Dat o zo impulsieve puberbrein

Een mening moet je onderbouwen - dat lijkt vanzelfsprekend. Maar hoe doe je dat? En hoe leer je zelfstandig en kritisch denken? Pubers beginnen ermee tijdens lessen filosofie of burgerschap. Hoe dat in zijn werk gaat, onderzoekt Trouw vanaf vandaag in een wekelijkse serie. Bij de aftrap leggen drie deskundigen uit wat het denken met jongeren zo bijzonder maakt.

Voor Barry Mahoney is het duidelijk. "Het gaat om het bestrijden van de verjaardagswijsheid", zegt de docent maatschappijleer en burgerschap op het roc in Purmerend. "Dingen die mijn leerlingen anderen horen zeggen en die ze kritiekloos herhalen. Ik probeer in mijn lessen bijvoorbeeld te laten zien dat er een verschil is tussen feiten en meningen."

Mahoney is docent in hart en nieren - zijn vader én zijn verloofde werken ook op het roc - en een enthousiast toepasser van de socratische methode. De leerlingen ervaren die nog weleens als confronterend. Irritant, vinden ze Mahoney dan, zoals de Atheners Socrates destijds. "Tja, als ik ze vraag waarom ze iets van mening zijn, moeten ze soms toegeven dat ze helemaal niet zo goed weten hoe het zit. Dat vinden ze niet leuk", zegt hij droogjes. Hij hoort geregeld leerlingen PVV-achtige dingen zeggen waar hijzelf van gruwt. "Maar het is niet aan mij om ze mijn politieke voorkeur op te dringen. Als docent wil ik dat mijn studenten leren hun meningen kalm en helder te verwoorden en onderbouwen."

Bij zijn mbo-klas niveau 3 (leerlingen van 16-19 jaar die een vooropleiding voor de militaire academie volgen) ziet Mahoney duidelijk verschil: de leerlingen laten elkaar uitspreken en reageren op elkaar. Dat was aan het begin van het schooljaar wel anders. "Inmiddels zijn de studenten enigszins aan mijn methode gewend en zie je dat ze het onderwerp dat ik ze voorleg anders benaderen. Met wat meer voorzichtigheid."

undefined

Complottheorieën

Leraren maatschappijleer, burgerschap of filosofie krijgen niet alleen te maken met hardnekkige verjaardagswijsheden. Erg populair onder jongeren is ook de complottheorie. Zo beschreef docente Trudy Coenen hoe een van haar leerlingen na de aanslag op Charlie Hebdo in Parijs direct van mening was dat er sprake was van een complot. De redacteuren waren niet dood en de Amerikanen hadden de aanslag in scène gezet. Op Facebook ging destijds een filmpje rond dat via uitgebreid commentaar op beelden van een bewakingscamera suggereerde dat er sprake was van iets complotterigs.

Jaron Daniël Schoone, docent filosofie op het Berlage Lyceum in Amsterdam, beaamt de aantrekkingskracht van de complottheorie. Ook zijn havo- en vwo-leerlingen zijn er dol op. "Ze geloven er allemaal in. Ik kan mijn vinger er niet op leggen, maar zodra de les aan zo'n theorie raakt, doet iedereen z'n mond open. Je bent volgens leerlingen echt een beetje achter als je niet gelooft dat de Amerikanen zelf het WTC hebben opgeblazen, dat de Illuminati achter alle problemen in de wereld zitten, of dat Amerika achter IS zit."

Nu is de aantrekkingskracht van complottheorieën een redelijk tijdloos fenomeen. Maar via sociale media worden suggestieve video's met alternatieve verklaringen van aanslagen of milieuproblematiek wel gemakkelijker dan voorheen de wereld in geholpen en verspreid. Het gevolg is de veelgehoorde klacht dat jongeren moeite hebben hun bronnen te beoordelen en informatie te filteren. Simpeler gezegd: ze geloven alles wat ze voorbij zien komen op het scherm van hun mobiel of computer.

"Ik merk dat leerlingen het heel moeilijk vinden om op een correcte manier te denken", zegt Schoone. "Is het waar dat het WTC met bommen in de kelder tot ontploffen is gebracht omdat vierentwintig bouwkundigen zeggen dat een gebouw anders nooit zo was ingestort zoals het deed? Bij wetenschapsfilosofie besteden we veel aandacht aan de vraag wat een goed argument is. We hebben het bijvoorbeeld over het verschil tussen inductief, deductief en abductief redeneren. Over wat een drogreden is, wat waarheid is. Alleen bij filosofie wordt aandacht besteed aan dit soort dingen, terwijl ze, volgens mij, de basis vormen van goed denken. Als je de waarheid wilt achterhalen, moet je goede redenen van slechte redenen kunnen onderscheiden. Ik merk in mijn lessen dat leerlingen veelal emotionele argumenten aanvoeren voor hun standpunten."

Meegaan in een complottheorie is misschien ook zo'n emotionele aangelegenheid. Vaak zijn deze theorieën hoe dan ook spannender dan de werkelijkheid.

Bovendien: argumenten uitgebreid en rationeel onderzoeken op hun houdbaarheid, past misschien ook niet zo goed bij jongeren. "Het puberbrein is behoorlijk impulsief", zegt Berna Güro¿lu. Als universitair hoofddocent ontwikkelingspsychologie aan de Universiteit Leiden doet ze onderzoek naar het sociale puberbrein. "De prefrontale cortex, het gebied dat betrokken is bij het bepalen van doelen, maken van keuzes en reguleren van emoties en gedrag, ontwikkelt zich in de puberteit. Pubers worden daar dus steeds beter in. Maar de ontwikkeling van dit gebied loopt door tot je vijfentwintigste of soms zelfs dertigste levensjaar. Wat zich veel sneller ontwikkelt zijn de subcorticale gebieden, verantwoordelijk voor impulsen en emoties. De disbalans tussen die twee gebieden kan dus leiden tot impulsief en emotiegestuurd gedrag en denken."

"Bovendien", zegt Güro¿lu, "hebben leeftijdsgenoten een enorme invloed op pubers. Sociale relaties zijn heel erg belangrijk voor ze." Anders dan de kindertijd wordt de puberteit gekenmerkt door een extreme aandacht voor leeftijdsgenoten en - misschien wel belangrijker - voor de vraag wat die van je denken.

"Pubers zijn erg met zichzelf bezig én willen er graag bij horen. Dus als ze met vrienden over complottheorieën praten, kan het best dat ze zich daar snel in verliezen. Onderzoek naar bijvoorbeeld risicogedrag laat zien dat de aanwezigheid van vrienden heel veel uitmaakt. Pubers kunnen impulsiever zijn als ze met vrienden zijn dan wanneer ze alleen zijn of door een ouder of docent gestimuleerd worden om na te denken."

undefined

Moraal is een mening

Dat pubers zo in elkaar zitten, is trouwens wel nuttig, legt Güro¿lu uit. Juist omdat ze impulsief zijn, durven ze mogelijkheden af te tasten, risico's te nemen en grenzen op te zoeken. Zo komen ze erachter wie ze zijn. Het puberbrein is bovendien uiterst flexibel. Dogmatisch kun je pubers daarom niet noemen.

Maar wel subjectivistisch, meent Schoone. "Bijna al mijn leerlingen zijn ervan overtuigd dat een morele uitspraak als 'Genocide is slecht' gewoon een mening is. Iemand anders kan daar heel anders over denken, zeggen ze dan." Dat komt volgens Schoone, die aan de VU als promovendus onderzoek doet naar dit fenomeen, doordat leerlingen bij het vak Nederlands moeten leren onderscheiden tussen feiten en meningen. Een feit is iets dat je kunt bewijzen, een mening is een persoonlijke overtuiging. Andere mogelijkheden zijn er blijkbaar niet. Terwijl een mening natuurlijk goed of slecht onderbouwd kan zijn.

Schoone, zelf overtuigd theïst, worstelt dus op geheel eigen manier met het verschil tussen feiten en meningen. Om zijn leerlingen uit te dagen tot reflectie geeft hij ze onorthodox huiswerk mee. Hij creëerde in zijn klas een veilige omgeving waarin met ideeën geëxperimenteerd kan worden en openlijk gesproken kan worden.

Laatst nog was de opdracht: "Neem volgende week allemaal een steen mee naar de les." Een week later stond Schoone voor een klas met evenveel stenen als leerlingen. Hij gaf ze de volgende denkopdracht: "Zoek een homoseksueel en stenig die." De leerlingen weigerden, ze waren geschokt. Toen Schoone vroeg waarom, zei een van hen: "Dat mag niet van de wet!" "Dan gaan we naar Saudi-Arabië", zei Schoone, "daar móet het van de wet". Ook dan zouden de leerlingen weigeren. Waarom? Omdat je iemand niet zomaar pijn mag doen vanwege zijn seksuele geaardheid. "Waarom mag dat niet?", vroeg Schoone, "Dat is toch alleen maar een mening?!" Hmmm, nee, misschien is het toch iets meer. Les geleerd.

undefined

Flexibel

Dat het puberbrein flexibel is, wil Schoone wel geloven. "Je ziet dat een serie lessen over ethische stromen (zoals utilisme en deugdenethiek) echt effect heeft. Leerlingen die van tevoren volledig overtuigd zijn van het moreel relativisme, schuiven dan toch op naar bijvoorbeeld de deugdenethiek. Daarvoor wisten ze gewoon niet beter. Ik laat leerlingen ethische dilemma's uitschrijven. Als het een persoonlijk dilemma is, krijgen ze van mij extra punten. Een van mijn leerlingen, een overtuigd nihilist, onderzoekt waarom hij het slecht vond dat iemand bij voetbal een ander zomaar in elkaar sloeg, terwijl hij altijd van mening was dat goed en kwaad niet bestaan. Dat belooft een mooi essay te worden!"

"Als het op moraliteit aankomt, denken pubers helemaal niet zo dogmatisch", vertelt Güro¿lu. "Jonge kinderen passen strikte eerlijkheid toe, dat krijgen ze ook permanent ingeprent van volwassenen: jij vijf, ik vijf. Op die leeftijd zijn ze blind voor de context: misschien is een ongelijke verdeling in sommige gevallen wel eerlijker." Pubers zijn daar veel beter in, die kijken ook naar de context en de gevolgen. "Soms kiezen ze trouwens ook zonder blikken of blozen de oplossing die hún het beste uitkomt, zolang de ander er tenminste geen schade van ondervindt." Je zou dat pragmatisch kunnen noemen, of moreel dubieus, afhankelijk van welke ethische overtuigingen je er zelf op na houdt. Maar ondoordacht is het niet.

Aan een andere nihilist in zijn klas - daar zijn er blijkbaar nogal wat van in deze leeftijdscategorie - heeft Schoone weleens een één uitgedeeld voor een essay waarin de jongen zijn nihilisme steengoed had onderbouwd. Toen de nihilist protesteerde, verklaarde Schoone dat hij een hekel had aan Times New Roman, het lettertype waarin de leerling zijn essay had geprint, Schoone hield gewoon meer van de Arial. "Maar dat is niet eerlijk!", protesteerde de leerling. Waarop Schoone antwoordde: "Jij gelooft toch helemaal niet dat er zoiets bestaat als eerlijkheid!"

Daar moest de leerling even over nadenken. Hij kreeg uiteindelijk een negen. Weer een les geleerd.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden