Dat koninkrijksgevoel is er nog wel

LEIDEN - Het is al weer ruim tien jaar geleden dat de eilandraad van Saba besloot de voertaal op school te veranderen. Het werd Engels in plaats van Nederlands en daarmee kregen de kinderen op het Antilliaanse eilandje voortaan les in de taal, die vrijwel iedereen op Saba al eeuwenlang in het dagelijks leven bezigt.

Toch schudde de oude Sabaan in het caféetje van The Bottom daags na dat raadsbesluit mistroostig zijn glimmende hoofd en sprak woorden waar de ambivalentie van afdroop: “It's not fair to the Crown”.

Het was niet eerlijk tegenover de koningin om het Nederlands af te schaffen, vond hij. De man had zelf omstreeks 1912 op school in het Nederlands leren rekenen en schrijven, kende die taal nauwelijks meer en had zijn leven lang alleen nog Engels gesproken. Maar voor het staatshoofd uit dat verre Nederland kon je het Nederlands op school toch niet degraderen tot tweede taal.

Sabanen houden nog steeds van de koningin. Maar de wens om deel te blijven uitmaken van het Koninkrijk wordt toch vooral gevoed door pragmatische overwegingen. Paspoort, vrije migratie, economische ondersteuning, studiefaciliteiten voor de Antilliaanse en Arubaanse jeugd, militaire bescherming - het zijn de belangrijkste zaken die van Nederland worden verwacht.

KLM

Zo'n 95 procent van de bevolking vindt dat Den Haag financiële ondersteuning moet blijven bieden, ruim tweederde meent dat Nederland de komende twintig jaren de democratie in het rijksdeel moet garanderen, en een overgrote meerderheid beklaagt zich erover dat de KLM een monopolie heeft op de route Nederland-Antillen, met dure vliegtickets als gevolg.

“Zekerheid en economisch voordeel, daar gaat het om. Een pas is het symbool van er bijhoren. Vrije vestiging in Nederland is vreselijk belangrijk om de jeugd te kunnen laten studeren”, zegt prof. Gert Oostindië van het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde te Leiden en de Rijksuniversiteit Utrecht. Met bestuursadviseur Peter Verton heeft hij het onderzoek 'Ki sorto di Reino' naar de manier waarop er aan de andere kant van de oceaan tegen het Koninkrijk der Nederlanden wordt aangekeken, begeleid en geanalyseerd.

Toch zit het 'Koninkrijksgevoel' op de eilanden volgens Oostindië dieper dan alleen in het eigen voordeel. “Er is wel degelijk sprake van wederkerigheid. Zo is het merendeel van de ondervraagden er niet alleen voor dat Antillianen en Arubanen zich vrij in Nederland kunnen vestigen, maar vindt een groot aantal ook dat Nederlanders zich vrij en zonder voorwaarden op de eilanden moeten kunnen vestigen.”

De keuze van de meerderheid op Aruba en Curaçao voor het Nederlands als eerste voertaal in het onderwijs, onderstreept volgens Oostindië ook de verbondenheid die gevoeld wordt met het voormalige moederland. Zeventig procent is die opvatting toegedaan, terwijl maar een kwart kiest voor het Papiaments als instructietaal. Dat is in duidelijke tegenspraak met wat de bestuurders steevast zeggen, concludeert Oostindië: “Wat dat betreft kan Nederland de cijfers van dit onderzoek goed gebruiken in de discussie met de Antillen.” Op Saba en St. Maarten, waar voornamelijk Engels wordt gesproken, geniet die taal ook de meeste voorkeur om kinderen in te onderwijzen; op St. Eustatius wil men 't liefst het Nederlands op school houden.

De meeste eilandbewoners tonen weinig vertrouwen in hun eigen politici, die ze de schuld geven van een falend onderwijsstelsel dat vooral spijbelaars, zittenblijvers, drop-outs en diplomahouders zonder vooruitzicht op een baan voortbrengt. Een grote meerderheid meent dat Nederland zich hierin moet mengen, al wordt er verschillend gedacht of er dan ook meer Nederlandse onderwijzers op de eilanden moeten worden ingezet: Curaçao en de kleintjes St. Eustatius en Saba staan er positief tegenover, de andere juist niet.

Cultuur

Liefst negentig procent van de ondervraagden op Aruba en Curaçao geeft aan geïnteresseerd te zijn in de Nederlandse taal. Voor de Nederlandse cultuur is wat minder belangstelling: alleen de kleinste eilanden lopen er warm voor, op de Benedenwinden blijft het in het midden en op St. Maarten voelt een meerderheid zich niet aangesproken door de Nederlandse cultuur. Het laatste eiland telt overigens maar 35 procent 'autochtonen', een derde komt van een ander Antilliaans eiland en nog een derde is afkomstig van buiten het Koninkrijk. De verbondenheid met Nederland wordt dan ook minder sterk gevoeld dan op de andere eilanden (de helft tegenover ruim drie kwart). Niettemin is op alle eilanden een ruime meerderheid te zien, die graag meer Nederlandse programma's op tv wil.

Opmerkelijk is dat veel ondervraagden vinden dat de eigen jongeren Nederland in geval van oorlog zouden moeten helpen: 83 tot 87 procent, waarbij St. Maarten (70) en Aruba (75) de laagste score vertoonden.

St. Maarten is duidelijk de meest kritische rijksgenoot in de West. Dit eiland, half-Frans half-Nederlands, werd enkele jaren geleden door Nederland onder curatele gesteld vanwege bestuurlijke problemen. Die situatie is vorig jaar opgeheven. De St. Maartenaren tonen meer zelfbewustzijn dan de anderen en vinden bijvoorbeeld dat hun bestuurders het niet zo slecht doen. Met een schuin oog kijkend naar Aruba, dat in 1986 de 'status aparte' kreeg, wil men er ook een zelfstandige positie binnen het Koninkrijk. De onafhankelijksgedachte leeft op St. Maarten het sterkst en die van een 'dertiende provincie' het minst. De weerstand tegen Nederlandse bemoeienis is het grootst. Er wordt minder belang gehecht aan economische hulp uit Nederland en men is gekant tegen vestiging van Nederlandse bedrijven. Bij de bestrijding van de criminaliteit wordt er meer verwacht van Nederland, maar dat mag dan weer niet leiden tot het inzetten van Nederlandse rechters, mariniers en politie.

Het meeste opvallend in de reacties van de St. Maartense bevolking is de ergernis over Curaçao, dat de Antillen ten nadele van hun eigen eiland zou domineren: 'Pourier (de Antilliaanse premier, red.) pikt al het geld in', luidde een van de antwoorden.

Over de hele linie zijn Antillianen en Arubanen niet erg te spreken over de behandeling door Nederland. Het conflict over de Europese importbeperking van rijst en suiker vanuit de overzeese rijksdelen (gesteund door Nederland), de penshonado-regeling die het gefortuneerde belastingbetalers minder aantrekkelijk maakt om zich onder de Caribische zon te vestigen, maar ook de opstelling van de KLM wekken veel boosheid. Oostindië: “Dat Nederland bezorgd is over de deugdelijkeheid van het bestuur en het financiële beheer, kan men zich voorstellen. Maar Den Haag moet het spel dan wel volgens de regels spelen en niet uit zijn op eigen belang. Het doel heiligt volgens Antillianen en Arubanen niet alle middelen. Of zoals de uitdrukking luidt: in oorlogstijd wordt geen mis opgedragen.”

Het onderzoek maakt duidelijk dat de Nederlandse beslissing om Aruba in 1996 niet langer in de richting van de onafhankelijkheid voort te stuwen, juist is geweest. Het idee kwam ooit uit de koker van de vroegere leider Bettico Croes, maar is nooit voorgelegd aan de bevolking. Nu voelen negen van de tien ondervraagden er absoluut niets voor.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden