'Dat ik schrijver ben, geloof ik nog steeds niet'

Toen hij tegen de veertig liep, realiseerde Jan Terlouw zich dat er twee dingen zijn die ieder mens kan proberen, zonder erin opgeleid te zijn: schrijven en de politiek in gaan.

Les 1

Je hoeft niet alles aan te nemen

"Ik was een jaar of negen toen ik met mijn vader op bezoek was bij vrienden van hem, atheïsten. Op tafel lag een boek dat begon met de mededeling dat er zeer weinig aanwijzingen waren voor het bestaan van Jezus. Nog herinner ik me het gevoel toen ik dat las: zo kun je er ook over denken, je hoeft niet alles aan te nemen. Het was een klein feestje voor me.

Wij zijn zeer christelijk opgevoed. Op zondag twee keer naar de kerk, luisteren naar de dienst van mijn vader. Hij was een hervormde dominee binnen de Gereformeerde Bond, maar verre van dogmatisch. De wijsheid had hij niet in pacht als het om levensvragen ging. Nooit zei hij: zo is het, punt. Als ik op zondag wilde schaatsenrijden op het Uddelermeer zei hij niet: dat wil God niet, maar: ik weet ook wel dat het God niets kan schelen als jij dat op zondag doet, maar de gemeente kan het wel wat schelen en ik moet het de hele week uitleggen dus je zou me een plezier doen als je het niet deed. Als domineesgezin in een dorp, eerst in Garderen later in Wezep, woon je in een glazen huis.

Geleidelijk aan heb ik het geloof verlaten, waarbij een rol speelde dat ik mijn ouders niet wilde kwetsen. Het heeft niet tot conflicten geleid, wel tot discussies.

Maar dat was na de oorlog. De oorlog, die duurde van mijn achtste tot mijn dertiende, beïnvloedde mijn leven voorgoed. Vooral toen we na de bevrijding hoorden van de concentratiekampen. Eindelijk werd duidelijk wat er gebeurd was met de jongen naast me in de klas die opeens weg was. Je mensbeeld verandert daardoor, maar ook Gods rol veranderde voor mij toen ik adolescent was. Mijn vader reageerde heel wijs. Als ik zei: vader, dat God alles kan, alles weet en oneindig liefdevol is, is toch niet te rijmen met wat er in de oorlog is gebeurd? Anders dan zijn collega's gedaan zouden hebben, reageerde hij niet bestraffend maar hij antwoordde: dat begrijp ik toch ook niet."

Les 2

Versneld volwassen worden is geen sinecure

Veel moeilijker dan met alle rituelen van een Gereformeerde Bondsjeugd, had ik het met de nasleep van de oorlog. In het laatste oorlogsjaar ben ik versneld volwassen geworden. Van september tot mei kon ik niet naar school. In plaats daarvan werkte ik bij boeren en was ik bezig met trekkers, zoals wij ze noemden: mensen in versleten kleren, op gymnastiekschoenen door de sneeuw, met kinderwagentjes, die in de Hongerwinter probeerden een mudje rogge te kopen. Deerniswekkend. Soms brak hun karretje en probeerde ik ze te helpen, of ik vergezelde ze naar afgelegen boerderijen in de hoop dat daar nog wat te halen viel.

Ik was onafhankelijk, ik zag dingen die ik niet hoorde te zien en ik sprak er niet over - mijn ouders wisten vaak niet waar ik was en berustten daar in. Maar na de bevrijding moest ik weer kind worden. Ik moest weer naar school, huiswerk maken en om 9 uur thuis zijn. Doordat ik een jaar achterstand had opgelopen in de oorlog snapte ik op zeker moment mijn geliefde wiskunde niet meer. Mijn klasgenoten, die ook allemaal achterstand hadden, waren gemiddeld vier jaar ouder dan ik. De jongens waren veel groter en sterker, ik kon hun sport niet bijbenen en twee oudere meisjes moederden over me. De moeilijke jaren waren pas voorbij toen ik op mijn zeventiende het huis uitging om wis- en natuurkunde te studeren."

Les 3

Hoed u voor mensen die iets zeker weten

"Dertien jaar heb ik kernfusieonderzoek gedaan in Amerika, Zweden en Nederland. Ik vond het een prachtig vak, diepzinnig in veel opzichten, maar ook smal. Het gaat niet over economie, niet over allerlei menswetenschappen. Ik liep tegen de veertig en vroeg me af of ik dit de rest van mijn leven wilde doen, tot ik mij realiseerde dat er twee dingen zijn die ieder mens kan proberen zonder dat per se een opleiding nodig is: schrijven en in de politiek gaan.

In januari 1967 ben ik lid geworden van D66, een sociaalliberale partij die aansloot bij mijn idealen. De vrijheidsrechten en open benadering van D66 bevielen mij zeer, evenals het emanciperen van de burger: geef de burger verantwoordelijkheid, betuttel hem niet. Met twintig mensen hebben we ons drie jaar voorbereid op de gemeenteraadsverkiezingen in Utrecht. We werden vrienden en dronken veel bier, het was heerlijk om te doen. Met het mooiste programma van alle partijen zijn we in 1970 met vier zetels in de gemeenteraad gekomen, ik werd gekozen als fractievoorzitter. Ik was al gepromoveerd, had internationale conferenties toegesproken over natuurkunde, maar nooit ben ik zo zenuwachtig geweest als voor mijn eerste publieke optreden in de gemeenteraad. Omdat er voor het eerst van mijn leven pers bij was, anders dan vakpers. Toen ik een jaar later in de Tweede Kamer mijn maidenspeech hield, was het over.

De stap van wetenschap naar politiek is een salto mortale. Het krachtigste hulpmiddel van de wetenschapper is de twijfel: altijd dieper zoeken. In de politiek daarentegen moet je zekerheid uitstralen. Ik gruw van fact free policies zoals dat tegenwoordig heet: dat de feiten niet belangrijker zijn dan je gevoelens. Ik heb de feiten altijd een grote plaats gegeven in de politiek, maar ik merkte al gauw dat er meer is. Je hebt overtuigingskracht nodig om mensen te inspireren. Om ze in hun hart te raken moet je je op emoties richten.

Vaak heb ik aan mijn vader gedacht. Als hij op de kansel stond wist hij het zeker en predikte hij met grote zekerheid zijn geloof. Maar als ik dan naderhand mijn twijfel uitte, twijfelde hij mee. Dat had ik in de politiek net zo. Als ik voor mijn congres stond te spreken dan wist ik het zeker: dit is de lijn, zó moeten we de samenleving inrichten. Maar eenmaal terug op aarde was ik niet zo zeker.

Eén van mijn boeken heeft als titel 'Hoed u voor mensen die iets zeker weten'. Dat soort mensen is zo gevaarlijk. Ze stoppen vooruitgang en zijn fysiek gevaarlijk, ze vallen je aan. Kijk naar alle godsdiensttwisten, of de inquisitie. Iemand die niet in de transsubstantiatie geloofde werd door de inquisitie gemarteld en verbrand, maar hoe wist die inquisiteur zo zeker dat het brood veranderde in het lichaam van Jezus? Gelukkig is er wel wat vooruitgang in de beschaving. We hebben de wet op de dierenbescherming bijvoorbeeld, dat is niet ons belang maar het dierenbelang. En we hakken geen handen meer af van overheidswege.

Van nature ben ik optimistisch, behalve op het gebied van de klimaatverandering. Uit 97 procent van de wetenschappelijke artikelen hierover blijkt dat de temperatuur deze eeuw hoogstwaarschijnlijk aanzienlijk meer gaat stijgen dan 2 graden, als het beleid niet grondig verandert. Nieuw beleid is heel goed mogelijk, en toch gebeurt het niet omdat er enorme belangen zijn verbonden aan de huidige situatie voor enkelen die de halve wereldeconomie in handen hebben. Maar het is toch volstrekt immoreel om voor onze twee achterkleinzonen geen leefbare wereld achter te laten?"

Les 4

Praten is heilzamer dan straffen

"Tegelijk met de politiek begon ik met schrijven, daartoe aangemoedigd door mijn vrouw. Tien jaar lang was het ritueel bij ons dat ik onze kinderen na tafel een zelfverzonnen verhaal vertelde dat te maken had met wat ze deden of wat in de samenleving gebeurde, wat weer aanleiding gaf tot discussie. Mijn vrouw en ik hebben de kinderen altijd als gelijkwaardige gesprekspartners aanvaard. Zo zijn we zelf ook allebei opgevoed. Ik was een opvoeder die de kinderen opzadelde met verantwoordelijkheid. Als een kind liegt, kun je het straffen maar ik lokte het een verhaal in en daarna bespraken we het probleem. Daarover te moeten praten was niet makkelijk voor ze hoor, maar wel heilzaam.

Mijn vrouw, die meeluisterde naar mijn verhalen, zei altijd: schrijf op! Ik aarzelde omdat ik een hekel heb aan schrijven. Vanwege de motoriek: als kind was ik linkshandig maar op het dorpsschooltje moest ik met rechts leren schrijven. Dat ik toch schrijver ben geworden, is dan ook de grote verrassing van mijn leven, dat geloof ik eigenlijk nóg niet, ook al heb ik meer dan twintig boeken geschreven, de eerste zelfs met de hand. Veel van die boeken haalden hoge oplages en zijn nog altijd in de handel. Daarom wonen we hier zo mooi: dit landgoed met dertien hectare grond hebben we kunnen kopen dankzij de extra inkomsten van de boeken. Maar als je nu vraagt: wat voel je je diep in je hart het meest, dan is het wetenschapper.

Ik heb nooit overwogen fulltime schrijver te worden. Nadat ik in '71 in de Tweede Kamer was gekomen, schreef ik tijdens het reces. Nadenken over politiek en maatschappij en alle veranderingen in de jaren zestig stimuleerde me daarbij enorm. De dwingelandij was hier in de jaren vijftig nog zo groot. Lijkverbranding mocht bijvoorbeeld eigenlijk niet. En de voetbalpool - op zondag notabene - ook niet. Die maatschappijkritiek in mijn boeken is me wel verweten. Recensenten noemden mij een moralist. Ik beschouwde het als een compliment. Moraliteit hoort bij een mens als een staart bij een eekhoorn. Wat is het wezenlijke van een mens: hij kent als enig organisme het verschil tussen goed en kwaad.

Nu heb ik niet meer zo de behoefte voor kinderen te schrijven; hun taal en leefwijze staan te ver van mij af. Samen met onze dochter Sanne schrijf ik wel detectives. Als je met z'n tweeën schrijft - om en om een stuk - heb je met zo'n kapstok een duidelijk stramien: wie is het lijk, waarom is het een lijk, wie lost het op. Dat is niet uitgedacht van tevoren, we hebben weleens halverwege de dader veranderd."

Les 5

Het leven is te mooi om je te vervelen

"Ik heb veel verschillende dingen gedaan. Niet zozeer uit rusteloosheid maar doordat ik geboeid raak door iets anders, doordat zich weer nieuwe dingen voordoen. In 1982 heb ik de politiek verlaten. De grootste fout van mijn politieke loopbaan was dat ik het jaar daarvoor heb ingestemd met een kabinet met Van Agt als premier en met Den Uyl en mijzelf als vicepremiers. Er zat zo'n buskruit onder. Diep in mijn hart wist ik dat het gedoemd was te mislukken maar ik heb niet naar dat stemmetje geluisterd. Toen het kabinet na anderhalf jaar viel, kostte ons dat heel veel zetels. Als lijsttrekker vond ik dat ik weg moest. Niemand zei dat, het was mijn eigen beslissing.

Ik hecht zeer aan het woord verantwoordelijkheid, zowel om het te dragen als om het te geven aan anderen. Maak mensen verantwoordelijke personen - dat zit in mijn karakter en in mijn levensloop. Maar ik heb ook heel storende kantjes hoor. Vanmorgen nog zei mijn vrouw dat ik buitengewoon onredelijk praat over taalverandering. Ik kan er vreselijk over zeuren dat de onvoltooid verleden tijd aan het verdwijnen is. Mensen zeggen rustig: dinsdag waait het hard. Welke dinsdag: afgelopen dinsdag of komende dinsdag? Waar is het prachtige woord 'woei' gebleven? Daar erger ik me onredelijk aan, want taal verandert nu eenmaal.

Over ondeugden gesproken: hoeveel tijd ik vroeger niet heb zitten lorren door met vrienden te borrelen. Mensen zien mij vaak als keurig, toch heb ik iets tamelijk avontuurlijks, maar op de een of andere manier lijkt het niet bij mij te horen. Tot een paar jaar geleden heb ik motorgereden, ik heb bergen geklommen met haken en touwen, diepzeegedoken, vliegles gehad. Het avontuurlijke zit ook in alle veranderingen in mijn leven. Arbeidzaam ben ik altijd gebleven, de afgelopen twee weken heb ik vijf lezingen gehouden over vijf verschillende onderwerpen. Het leven is zo mooi, er is geen tijd om je te vervelen."

Jan Terlouw

Jan Terlouw (Kamperveen, 1931) stapte na dertien jaar wetenschappelijk onderzoek als natuurkundige over naar de politiek. In 1973 werd hij fractievoorzitter van D66 en in 1981 behaalde de partij onder zijn leiding een grote verkiezingsoverwinning. In het kabinet-Van Agt II en III was hij minister van economische zaken en vicepremier. Nadat hij de politiek verliet, was hij tot zijn pensioen in 1996 achtereenvolgens secretaris-generaal van de Conferentie van Europese Ministers van Transport in Parijs en Commissaris van de koningin in Gelderland, daarna senator in de Eerste Kamer. Bij de Europese Parlementsverkiezingen dit jaar was hij lijstduwer voor de Vlaamse liberale partij Open VLD. Terlouw is actief voorvechter van mensen- en dierenrechten, onder andere ambassadeur van de stichting Varkens in Nood. Grote bekendheid verwierf hij als schrijver van jeugdboeken, waaronder 'Pjotr', 'Koning van Katoren' (Gouden Griffel), 'Oorlogswinter' (Gouden Griffel) en 'Briefgeheim' - de laatste drie zijn verfilmd. Hij schreef ook politieke non-fictie en (samen met Sanne Terlouw) zeven thrillers. Jan Terlouw is getrouwd en heeft vier kinderen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden