'Dat is een beroemde voetballer, dat is Koenman'

Neem nou Feyenoord-Ajax van 28 augustus 1960. Er worden tijdens die tweede ronde van de nieuwe competitie maar eventjes veertien doelpunten gemaakt in de Kuip. Negen stuks door Feyenoord, vijf door Ajax. Binnen een kwartier hebben de Rotterdammers er al drie in liggen. Het zijn drie typische Coen Moulijn-goals, althans, doelpunten die door de legendarische linksbuiten worden voorbereid.

Ajax' rechtsback Ger van Mourik is die dag een beklagenswaardige figuur. In de derde minuut wordt hij buitenom door Coentje gepasseerd. Een afgemeten voorzet volgt en daar staat linksbinnen Henk Schouten, wiens kopbal doelman Bertus Hoogerman te machtig is: 1-0. Drie minuten later wordt Van Mourik door een aantal schijnbewegingen van Moulijn gefopt: binnendoor dreigen, buitenom dreigen, nog eens binnendoor dreigen en dan toch weer buitenom passeren. Opnieuw volgt een zuivere voorzet en daar is het hoofd van Rinus Bennaars: 2-0. Nadat Cees Groot eerst nog even heeft tegen gescoord, raakt Van Mourik andermaal in paniek door het tollen en dollen van Moulijn en, hup, daar slaat Cor van der Gijp toe: 3-1. Zo ging het de hele middag door. Rust 5-2, eindstand 9-5.

Jaren later werd Ger van Mourik door Coen Moulijn in een special van Voetbal International 'een pittige rechtsback' genoemd. Het vreemde was dat Coen soms geen poot aan de grond kreeg bij de fors gebouwde verdediger en andere keren juist tegen Van Mourik de pannen van het dak speelde. “Ik kreeg in elk geval nooit een doodschop van Van Mourik.” Dat laatste bevestigt de Amsterdammer. “Ik ging er stevig tegen aan, maar in die tijd werd meestal fair gespeeld. We gingen als Ajacieden en Feyenoorders ook prima met elkaar om. Dat is na onze actieve voetbaltijd ook gewoon zo gebleven. Oud-Ajax en Oud-Feyenoord hebben vaak tegen elkaar gespeeld en dan was het ook na afloop altijd reuze gezellig. In het veld was indertijd natuurlijk ook sprake van grote rivaliteit, maar vijandigheid was er niet. Je ging gewoon goed met elkaar om. Daarom ben ik deze week ook zo geschrokken van de berichten over Coen. Ik wens hem het allerbeste toe.”

Onvoorspelbaar

Veertien keer stonden Moulijn en Van Mourik in de 'Klassieker' tegenover elkaar. Van Mourik herinnert zich het onvoorspelbare karakter van die ontmoetingen. “Gemiddeld werd in die wedstrijden heel veel gescoord. Dat kwam omdat beide teams op de aanval speelden. Soms hield ik Coen tachtig minuten onder controle, maar dan kon hij toch nog een beslissende actie hebben. Hij was in zijn bewegingen zo verdraaid moeilijk te volgen. Als back wist je dat Coen acht van de tien keer buitenom ging, maar zeker wist je het nooit. En had hij je eenmaal gepasseerd, dan was hij op de eerste meters enorm snel en kreeg je hem niet meer te pakken. Bovendien had hij een schitterende voorzet.”

Van Mourik ontmoette nooit een andere linksbuiten van Feyenoord, Moulijn wel diverse andere rechtsbacks van Ajax. 36 Keer speelde Moulijn mee in de nationale topwedstrijd. Sjaak Swart was er precies even vaak bij. De orthodoxe linksbuiten en de al even orthodoxe rechtsbuiten zijn in dit opzicht recordhouders en zullen dat ongetwijfeld blijven, nu 'belager' Danny Blind als laatste honkvaste speler van Ajax morgen pas toe is aan zijn 28ste wedstrijd tegen Feyenoord.

De eerste tegenstander voor Moulijn na het tijdperk-Ger van Mourik was Piet Ouderland. Op 5 februari 1961 ging het in Amsterdam (0-1) om een eenmalige ervaring voor Ouderland en dat speet de Ajacied niet. “Ik was linksback, zij het van nature een rechtsbenige. Voor die ene wedstrijd zaten we met blessures en moest ik op rechts tegen Coen spelen. Voor een back was hij een vreselijk lastige klant. Hij was razendsnel in zijn bewegingen en bijzonder getruct. Ik kan niet zegen dat Coen een komediant was, maar hij was zó licht - bij het minste lag hij op de grond en kreeg hij een vrije trap mee. Bij het Nederlands elftal heb ik ook nog enkele keren met hem samen gespeeld. Ook dat was niet altijd een pretje, want Coen verdedigde echt voor geen meter mee. Het verdedigen liet hij heel graag aan de verdedigers over. Maar ik vond 'm wel altijd een moordgozer. Coen kon natuurlijk ook verschrikkelijk goed voetballen. Ik ben er echt van geschrokken toen ik hoorde wat hem vorige week is overkomen.”

In de zomer van 1955 verkocht Xerxes de toen nog als linksbinnen spelende Coen Moulijn voor 25 000 gulden aan Feyenoord. In het najaar van 1956 speelde Coentje zijn eerste wedstrijd tegen Ajax (7-3 voor Feyenoord) en nadien zou hij pas in het voorjaar van 1971 voor het eerst een wedstrijd tegen de eeuwige rivaal missen. Trainer-coach Ernst Happel passeerde de linksbuiten toen voor het bekerduel dat Feyenoord voor eigen publiek met 2-1 verloor. Zes weken later speelde Coen voor de laatste keer tegen Ajax. Het was in het Olympisch Stadion een gedenkwaardige wedstrijd. Theo Laseroms begon dat directe titelduel met een gebroken sleutelbeen, Wim van Hanegem sloeg Johan Neeskens bewusteloos en Feyenoord greep verrassend het kampioenschap door met 3-1 te winnen. In het najaar van 1971 was Moulijn er bij de volgende Ajax-Feyenoord niet bij, omdat hij toen nog herstellende was van een bizar ongeluk. Zijn auto werd gegrepen door een goederentrein. Van de auto was niet veel meer over dan een hoop verwrongen blik, maar Coen - die naar buiten werd geslingerd -had slechts schaafwonden en een paar gekneusde ribben. Er werd beweerd dat het om een poging tot zelfmoord ging. Dat leek onwaarschijnlijk, omdat hij in het Zuiderziekenhuis een uurtje later zijn gevoel voor humor al weer terug had. “Die trein week niet uit.” Ruim een jaar later, op 24 april 1972, raakten Feyenoord en de familie Moulijn opnieuw in paniek. Toen werd in Rotterdam het bericht verspreid dat Coen zelfmoord had gepleegd. Aanvoerder Rinus Israël kreeg de schrik van zijn leven toen hij telefonisch de familie Moulijn wilde condoleren en Coen zelf aan de lijn kreeg.

Na de botsing met de trein kwam Coen nog even terug, maar op 9 januari 1972 sloeg vervolgens het noodlot op het veld toe. Bij een onschuldig duel met de Blauw-Witter Ab Schonewille raakte zijn linkerarm uit de kom en scheurden enkele banden. Nog eens herstelde de lichtgewicht, maar op 8 maart 1972 betekende de thuiswedstrijd voor de Europa Cup I tegen Benfica zijn laatste wedstrijd voor Feyenoord. Met een eresaluut tegen het nationale elftal van Uruguay zwaaide hij drie maanden later als speler af. Het Rotterdamse publiek bedankte hem die avond met twintigduizend rode en witte anjers.

Coen Moulijn speelde tussen 1956 en 1971 dus 36 keer tegen Ajax. Anders dan in de generaties na hem was Feyenoord in zijn tijd iets sterker dan Ajax: vijftien keer won Coentje van Ajax, twaalf keer verloor hij en negen keer werd het gelijk. Het aantal doelpunten in die reeks was enorm: 75 voor Feyenoord, 70 voor Ajax. Coen was zelf altijd de man van de beslissende voorzet, maar hij scoorde zelf ook nog vier maal. “Bij Feyenoord-Ajax wordt altijd gevoetbald”, zei Mister Feyenoord. Gaandeweg ging de evolutie van het spel hem echter tegen staan. In de jaren van de duels met Ger van Mourik, Piet Ouderland en Henk Tijm, viel de aanvaller aan en verdedigde de verdediger. Dit was ook nog het geval toen Wim Suurbier, de later zo gruwelijk harde rechtsback van Ajax, op 29 november 1964 voor het eerst tegen Feyenoord speelde. Suurbier was van rechtsbuiten toen al rechtsback geworden. Als jonge verdediger had hij totaal geen vat op Moulijn. Die eerste keer werd het 9-4 voor Feyenoord. Midvoor Hans Venneker scoorde vijf maal en Coen flitste keer op keer langs Suurbier. In volgende jaren had Coen het veel minder naar zijn zin tegen Suurbier. Van alle rechtsbacks waren er drie waar Coen beducht voor was: Harry Brüll van Rapid JC, Frits Flinkevleugel van eerst DWS en later FC Amsterdam en Wim Suurbier. Brüll was een meedogenloze ijzervreter waar Coen nooit goed tegen speelde ('in Limburg heb ik sowieso bijna nooit een opvallende wedstrijd gespeeld'), Flinkevleugel brak hem met een buitengewoon grove actie een kuitbeen en voor Suurbier ging hij op den duur ook liever een straatje om. Maar het vervelendste aan de ontmoetingen met het Ajax van Suurbier vond Coen de gaandeweg gegroeide verplichting om de naar voren trekkende rechtsback te volgen. In de door Ger Bestebreurtje geschreven biografie Coen Moulijn vertelt, geeft Coen aan hoe hij tegen die ontwikkeling van het spel aan keek. “Suurbier is puur defensief geen uitblinker, zeker niet de moeilijkste om te passeren. Maar als hij oprukt, moet ik hem als moderne aanvaller afstoppen en dat valt niet mee. Wim is veel jonger dan ik en in zijn ren naar voren gaat hij steeds harder.” Coen heeft hier nooit aan kunnen wennen. Een rechtsback diende hem te volgen, andersom vond hij flauwekul.

Na zijn loopbaan als speler is Coen Moulijn altijd een echte Feyenoorder gebleven. De wedstrijden tegen Ajax heeft hij zich nooit laten ontnemen. Gaandeweg ergerde hij zich wel aan de steeds hatelijker sfeer bij zijn bezoeken aan Amsterdam. Andersom was de agressie in Rotterdam tegen Mister Ajax Sjaak Swart nog groter. Uiteindelijk besloot Swart de Klassieker in de Kuip maar niet meer te bezoeken. Coen ging nog wel naar Amsterdam, maar op den duur met steeds minder plezier.

Elftalleider

Moulijn maakte vanaf 1988 de even traditie- als doelpuntrijke Klassieker nog enkele keren 'ambtshalve' mee. In 1988 werd hij door het bestuur van Feyenoord tot onbezoldigd 'Elftalleider' benoemd bij het toen nogal tobbende team van trainer Pim Verbeek. Hij stelde zich er veel van voor, maar in december 1989 hield hij het al voor gezien. “Dit is niks voor mij. Ik wilde invloed hebben, maar in werkelijkheid houdt zelfs al iemand als bewindvoerder Joop van der Reijden mij overal buiten. Dan kan ik mijn energie maar beter voor mijn kledingzaak gebruiken.”

Een jaar later werd de legendarische linksbuiten in zijn geboortebuurt, het Oude Noorden in Rotterdam, op juistere waarde geschat. In de buurt waar hij als straatvoetballertje opgroeide, verrees 'Het Muurtje van Moulijn'. Het monument, met de beeltenis van Coentje er in, staat midden in een migrantenwijk. Staande voor de Muur, vroeg ik vorig jaar een klein Marokkaantje of hij wist wie die man op die gedenkplaat in het muurtje was. “Dat weet ik, dat is een beroemde voetballer. Dat is Koenman.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden