'Dat mensen geen liefde kennen, is niet om te lachen'

ROTTERDAM - Drie jaar geleden was hij nog onbekend, vandaag is zijn naam stevig gevestigd in de internationale filmwereld. Met twee films heeft Tsai Ming-liang uit Taiwan een prominente plek verworven in de categorie 'jong en veelbelovend'. 'Vive l'amour' won vorig jaar in Venetië een Gouden Leeuw en behoorde op het Filmfestival Rotterdam tot de weinige lichtpuntjes.

Na Roman Polanski was Tsai Ming-liang in Rotterdam de meest gevraagde regisseur. Minzaam ondergaat hij alle belangstelling, moreel ondersteund door zijn vriend en hoofdrolspeler in beide films, Lee Kang-sheng. Voor iemand die kale films over eenzame mensen maakt is Tsai opmerkelijk vrolijk van aard. Zijn antwoorden gaan soms verloren in aanstekelijk gelach.

Tsai (1957) werd geboren in Kuching, de hoofdstad van Sarawak, een deel van Maleisië. Voor zijn studie in theater en film kwam hij naar Taiwan, waar hij vervolgens bleef wonen en stukken schreef en regisseerde voor theater en televisie. In 1992 debuteerde hij als filmregisseur met 'Rebels of the neon god'. Ook Tsai's tweede film 'Vive l'amour' is een scherpe observatie van het leven in de Taiwanese hoofdstad Taipei. Een stad die volgens Tsai wordt gekenmerkt door groei, verandering en vitaliteit, maar ook door grote emotionele leegte.

Sneller Voelt hij zich inmiddels volledig Taiwanees en kan een buitenstaander wellicht beter de Taiwanese samenleving doorgronden? “Ik denk niet dat ik ooit nog wegga uit Taiwan, ik voel me er thuis. Mijn familie woont in Maleisië, één maand per jaar ga ik daarheen. De Chinese gemeenschap in Maleisië is veel conservatiever, traditioneler. In Taipei gaat alles veel sneller. Ik kan me nog wel verbazen over hoe druk iedereen in Taiwan is, misschien heb ik inderdaad een andere blik. Bij mijn eerste toneelstuk vroeg iemand zich af waarom dat door iemand uit Maleisië was geschreven en niet door iemand uit Taiwan.”

Het belangrijkste thema in de films van Tsai is eenzaamheid. Jongeren dolen verveeld door de straten en maken met niemand werkelijk contact. Volgens Tsai is zijn weergave geen uitvergroting: “De eenzaamheid die ik laat zien is reëel. Niet alleen jongeren, ook volwassenen zijn er zo aan toe. Op tv zie je elke avond shows waar mensen elkaar kunnen ontmoeten. Dat ziet er allemaal heel gezellig uit, maar het geeft mij een ongemakkelijk gevoel.”

Welke morele bedoeling gaat er schuil achter het tonen van de eenzaamheid? “Eenzaamheid, of beter het alleen zijn, is iets dat ik altijd graag in mijn werk heb willen behandelen. Alleen zijn vind ik op zich niet slecht. Als mensen alleen zijn zijn ze meer zichzelf, zonder maskers, dat vind ik waardevol. Wel is het zo dat ik mijn kijkers graag een spiegel wil voorhouden. Ik heb geen specifieke boodschap maar ik hoop wel dat mensen over mijn films nadenken.”

Homoseksualiteit is iets dat in 'Rebels of the neon god' nog onderhuids aanwezig, maar in 'Vive l'amour' meer expliciet. Tsai vertelt over de groeiende maatschappelijke openheid over homoseksualiteit, nadat de lange Chinese traditie van homoseksuele contacten aan het hof en in het theater zich vooral in het verborgene afspeelde. Ondanks de huidige aandacht - een modeverschijnsel, meent Tsai - wordt je leven in Taiwan een stuk lastiger als je met je homoseksualiteit naar buiten treedt. Overigens vindt Tsai het al dan niet homo-zijn van zijn personages niet zo interessant: het gaat om het contact tussen mensen.

Wat stijl betreft doet Tsai geen enkele concessie aan de kijker: nauwelijks dialoog of handeling, traag tempo. Hij is niet bang voor ontoegankelijkheid: “De aantrekkelijkheid van een film heeft weinig te maken met het tempo of de hoeveelheid taal.” Lachend: “Mijn producent is er wel bang voor. Dat er geen muziek in 'Vive l'amour' zit heeft me veel moeite gekost.” Tsai acht de smaak van het publiek wel degelijk belangrijk maar hij maakt een selectie vooraf: “Wat ik maak is niet voor iedereen. Ik richt mij op een publiek van studenten en intellectuelen.”

Zelfs dat publiek kan vreemd reageren. Tijdens de première in Venetië begon men ongemakkelijk te lachen tijdens de inmiddels beruchte, minutenlange huilscène aan het einde van 'Vive l'amour'. Na enig doorvragen - eerst vertelt Tsai smakelijk lachend dat men in Nantes zelfs ritmisch begon mee te klappen en dat hij inmiddels mentaal is voorbereid op dit soort reacties - blijkt dat hij het wel degelijk vervelend vindt. “Ik vind die mensen dom. Je moet ook wel een heel gevoelloos mens zijn om bij die scène te lachen. Mensen verwijten mij dat ik zo koel ben, maar zij zijn zelf veel erger!”

Tenslotte: waarom die Franse titel voor het buitenland? “Lang leve de liefde moet een soort uitroep zijn. In het Engels klinkt dat niet mooi, het Frans bleek beter.” Is die uitroep een uiting van hoop of ironie? “Het is niet spottend bedoeld, het is een behoefte die mensen voelen. Dat mensen geen liefde kennen is niet om te lachen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden