Dát is geluk, dit weten van liefde

Meeslepende en ontroerende liefdesbrieven laten je proeven van de immense schoonheid en pijn van het bestaan

In de vroege ochtend van 19 juli 1965, midden in de Zuid-Afrikaanse winter, verliet Ingrid Jonker op blote voeten haar appartement in Kaapstad en trok voor de laatste keer de voordeur achter zich dicht. Binnen sliep haar zevenjarige dochter Simone. Bij de Drieankerbaai liep ze de ijskoude zee in. Kort na zonsopgang spoelde haar lichaam aan op het strand, precies zoals ze in haar gedichten had voorspeld.

Ondanks de betrekkelijk kleine omvang van haar oeuvre zou Ingrid Jonker (1933) na haar dood uitgroeien tot het ultieme icoon van de Afrikaanstalige poëzie. Toen Nelson Mandela bij de opening van het eerste democratisch gekozen Zuid-Afrikaanse parlement in 1994 haar gedicht 'Die Kind' voorlas, werd Jonker ook buiten Zuid-Afrika bekend als een symbool van verzoening tussen blank en zwart.

De fatale verdrinkingsdood voltrok zich ruim twee jaar nadat Ingrid Jonker en André Brink (1935), naderhand de veelvoudig bekroonde en internationaal bekende auteur van 24 romans, elkaar voor het eerst hadden ontmoet. Ze raakten onmiddellijk aan elkaar verslingerd. In zijn autobiografie 'Tweesprong' zou Brink noteren dat zijn leven na zijn ontmoeting met Jonker nooit meer hetzelfde zou zijn.

Ten tijde van de affaire woonde Brink met zijn vrouw en zoontje in Grahamstad. Als universitair docent, te midden van een conservatieve blanke omgeving, moest hij respectabiliteit uitstralen. Dat kostte hem de nodige moeite. Hij was nog maar net terug van een studieverblijf in Parijs waar hij onder de indruk was geraakt van culturele en sociale vernieuwingen die hem met andere ogen naar zijn vaderland lieten kijken. In zijn romans maakte hij geen geheim van zijn kritiek. Zijn roman 'Kennis van de avond' (1973) zou om die reden worden verboden.

Ingrid Jonker woonde na haar echtscheiding met haar dochtertje in Kaapstad waar ze als copywriter werkte. Ze kon nauwelijks het hoofd boven water houden en trok van de ene plek naar de andere. Aan haar jeugd had ze tal van littekens overgehouden. Toen ze elf was overleed haar psychisch gestoorde moeder. De oma die voor haar zorgde stierf niet lang daarna. Door haar vader werd ze afgewezen.

Maar ondanks haar kwetsbaarheid kwam ze op tegen het apartheidsstelsel en tegen de hypocriete moraal die destijds Zuid-Afrika domineerden. Ze weigerde om zich te laten inperken en gaf uiting aan haar strijdbaarheid in gedichten die met hun schijnbaar naïeve toon, simpele woordkeus en eenvoudig rijm en ritme een nieuwe stem lieten horen.

De twee gelieven begonnen elkaar te schrijven, brieven die flakkerden als 'vlammen in de sneeuw'. Daarmee overbrugden ze de duizend kilometer tussen Kaapstad en Grahamstad, maar moesten ze ook het gemis en verlangen bezweren in de maanden dat ze elkaar niet konden zien. De liefde beleefden ze vooral in het brieven schrijven, bruisend en intens. Maar tegelijk moest er zoveel in worden verklaard en verwerkt dat de lichte toon af en toe omsloeg in een beklemmende somberheid. Toch scheen meestal het licht. Om Brink te citeren: "Dát is geluk: dit lezen, dit weten van liefde, deze vreugde waarmee een mens de hele dag verder kan ronddwalen."

Meer dan vijftig jaar lang en gedurende vijf achtereenvolgende huwelijken heeft André Brink Jonkers brieven en de doorslagen van zijn antwoorden bewaard. Kort voor zijn dood in 2015 bezorgde hij het hele pakket bij zijn uitgever. De publicatie maakte hij niet meer mee.

'Vlam in die sneeuw', nu ook beschikbaar in een prachtige Nederlandse vertaling, omvat niet alleen een aangrijpende liefdesgeschiedenis, maar geeft ook een boeiend beeld van de benauwende politieke en maatschappelijke situatie in het Zuid-Afrika van de jaren zestig. Omdat ze elkaar dikwijls lieten weten waaraan ze werkten, krijgen we ook het nodige zicht op het creatieve proces en de ups-and-downs daarbij. Wanneer Brink zijn roman 'De ambassadeur' heeft voltooid schrijft hij bijvoorbeeld: "Een grote leegte die over me neerzakt. En dan lig je klein en onbeschut in het donker, als een uit dorre takken opgebouwde veekraal."

Ingrid Jonker is nog al eens vergeleken met Sylvia Plath. Ze schreven allebei gedichten, werden geboren in de vroege jaren dertig, pleegden kort na elkaar zelfmoord, lieten daarbij jonge kinderen achter, hadden relaties met prominente auteurs, en schreven over de opperste extase en de hevigste pijn die ze bij hun liefdes ondergingen. Deel van die pijn was de aanwezigheid van een andere vrouw. Plath worstelde met de erotische escapades van Ted Hughes, Jonker met Brinks onvermogen om zijn echtgenote in de steek te laten.

Net als het verhaal van Plath en Hughes is ook de geschiedenis van Jonker en Brink vanuit twee tegengestelde perspectieven geïnterpreteerd. Daarbij wisselen de rollen van schuldige en slachtoffer. Nu eens ligt de nadruk op de psychische onevenwichtigheid van Plath (vooral in Connie Palmens 'Jij zegt het') en Jonker, dan weer op het gebrek aan loyaliteit, of zelfs de gewetenloosheid van Hughes en Brink. In het geval van Jonker en Brink maakt de publicatie van hun brieven de weg vrij voor een genuanceerder oordeel.

Het beeld dat we hier van Jonker krijgen is dat van een intelligente en fijnbesnaarde vrouw, gevoelig voor maatschappelijk onrecht en scherp in haar waarnemingen. Behalve gevoelig is ze ook sterk, niet bereid om concessies te doen aan datgene waarvoor ze staat, ook niet als ze daardoor in financiële problemen komt. Ze neemt niet alleen, maar kan ook geven en troosten: "Kom je maar verstoppen in mijn huisje, en laat de wereld maar praten en als

het huisje te klemmend wordt, lopen we hand in hand de berg op..."

In de liefde was ze vrijgevochten en zonder taboes. Kort na het begin van hun verhouding schrijft Brink dat seks voor haar "een soort misviering is... Is dát soms de zuiverste religie van ons 'ongelovigen'? Waarom zou je anders juist dán 'O, God' zeggen?" Tijdens hun relatie is ze nog verwikkeld in een langdurige en stormachtige affaire met de schrijver Jack Cope, twintig jaar ouder dan zij. Brink is jaloers, maar probeert de situatie te accepteren, daarbij geleid door bezorgdheid voor haar en voorbijziend aan zijn eigen belangen. Hij doet zijn best om haar poëzie te promoten en in tijdschriften geplaatst te krijgen. Maar hoewel zij benadrukt dat ze niet iemands bezit wil zijn, is Brinks weigering om te scheiden voor haar een bron van enorme spanningen. Hij geeft in zoverre toe dat hij zijn vrouw vertelt van Ingrid en apart gaat slapen.

Het gerucht wil dat Jonker erg labiel was. Toch is daar in haar brieven verbazend weinig van te merken. Af en toe hoor je een noodkreet: "Je moet in me geloven. Weet je dat niemand dat ooit heeft gedaan? Je moet van me houden. Weet je dat niemand dat ooit heeft gedaan?" De goed ingelichte lezer weet dat er tijdens een gezamenlijk verblijf in Barcelona zoveel misging dat Jonker moest worden opgenomen in een psychiatrische inrichting, om vervolgens geknakt en vernederd en bovendien alleen naar huis terug te keren. Vanaf dat moment werd haar poëzie overspoeld met angstbeelden en schreef ze verhalen waaruit een enorm verlangen naar haar kinderjaren spreekt.

Jonker noch Brink kon blijven bij de scheiding die volgde op de rampzalige reis door Europa. In de daarop volgende brieven zie je de hartstocht weer opvlammen. Maar dan, in een laatste brief, laat hij haar volkomen onverwacht weten dat er een nieuwe vrouw in zijn leven is. Wij weten wat er daarna gebeurde. Jonker maakte een einde aan haar leven, Brink stapte voor de tweede maal in een huwelijk.

Ook voor de lezer heeft deze afloop ingrijpende gevolgen. Het gaat niet langer om de vraag wie verantwoordelijk was voor het mislukken van deze intense liefde. Je staat nu, samen met Ingrid Jonker, voor de verschrikkingen die het leven in petto heeft, voor je onvermogen om te ontsnappen aan het verlies en verraad, onverschillig of je daar nu de veroorzaker of het slachtoffer van bent. Je bent geen rechter meer, maar staat weerloos tegenover de immense schoonheid en pijn van het bestaan, en de verlossing die de liefde te bieden heeft. Maar je hebt evengoed weet van de donkere kerker waarin diezelfde liefde je kan opsluiten. Die hele wirwar van tegenstrijdige emoties en ervaringen is te vinden in dit meeslepende en ontroerende boek.

Ingrid Jonker & André Brink: Vlam in de sneeuw. Liefdesbrieven Vert. Karina van Santen, Rob van der Veer en Martine Vosmaer. Podium; 536 blz. euro 34,90

Black Butterflies

Sinds de VPRO-documentaire 'Korreltjie niks is my dood' van Saskia van Schaik (2001) heeft Ingrid Jonker ook in Nederland bekendheid gekregen. Een door Gerrit Komrij vertaalde keuze uit haar poëzie werd in 2000 gepubliceerd onder de titel 'Ik herhaal je'; daarin was een korte, door Henk van Woerden geschreven biografie opgenomen. In 2011 ging de Engelstalige, door Paula van der Oest gemaakte 'Black Butterflies' in première, met Carice van Houten in de rol van Ingrid Jonker.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden