door op een vlucht van Islamabad naar Lahore plaats te nemen in de eenvoudige toeristenklasse. In enkele weken tijd vlogen 40 000 overbodige ambtenaren de straat op en sloot de regering 491 overheidstelefoonlijnen af die door privé-gebruik miljoenen guldens hadden gekost.

Het waren mooie gebaren. Even bestond de hoop dat de interimregering werkelijk resultaten zou boeken, zoals bij het tijdelijke bewind in 1993 van Moheen Koereesi, een hoge ambtenaar van de Wereldbank. Maar enkele weken later al moest de interim-premier toegeven “de oorlog tegen de corruptie” verloren te hebben.

Pakistan is nog steeds het land waar een plichtsgetrouwe advocaat in een jaar meer belasting betaalt dan alle leden van het parlement tezamen. Het land ook waar de Fidelity Investment Bank zich adverteert als een gelukkige combinatie van “moderne investeringstechnieken en islamitische waarden”, maar waar niemand meer weet welke waarden bedoeld worden. En het land waar het dagblad The Nation pagina's vult met de even droge als verpletterende opsomming van de tienduizenden bedrijven en individuen die hun bankleningen nooit hebben terugbetaald.

Van een puur economische crisis is door dit alles nog geen sprake. “Het gaat niet zozeer om de beginselen van de economie als om de manier waarop het geld wordt beheerd”, zegt I. A. Reman, een sociaal activist en geducht criticus van het Pakistaanse establishment. De economische groei lag de afgelopen jaren steeds rond de zes procent. Maar de reserve aan buitenlandse valuta is amper voldoende om twee weken lang de import van goederen te garanderen.

Naar schatting 90 procent van de overheidsuitgaven gaan op aan het machtige leger en de afbetaling van buitenlandse schulden, zo berekent Dr. Faroek Salim. Dat Pakistan nog niet bankroet is, heeft ook te maken met het geopolitieke belang van het land voor het Westen. Als buffer tegen radicale islamitische landen in de regio kan Pakistan blijven rekenen op financiële steun.

“Maar de allesbeheersende corruptie staat een structurele economische ontwikkeling in de weg”, meent een westerse diplomaat. In de verkiezingscampagne is corruptie voor iedereen het centrale thema. De interim-regering heeft een commissie in het leven geroepen, die corrupte politici en bureaucraten uit het openbare leven moet weren. De namen liggen voor het oprapen, maar bijna niemand is nog achter de tralies verdwenen.

“Ik begrijp volledig de frustratie en de woede van mensen die willen dat corrupte politici te boek worden gesteld”, verklaarde onlangs interim-premier Khalid. “Maar gezien onze constitutionele en wettelijke beperkingen kunnen we de verlangens van iedereen niet zomaar vervullen.” Ook het hoofd van de speciale commissie, oud-rechter Goelam Mirza, meent dat een dergelijke “gigantische” klus niet snel te klaren is.

Het IMF heeft recentelijk een nog door Benazir Bhutto onderhandelde lening van 1 miljard gulden vrijgegeven. Het land dat tijdens de Koude Oorlog bekend stond als “de meeste verbonden bondgenoot” van de VS in Zuid-Azië heeft opnieuw voor enige tijd lucht gekregen. Maar de vraag blijft hoeveel van het geld zijn weg zal vinden naar die plekken waar het de ontwikkeling van alle Pakistanen ten goede zal komen.

“Zeker”, zegt een vertrouweling van Benazir Bhutto, “het valt niet te ontkennen dat hier corruptie bestaat. Maar het is een probleem van alle derde-wereldlanden. Of eigenlijk een universeel probleem. Ik was een paar maanden terug in Londen. Daar nemen politici toch ook steekpenningen aan? Geloof me, corruptie is overal, op het politieke en het persoonlijke niveau. Bij ons is het hooguit een graadje erger.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden