Essay

Dat keurslijf past ons niet

De flat Merendonk in de Merenwijk van Leiden. Beeld Hollandse Hoogte / Wiebe Kiestra Fotografie

Eén groot Europa vol universele mensenrechten - Rik Torfs gruwt van de eenheidsworst. Hij komt op voor de geborgenheid van het niet-zo-redelijke, de knuffelbeer en de regio.

Bijdragen over regionalisme beginnen doorgaans met weeklachten over de uniformiteit die onze geglobaliseerde wereld kenmerkt. Mensen verzetten zich ertegen door streekproducten aan te bieden en ijverig dialect te spreken, maar overal zie je hetzelfde winstbejag en dezelfde producten.

Toch zit het probleem dieper. De boosdoener is niet enkel de economie, maar meer nog de dominantie van een schijnbaar volkomen rationeel, overal ter wereld geldend gedachtengoed. Andersdenkenden zijn geen denkenden meer, maar mensen die op een dwaalspoor zijn beland. Luid klinkt de roep om meer technocratie. Laat experts de grote maatschappelijke beslissingen nemen, klinkt het, hun redelijkheid maakt hen immuun voor populistische keuzes.

Identitaire groepsdwang 

Ondertussen leiden onmisbare documenten, op een verrassende manier, tot identitaire groepsdwang en uniform denken. Zo zou Artikel 14 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens - over rechten en vrijheden voor iedereen, ongeacht ras of sekse - tot een minutieuze beveiliging van het gelijkheidsbeginsel moeten leiden. Maar juist rondom ras en geslacht verenigen mensen zich om hun groep te versterken. Het dwingt van de weeromstuit wie niet tot de groep hoort, van een andere deel uit te maken. Tegen wil en dank. Dat schept vervreemding.

Het is niet omdat vrouwen zich zusters voelen, dat mannen elkaars broeders moeten zijn. Mannelijke camaraderie zei mij nooit wat. Met seksegenoten de wederwaardigheden van het man-zijn analyseren? Help!

En toch dwingt vrouwelijke solidariteit een man een man te zijn. Idem dito voor rassenbelangen. Mijn hele leven al doceer ik aan een faculteit met 90 procent buitenlandse studenten uit de vijf continenten. Allemaal toekomstige kerkjuristen. Ik voel mij dichter bij hen dan bij seculiere blanke stedelingen met een diep kosmisch besef, een bakfiets en een voorbeeldige levenswandel. Maar als het ras de breuklijn vormt, kan dat plotseling veel minder.

Hard te verduren 

Samengevat, onze particuliere identiteit krijgt het hard te verduren. De geglobaliseerde economie bevordert uniformiteit. Net als de rede. En het non-discriminatiebeginsel sluit mensen op in een categorie waarin ze zich soms niet thuis voelen, die van vrouw of allochtoon bijvoorbeeld. Of die van blanke man. De aldus ontstane vervreemding voedt een verlangen naar het specifieke. Die hunkering verzet zich tegen de illusies die de ratio ons voorspiegelt: de maakbare mens, de ethische vooruitgang. Particularisme daarentegen honoreert ieders streven naar een heel eigen, herkenbare plek in de wereld, waar hij aan het monopolie van de rede kan ontsnappen.

Mensen willen niet opgesloten worden in de groep waartoe zij vanuit een theoretisch oogpunt behoren. Wanneer een groot wetenschapper van rond de 50 elke nacht slaapt met de troetelbeer uit zijn kindertijd, wordt hij geen mindere wetenschapper maar een dierbaarder mens. Voor mij althans, want in de ogen van sommigen dient de wetenschapper ook wetenschappelijk - bedoeld wordt: rationeel - te leven, wat de positie van de troetelbeer danig in het gedrang brengt.

Toch hebben ook heel slimme mensen die nodig, willen ze niet aan de drank raken. Een volstrekt redelijk leven is geen leven. Terwijl we er angstaanjagend dichtbij komen.

Waardering oogsten

Laten we eerst even kijken wat iemand vandaag moet doen om waardering te oogsten. Op intellectueel vlak richt hij zich op de veralgemeenbaarheid van het denken als ideaal. Dat betekent meer wiskunde dan filosofie, gecombineerd met een onverbiddelijke moraal: als voorbeeldig leven mogelijk is, waarom zouden we dan barmhartig zijn tegenover wie daarin zwakheden vertoont?

Economisch kleeft hij het geloof in de vrije handel aan. Die optimaliseert de productie en maakt dat de minderheid de smaak en levensstijl overneemt van de meerderheid. Overal dezelfde sobere stoelen in elke Sheraton, zonder artistiek detail dat de universaliseerbaarheid in het gedrang brengt. Daarom is minimalistische architectuur zo populair. Zij laat geen ruimte voor individuele wansmaak. Hoewel die juist heel hard nodig blijft.

Finaal ten onder

Geen mens kan rigide logica aan; iedereen gaat daar finaal aan ten onder. Om rationeel te blijven denken, heeft een mens ruimte nodig voor onredelijkheid en aangename onzin, die hem zuurstof geven om op andere momenten met de harde wetten van de rede overweg te kunnen.

Dus moet een dubbel monopolie worden doorbroken: dat van de commerciële eenheidsworst en dat van het op pure ratio gebaseerde uniforme denken. De geglobaliseerde economie en het filosofische overwicht van het redelijke laten mensen nauwelijks ruimte om particuliere en regionale accenten te leggen. Te veel rechtlijnigheid. Te veel ernst.

Vreemd genoeg: wat het kapitalisme en het zuiver rationele denken niet kunnen, pakte het christendom op zijn betere momenten (ik ontken natuurlijk niet de andere) wel goed aan.

Zonder hun hart te verliezen

Dan had het de kracht om de ziel van mensen te redden zonder hun hart te verliezen. Het christendom aanvaardde aanpassing aan de cultuur. Het kreeg vaste voet aan de grond bij de Germanen, niet door hun feestdagen af te schaffen en hun goden te vernederen, maar door ze te kerstenen, waardoor Kerstmis plotseling viel op het moment dat de winter terrein prijsgeeft en de dagen lengen. Belangrijk: wat een feest was, bleef een feest. Zoiets vraagt genoeg zelfvertrouwen om een geloof te beschermen zonder de culturele aspecten ervan dwingend op te leggen.

Wie dat ook, zij het met beperkt succes, probeerde, was missionaris Matteo Ricci (1552-1610). Bij zijn verkondiging van het katholicisme in China volgde hij de leefstijl en etiquette van de Chinese elite. Nieuwe wetenschappelijke inzichten uit Europa reikte hij aan in een wonderlijke mix met de boodschap van Christus. De verering van voorouders en van Confucius achtte hij verenigbaar met de christelijke leer. Opvallend is het respect van Ricci tegenover de lokale cultuur en traditie. Daarin was hij beter dan het wilde kapitalisme en de zuiver rationele levensopvatting vandaag. Terwijl het perfect mogelijk moet zijn om de voordelen van globalisering aan respect voor cultuur en traditie te koppelen.

Niet per se in tegenspraak

Ook mensenrechtencatalogi, met hun universele ambities, zijn niet per se in tegenspraak met lokale gevoeligheden. Zo kent de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens aan de wetgevers van de lidstaten een margin of appreciation toe bij het begrenzen van mensenrechten om, bijvoorbeeld, de openbare veiligheid of gezondheid te beschermen. Een precieze inschatting daarvan vergt aandacht voor lokale omstandigheden.

Vorig jaar protesteerden mevrouw Suzan Shown Harjo en andere native Americans tegen de Indiaan in het logo van voetbalclub AA Gent. Ook de mascottes Buffalo Ben en squaw Mel moesten het ontgelden. Diep kwetsend allemaal, vond de activiste. Terecht?

Wat in de Verenigde Staten problematisch kan zijn wegens het historisch onrecht waarvan native Americans het slachtoffer zijn, is in Gent niet veel anders dan folklore. Niemand betwist dat Gentenaars wereldburgers zijn, maar de strijd met Indianen bonden ze nooit aan. Juist het afnemen van het logo, zonder te begrijpen waarom, zou tot gevoelens van vervreemding kunnen leiden. Al is de zaak tegelijk wat dubbel: een voetbalclub die vandaag wordt opgericht zou aarzelen vooraleer ze een enigszins karikaturale beeltenis van een Indiaan in haar logo opneemt.

Universeel blijven

Mensenrechten moeten universeel blijven, lokale detailverschillen mogen het beginsel zelf niet ondergraven. Maar er zijn ook dingen die als universeel worden voorgesteld en het niet zijn. Ze weerspiegelen vooral de macht van de heersende cultuur.

Dat is vreemd genoeg het geval voor de schijnbaar objectieve wereld van de universitaire rankings. Steevast domineren de Britten en de Amerikanen de top-100. Vreemd, want mochten de Amerikanen superieur intelligent zijn, dan hadden ze Donald Trump niet tot president verkozen. En als de Britten intellectueel iedereen zouden overklassen, waren er minder Brexiteers. Onder de slimste academici die ik ken, bevinden zich Italianen en Spanjaarden, wier universiteiten volgens de rankings nauwelijks enige kwaliteit bieden. Hoe komt dat? Italianen publiceren weleens een boek, terwijl om in rankings te scoren het beter is korte, gortdroge en stilistisch wankelmoedige artikelen in internationaal gereviewde tijdschriften te schrijven.

Hunkering naar regionalisme is niet altijd door politieke motieven ingegeven. Bang dat Catalonië navolging krijgt, ben ik niet. Tja, even wilde Californië zich van Trump afscheiden, maar niet van de VS. Wel zie ik een mooie toekomst voor emotioneel en cultureel regionalisme, omdat het twee essentiële dingen rechtdoet die in de kieren van het zuiver rationele denken en de globalisering verloren dreigen te gaan: geborgenheid en intelligentie.

Niet helemaal onverschillig

Geborgenheid betekent dat het ook voor wie zich overal thuis voelt, niet helemaal onverschillig is waar hij zich bevindt. De plicht om wereldburger te zijn, het hoge aanzien dat zo’n protserig begrip geniet, houdt in dat mensen overal ter wereld zoeken naar wat wij met elkaar delen, wat ons verbindt. Terwijl onze liefde voor personen, dieren, dingen, niet is gebaseerd op de gelijkenis maar op het verschil.

Inwisselbaarheid leidt tot oppervlakkigheid. Lokale bieren, taarten, augurken en jenevers smaken beter dan de grote merken, ook wanneer ze eigenlijk slechter zijn. Wanneer zij een gebrek vertonen is het precies dat wat ons raakt. Zelf ontroert mij, liefhebber van bittere bieren, de lokale Tripel die net iets te zoet smaakt. Zou ik niet willen missen. Zoals een kind dat zijn oude, wat afgeleefde knuffel kwijtspeelt, ontroostbaar blijft nadat het een nieuwe heeft gekregen, exact dezelfde, splinternieuw, maar zonder de geliefde gebreken. Kortom, regionalisme schept geborgenheid.

Scherpt ons verstand 

En het scherpt ons verstand, leidt tot meer verfijnde analyses. Je kunt heel ruime gedachten ontwikkelen vanuit een zeer regionale uitvalsbasis. Dan denk ik aan de Franse filosoof Gustave Thibon (1903-2001). Geboren in Saint-Marcel-d’Ardèche en daar overleden. Klinkt minder flashy dan New York. En toch was Thibon een bijzonder originele denker, die het lokale ruimschoots oversteeg en viermaal genomineerd werd voor de Nobelprijs voor de literatuur. Het tegendeel bestaat ook: een internationale captain of industry die meteen weet hoe de samenlevingsproblemen in Brussel aan te pakken. Zijn oplossing zal altijd de nodige verfijning missen, omdat zij onvoldoende variabelen in rekening brengt.

Precies daarom stelt de lectuur van hoogwetenschappelijke artikelen in de gedragswetenschappen me teleur. Je vindt er rechtlijnige analyses gebaseerd op feitenmateriaal. Maar de mensen die er staan beschreven, worden gereduceerd tot eigenschappen die voor het onderzoek nuttig zijn. Het persoonlijke, unieke, regionale, komt nauwelijks aan bod.

In het detail 

Ik geloof vast dat in het detail de synthese ligt. Meer dan in de synthese zelf. Je kunt Frans Hals beschrijven als een Hollandse meester van de zeventiende eeuw die uitmuntte in portretten, maar ook als de onovertroffen grootmeester in het schilderen van handen en vingers. Dat laatste vind ik juister en treffender. Je kunt Johannes Vermeer zien als de koning van intimistische taferelen en de voorloper van de Hollandse fijnschilders, maar ook als de kunstenaar die zelfs van een personage dat op de rug is weergegeven de gedachten kon schilderen. Daarin zit zijn uniciteit.

Om een gelijkaardige reden is de keuze voor de regio verre van zinloos. Wat immers achter de liefde voor het regionale schuilt, is het geloof in de suprematie van het kleine dat de weg naar grotere gedachten opent, maar niet zomaar in waterdichte systemen te vatten valt.

Globalisering schiet tekort 

De globalisering schiet daarin tekort. Een streekproduct dat wij op Texel kopen en waarop in kleine lettertjes made in China staat, beschouwen we terecht als verraad. Liever een minder product, maar emotioneel nabij, als balsem voor de ziel.

En ook de zuivere rede faalt. Mensen moeten in staat zijn redelijk te denken, maar niemand leeft van de rede alleen. Haar uniformiteit en herhaalbaarheid zijn zowel haar sterkte als haar beperking. Daarin verschilt zij van kunst. Een kunstenaar kijkt ook naar bestaande standaarden - om ervan te leren en af te wijken. Zo raadde de Franse schilder François Boucher (1703-1770) een jonge collega aan, wilde die werkelijk een groot kunstenaar worden, naar Italië te reizen: “Doorkruis het land, bestudeer er de grote meesters, maar imiteer ze niet.”

De manier waarop mensen van geijkte standaarden afwijken zonder hen te verloochenen, is hun kracht en hun schoonheid. In de kunst en in het leven. 

Kerkjurist en publicist Rik Torfs was leider van de CD&V-fractie in de Belgische Senaat (2011-’13). In 2016 schreef hij ‘Fear of Happiness’.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden