’Dat je als persoon iets groots kunt veranderen, daar geloof ik wel in’

’Waarom ga ík niet op de barricaden staan, waarom maak ik theater? vroeg ik me weleens af. In dit stuk valt dat samen. Hier kan ik zo’n ideaal en dat wat ik het liefste doe combineren.”

Aafke Buringh (29) heeft wel affiniteit met Jeanne d’Arc, de dappere Maagd van Orléans, die met het zwaard de weg baande voor Frankrijks bevrijding en Karel VII’s koningschap, maar daarna weigert zich te voegen naar de eigenbaat aan het hof.

„Er is veel van haar waar ik achter sta. Bijzonder vind ik dat zij zegt wat zij denkt en daar helemaal voor gaat, ongeacht de consequenties. Dat dat op den duur mensen kan gaan irriteren, kan haar niet schelen. Zij staat voor haar visie op een betere wereld.’

Op toneel klinkt haar stem vast en stellig, maar het figuurtje van Buringh als Jeanne oogt, in een wit jurkje en blootsvoets, kwetsbaar: „Jeanne heeft een heel grote overtuiging, zij vecht voor een heel land. Het is het gevecht dat zij moet leveren, de weerstand die zij vervolgens oproept en dan het moment dat mensen haar wel moeten uitschakelen. Dat is tragisch, daarom vind ik het bijzonder om haar te spelen.”

„Het gaat niet om het hebben van een ideaal, maar om het grijpen van de kans dat te verwezenlijken. Dat je als persoon iets groots kunt veranderen, daar geloof ik wel in. In het geval bijvoorbeeld van het boek van O. J. Simpson over de moord op zijn ex-vrouw heeft haar familie die uitgave nog net weten tegen te houden met felle acties.”

„Aan de heel korte eerste speelperiode, nu anderhalf jaar geleden, is een hectisch repetitieproces voorafgegaan. We deden in die tijd voornamelijk korte projecten. Een korte voorbereiding met als bijkomend voordeel: je kunt niet verkeerd kiezen, want je moet. Maar na zo’n vier jaar had Koos Terpstra, onze artistiek leider, toch wel weer behoefte aan een langere voorbereiding. En ’Jeanne d’Arc’ stond als eerste op zijn lijstje.”

„Intussen waren wij op tournee met ’Zonnekinderen’ van Gorki, kwamen ’s nachts laat thuis, moesten dan overdag terug naar Groningen om even te repeteren – tussen elf en twee hooguit – en daarna snel weer weg voor de avondvoorstelling ergens in het land. En toen die tournee was afgelopen, was een aantal nog op tournee met een andere voorstelling. Van de drie maanden voorbereiding hebben we eigenlijk maar tweeënhalve week met de hele groep gewerkt. Dat had wel z’n weerslag op de voorstelling. Die was nog niet ingedaald.”

Toch schreef deze krant destijds: ’Lang niet bij het NNT die betrokkenheid gezien’. „Koos”, zegt Aafke Buringh, „is altijd op zoek naar een andere manier van spelen, van inspireren. Hij gaf verschillende opdrachten. Zo moesten we met z’n vieren een scène van Schiller goed bestuderen, er uithalen wat we belangrijk vonden en daar een act van maken. Dat heeft veel beelden opgeleverd die ook echt in de voorstelling zijn terechtgekomen. Je krijgt dan sterk het gevoel dat je het samen hebt gemaakt. De tekst van Schiller was de basis, maar wel drastisch bewerkt door Koos. En door deze werkwijze.”

„Het na zo’n tijd weer opnemen van een voorstelling werkt goed. Dan is het bezonken en tegelijk kijk je weer fris aan tegen de tekst. Vaak blijven dingen, ook uit andere voorstellingen die je inmiddels hebt gespeeld, hangen en die kun je dan gebruiken. Je bent je meer bewust van wat je met een scène kunt doen. Natuurlijk verandert een voorstelling daardoor.”

„Anders is bijvoorbeeld dat mijn eindmonoloog er uit is gehaald. Koos gaf mij in die eerste periode als opdracht: ’Ga alles vertellen waar je boos van wordt, maar zonder boos te worden, vóór de spelersgroep die niets van deze opdracht weet, en dat drie uur lang’. Na twintig minuten begon iedereen te schuifelen, maar na drie kwartier was dat afgelopen. Ik kwam erdoorheen! Na zo’n twee uur heeft Koos het gestopt. En had ik wel allerlei rare wendingen en overgangen gemaakt. Zo moest ik ook in de voorstellingen improviseren.”

„Het is een eer als een regisseur zoveel vertrouwen in je heeft dat hij je zoiets laat doen, maar ik vond het vreselijk, die monoloog. Je wilt als actrice toch behagen, terwijl je weet dat je het publiek staat te irriteren. Dat voelt erg tegen je acteursbehoefte in.”

„Anders is ook hoe tekst een andere kleur kan krijgen. Er is een zin van Jeanne, die heeft moeten beloven haar maagdelijkheid nooit te zullen opgeven: ’Nooit zal ik een kindje aan mijn lippen drukken’. Eerst was die zin voor mij nogal abstract, maar nu, nu ik inmiddels zelf een zoontje heb, voel ik die emotie van het besef dat dat je nooit gegund zal zijn.”

„Theater is me met de paplepel ingegoten. Mijn ouders waren indertijd de zakelijke en artistieke leiding van jeugdtheatergroep Teneeter en daar was ik ook altijd te vinden. Ik heb op mijn zestiende al auditie gedaan voor de toneelschool in Maastricht. Afschuwelijk, veel te jong en meteen afgewezen.”

„Ten slotte ben in Arnhem afgestudeerd en daarna vrij snel bij NNT terechtgekomen. Het fijne vind ik, dat we met veel verschillende regisseurs werken. De verschillen in aanpak houden iedereen fit en helder. We voelen ons een ensemble, maar het is zelden dat we met z’n allen een voorstelling maken. Dat zou ik graag nog ’s willen: samen met het hele ensemble iets naar een ander plan tillen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden