'Dat multiculturele hier mis ik wel'

“Iedereen in mijn omgeving weet dat het Johan de Witt College een multiculturele school is. Over de buurt waarin het ligt zeggen ze: 'Daar moet je 's avonds niet in je eentje rondfietsen'. Iemand zei dat er bij de ingang van de school metaaldetectoren staan en dat daardoor al vier leerlingen zijn betrapt met een pistool.”

Na een ochtend in havo-vier van het Johan de Witt te hebben doorgebracht, heeft Helmien Rambaldo (17) de meeste vooroordelen overboord gezet. De leerlinge uit vijf-vwo van het VCL is verbaasd over de openheid van de jongens en meisjes van het Johan De Witt (vbo, mavo, havo, vwo), een school met 2 200 leerlingen van 55 verschillende nationaliteiten.

“Ik wist dat er veel buitenlandse jongeren op de school zitten”, zegt Helmien, “maar ik had niet verwacht dat ik zo makkelijk in de groep zou worden opgenomen. Ik had verwacht dat ze zouden denken 'ik praat niet met die blanke'. Maar ze zijn juist erg open en denken eigenlijk precies 't zelfde als ik. We hebben over spijbelen gepraat, rokende leraren en te laat komen. Allemaal doodgewone dingen.”

Helmien is een klein, tenger meisje, die haar kleine voeten in gympen heeft gestoken. Ze houdt van sporten, heel veel sporten. Hoewel bijna al haar schoolgenoten hockeyen, ligt haar hart meer bij cricket. “Dat doe ik op vrij hoog niveau. Op het VCL sporten we sowieso veel.”

De leerlingen van het Johan de Witt hebben niet zo veel tijd om intensief te sporten. Ze moeten vaak taalcursussen volgen, krijgen bijlessen en mogen van hun ouders een stuk minder dan Nederlandse kinderen. Ondanks de moeilijke positie van de leerlingen heeft het De Witt toch een positieve beoordeling gekregen in het Trouw-onderzoek schoolprestaties.

Dat goede cijfer komt doordat scholen in het onderzoek extra punten krijgen als er veel allochtonen op zitten. Veel leerlingen zitten niet vanaf de brugklas op de school, bijvoorbeeld omdat ze eerst aparte lessen volgen om de taal te leren. Dat heet 'neveninstroom' en daar krijgt het Johan de Witt ook extra punten voor.

Dat zijn trouwens niet de enige reden waarom de school goed scoort. Het Johan de Witt zorgt er voor dat relatief veel allochtone leerlingen hun diploma halen en niet voortijdig afhaken. Door de sociale problemen is het wel moeilijk om genoeg leerlingen op vwo-niveau op te leiden. Deze afdeling is zo klein dat het voor het schoolonderzoek van deze krant niet eens beoordeeld kon worden.

Het Johan de Witt College ligt in een 'sociaal-economische achterstandswijk', wat gewoon betekent dat rond de school veel wijkbewoners moeite hebben om het hoofd boven water te houden. Er zitten veel mensen zonder werk en er wonen veel nationaliteiten door elkaar. Ouders hebben soms problemen met de opvoeding van hun kinderen. Dat komt omdat zij in feite in twee werelden leven: Nederland en het land van herkomst.

Dat is heel anders dan het wereldje van Helmien, waar net zo goed problemen zijn, maar van een heel andere aard. Problemen als geld en taalachterstanden zijn daar niet aan de orde. Het VCL bestaat uit leerlingen die het over het algemeen 'goed' hebben.

Veel ouders hebben een baan bij grote ondernemingen. Zo zijn er 'Shell-kinderen', wiens ouders een aardige boterham verdienen bij het oliebedrijf. Er zijn ook wel buitenlandse leerlingen op de school, maar dat zijn kinderen van diplomaten. Die hebben soms ook een taalachterstand, maar de omstandigheden waarin zij leven (mooi huis, genoeg geld, minder cultuurverschillen) maken het makkelijker om dat verschil weg te werken.

Dat betekent niet dat ze een probleemloze jeugd hebben in de betere wijken van Den Haag. “Wij zitten ook wel eens met onszelf in de knoop of hebben problemen binnen het gezin. Alleen is dat anders, zoals eigenlijk alles anders is.”

Het verschil tussen die twee werelden ziet Helmien ook op het Johan de Witt terug. “Mensen gedragen zich hier anders. Er zijn groepjes die in de pauzes bij elkaar klitten en dan hun eigen taal spreken. Ik denk niet dat dat goed is. Om goed mee te kunnen doen, is het nodig dat je zo veel mogelijk Nederlands praat.”

Helmien vindt dát het grootste bezwaar op de andere school, maar aan de andere kant begrijpt ze best dat jongeren van dezelfde nationaliteit steun bij elkaar zoeken. “Op het VCL zouden ze zich waarschijnlijk niet thuis voelen. Zelf mis ik dat multiculturele wel een beetje op onze school.”

Maar wat betreft de rest is Helmien duidelijk. Zo veel verschillen zijn er niet. “Toen ik hier binnen kwam vond ik het echt een groot gebouw, maar de klaslokalen zijn hetzelfde en ook de manier van lesgeven verschilt niet zo veel van die bij ons. Wat ik wel raar vond is dat de leerlingen niet zo maar naar buiten mogen. In een ander gebouw van de school hebben ze zelfs prikkeldraad en is het schoolplein op het dak.”

Helmien is het op het VCL allemaal veel vrijer gewend. “Wij mogen altijd naar buiten. Ook mogen wij veel organiseren. Ikzelf help altijd mee met de organisatie van het grote hockeytoernooi van onze school. Op het Johan de Witt wordt alles door de leraren georganiseerd en ik begrijp niet goed waarom.”

Het verschil in vrijheid komt doordat de leerlingen op het Johan de Witt vaak meer moeite moeten doen om te bereiken wat voor Helmien makkelijker haalbaar is. En dat betekent minder meer huiswerk, langere schooldagen en dus geen tijd voor al te veel leuke dingen naast school. Helmien zucht: “Als je alles op een rijtje zet, kun je misschien wel zeggen dat we bij ons een beetje bevoordeeld zijn.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden