Dat is het goeie van de christelijke God: hij haalt zijn huid open aan zijn eigen schepping.

Als predikant werk ik in een plaats in de Randstad waar de kerk fors moet bezuinigen. Het aantal wijkgemeenten wordt gehalveerd. Het is zelfs niet zeker of de pastorie waarin ik woon, blijft staan. Soms word ik in dromen achtervolgd door bruine verhuisdozen die met hun flappen nijdig naar mijn benen happen.

Benieuwd las ik daarom de pas verschenen brochure van de synode van de Protestantse Kerk, 'Leren leven van de verwondering'. Het geeft een visie op, zoals de brochure zegt, 'het leven en werken van de kerk'. Hoewel er ook goede dingen in staan, merkte ik dat mijn aandacht gaandeweg verslapte. Van het rapport moet en wil de kerk veel, en daar word ik een beetje moe van. 'Het Woord moet handen en voeten krijgen'; 'wij verplichten ons tot het verbeteren van het gemeente-zijn' - dat soort vermaningen, in soms hobbelig proza. De ironie is dat het rapport zelf doet wat het de moderne cultuur verwijt: het legt een 'druk' op de mensen.

Mijn verslappende aandacht ging gepaard met een groeiend besef van leegte. Het rapport wil namelijk 'weg van het verlammende gevoel dat de kerk een aflopende zaak zou zijn'. De indruk blijft hangen dat God afwezig is in zowel de huidige kerkelijke situatie als de cultuur. God is ergens in de toekomst waar het veel leuker is, in een kerk die beantwoordt aan de visie die het rapport schetst.

Hier wreekt zich de extreem protestantse theologie van het stuk. De aanwezigheid van God wordt praktisch beperkt tot het gepredikte Woord. Maar dat Woord heeft het eigenaardige verlangen om 'vlees', dus schepping te willen worden en is daarom ook aanwezig in de viering van tastbaar brood en wijn. God belichaamt zich niet in mooie voornemens, maar in de concrete 'aflopende' situatie van vandaag.

Dat vind ik nu juist het goeie van de christelijke God: hij haalt zijn huid open aan zijn eigen schepping. Christus loopt als vreemdeling op met de moedeloze Emmaüsgangers en gaat met hen aan tafel. Hij is in het pijnlijke afscheid van het oude en vertrouwde. Het rapport verlangt echter naar vroeger en kijkt met een schuin oog naar de groeiende kerken in de Derde Wereld, die nog in een collectieve cultuur leven die bij ons heus voorbij is. Wakker worden, dames en heren synodeleden!

God is niet in heimwee naar het verleden, noch in plannen voor de toekomst. Hij is hier en nu. Als we God vandaag niet herkennen, zullen we hem ook in de toekomst niet kunnen vinden. Een rapport dat 'weg wil' uit de huidige moeilijke werkelijkheid, leidt daarom nergens heen. Het ruikt naar oplossingsgerichte managers die de slogan 'onze filialen zijn elke zondag geopend' boven hun bureau hebben hangen. Kerk-zijn in onze tijd is geen probleem dat opgelost moet worden, maar een weg om te gaan.

Stel dat de kerk in Nederland inderdaad 'een aflopende zaak' is. Nou en? Wat slecht is voor een gloeilampenfabriek is dat nog niet voor de kerk. Sterker nog, het evangelie is zelf een aflopende zaak. De oudste versie eindigt met een mislukte messias, een leeg graf en verbijsterde volgelingen die teruggestuurd worden naar de werkelijkheid van het bezette Galilea. God heeft kennelijk iets met aflopende zaken. Hij is een 'koopman in oud roest', dichtte Gerrit Achterberg; niet goed bij zijn hoofd wellicht, maar wel bij zijn hart.

We kunnen ons afvragen of de kerk vroeger, toen de banken nog doorbogen onder het vrome vlees, soms niet meer een aflopende zaak was dan vandaag. Als vanzelfsprekend onderdeel van het maatschappelijk meubilair kon ze volstrekt nietszeggend zijn - als het antieke bureau waarop de Duitse keizer 'in naam van God' zijn oorlogsverklaringen tekende.

God woont in de werkelijkheid, niet in wishful thinking. Christus wandelt tussen de verhuisdozen, de moeizame vergaderingen, de af te stoten kerkgebouwen. Dat de kerk moet bezuinigen is dus niet het probleem. Het probleem is dat gevlucht wordt in plannen voor een 'succesvolle' kerk in de toekomst - wat dat ook moge wezen. Volgens het rapport leeft onze cultuur in de illusie van 'de maakbaarheid van het eigen bestaan', maar het verkondigt zelf de illusie van de maakbaarheid van de kerk. Het verlaat de realiteit en daarmee God die bron van vreugde, creativiteit en (inderdaad) verwondering is. Niet de situatie is verlammend; wij verlammen onszelf. Niet God is afwezig; wij geven zélf niet thuis.

De kerk heeft een heel ander soort rapport nodig; één dat haar geen ideaalbeeld aanpraat, tjokvol 'moetens' en 'willens', maar haar helpt om in de werkelijkheid te blijven staan, met grote lofzang en gebed.

De Emmaüsgangers verloren zich niet in goede voornemens, maar zetten zich aan hun mismoedige tafel waaraan de Vreemdeling het brood brak en zij hun eigen pijn in zijn handpalmen zagen. En hun wereld kantelde in licht.

Die Vreemdeling drijft een handeltje in aflopende zaken. Maak hem niet werkloos.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden