Dat mooie strijklicht

Het AD heeft een nieuwe hoofdredacteur en die presenteerde een week na zijn aantreden een brigade van nieuwe columnisten, onder wie een aantal bekende gezichten; Halina Reijn, Özcan Akyol, Tommy Wieringa, Paul de Leeuw en ook Anniek van den Brand, weet u nog?

Ze stonden grijnzend gerangschikt in een groepsfoto over de volle breedte van de voorpagina, een en al slagvaardigheid en nieuwe bezems. Er moest heel wat stof te keren zijn. Kranten zijn wat dat aangaat net oude huizen. Je moet ze onderhouden en soms verbouwen, liefst zonder de bewoners te verjagen.

Tegelijkertijd kan ik met enige bewondering kijken naar zaken die onveranderd blijven, die vertrouwd zijn, zoals in het wat conservatievere Duitse krantenlandschap, waar sommige kranten nog ouderwets breed, groot en arrogant veeleisend zijn; een krant mag net als een roman, om Günter Grass te parafraseren, ook best iets van de lezer vergen.

Een van de onveranderde kostbaarheden in het Duitse krantenland is een rubriek die Das Streiflicht heet, het strijklicht. De rubriek, een luchtige, prachtig geschreven, vaak ironisch getoonzette column, staat dagelijks links op de voorpagina van de Süddeutsche Zeitung en is vrijwel zo oud als de krant zelf. Het eerste Streiflicht verscheen in 1946 en heeft sindsdien zijn vaste lengte van 72 kolomregels, onderverdeeld in drie alinea's, behouden. Het Streiflicht moest bij aanvang een soort lichtbaken zijn in de storm van dagelijkse onheilstijdingen, schreef de krant destijds; en hoewel de storm afflauwde, is dat lichtbaken tot op heden gebleven.

Het bijzondere eraan is dat de auteur of de auteurs anoniem zijn, al zijn er intussen wel wat namen bekend, sinds er bundels met Streiflichter zijn verschenen. Maar nooit zag men een brigade van strijklicht-auteurs in de krant, elke dag begint de column met tussen haakjes alleen de afkorting sz - de naam van de krant.

Over hoe het precies werkt, dat schrijven van een puntgaaf Streiflicht, daarover heeft een redacteur eens een boekje opengedaan; men pikt een bericht op uit het nieuws en begint er als het ware in te wrijven zodat er een vlek ontstaat, met vaak absurdistische effecten.

Ik las een paar Streiflichter in de afgelopen dagen. Ze behandelden een uitspraak van de AfD-partij over wat niet bij Duitsland hoorde en keken daarbij heel precies naar herkomst en positie van de tuinkabouter; ze behandelden kritisch de geliefdheid van het zondagse café-ontbijt of de teloorgang van het handschrift, met een referentie aan de Remington-typemachine van Heinrich Böll.

Deze week ging het nog over het verschil tussen klokgelui en de roep van de muezzin. Beide zijn geluidsemissies, maar de één is nonverbaal en de ander niet. Voor het klokgelui staan weliswaar twee woorden ter beschikking, maar het bim en het bam staan wel erg karig tegenover Allahu akbar, ashhadu an la ilaha il-lah, ashhadu anna Muhammadan rasul Allah enzovoort. Dan zou je op z'n minst het Onze Vader moeten terugroepen of de heilige rozenkrans.

Nu ja, en zo wrijft men verder. Tot men bij Goethe uitkomt natuurlijk.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden