'Dat het niet aan iedereen besteed is, het zij zo'

Hij wordt geroemd om zijn lef en zijn kosmopolitisme. Maar Charles Esche, directeur van het Van Abbemuseum in Eindhoven, wekt ook irritaties op. Zijn tentoonstellingen zouden te elitair zijn en niet genoeg bezoekers trekken.

Grenzen slechten - de Brit Charles Esche omschrijft zijn doel zonder voorbehoud. "Het Van Abbe is een internationaal georiënteerd instituut voor hedendaagse kunst. Wij staan voor vrijheid, emancipatie en internationalisme; dat zijn onze kernwaarden.

"De laatste twintig jaar heerste in het Westen het neoliberale denken: de balans tussen cultuur, politiek en economie is volledig doorgeslagen naar het laatste. Het Van Abbemuseum wil tegenwicht bieden. Wij zijn een plek voor onderzoek naar tradities en geschiedenis - óók de problematische, misschien wel juíst de problematische. Dat dat niet aan iedereen besteed is - het zij zo. It's for anyone, but not for everyone."

Vanaf het moment dat hij in 2004 de overstap maakte van het Rooseum in het Zweedse Malmö naar het Eindhovense Van Abbemuseum, is Charles Esche een omstreden figuur geweest. Liefhebbers roemen zijn lef, zijn kosmopolitisme, zijn vermogen om over de - institutionele, geografische en culturele - grenzen heen te kijken; criticasters vinden zijn tentoonstellingen elitair, pretentieus, lelijk of domweg onbegrijpelijk. Laat jouw museum ook weer een beetje het míjne worden, verzuchtte de chef kunst van het Eindhovens Dagblad een paar jaar terug in een open brief. Wat in het buitenland wordt uitgelegd als kwaliteit, stuit in eigen stad vaak op irritatie en onbegrip.

Onlangs bereikte de tegenstelling een hoogtepunt. In dezelfde week dat Esche (1962) als 'voortrekker (...) in het herdefiniëren van centra en musea voor hedendaagse kunst' door de European Cultural Foundation werd gelauwerd met een prestigieuze Princess Margriet Award, moest hij verantwoording afleggen aan de Eindhovense gemeenteraad. Onderwerp van gesprek: het museumprofiel. Dat was volgens een initiatiefvoostel van de PvdA te ontoegankelijk, te hoogdravend en genereerde te weinig inkomsten voor een gemeentelijk museum. Verandering was geboden. Anders moest het Van Abbe voortaan misschien maar als privaatmuseum verder.

Nu, een dikke maand later, maakt Esche zich eerder vrolijk dan boos over het voorstel. We zitten in een klein kantoortje in de buik van het museum. Hij is een intelligente, gedreven kerel die makkelijk praat (in nagenoeg vloeiend Nederlands) en nog makkelijker denkt, iets te makkelijk soms misschien; zijn gesprekspartner moet alle zeilen bijzetten om de breed uitwaaierende gedachtengangen te volgen. Maar over de plannen van de gemeenteraad is hij helder. Charles Esche: "Het voorstel om ons los te weken getuigt van weinig verantwoordelijkheidsbesef. Men wil wel een museum, maar het mag niets kosten. Natuurlijk zijn raadsleden daar opgetogen over. Als ze morgen tegen jou zeggen: je houdt je appartementje, maar je betaalt voortaan geen huur meer, dan zeg je ook: prima, goed idee, gaan we doen'."

De PvdA vindt dat uw museum te weinig bezoekers trekt.
"Niet terecht. In de jaren tachtig trok het Van Abbemuzeum rond de 30.000 bezoekers per jaar, in de jaren negentig tussen de 35.000 en 40.000 en inmiddels zitten we boven de 80.000 met een streefgetal van 100.000. De PvdA vindt dat niet genoeg. Zij wil dat er jaarlijks 250.000 betalende bezoekers naar het Van Abbemuseum komen. 250.000! Dat zijn meer mensen dan er in de stad Eindhoven wonen."

Andere musea, zoals het Groninger Museum of het Haags Gemeentemuseum, lukt het wel om dergelijke aantallen te trekken.
"Maar die musea kun je niet met ons vergelijken. Het Groninger Museum en het Haags Gemeentemuseum zijn heel andere musea met andere verzamelgeschiedenissen en andere collecties. Zij hebben Josef Israëls en stadshistorie en design: allemaal publiekstrekkers. Wij hebben dat niet. Wij zijn een museum voor hedendaagse kunst. Experimenteel. Niet altijd makkelijk. Het is logisch dat je daarmee niet dezelfde massa's trekt."

Kijkt u met jaloezie naar zulke cijfers?
"Bezoekersaantallen zijn belangrijk - het liefst zag ik dat iedere Nederlander eens per jaar langskomt in het Van Abbe - maar een drukbezochte tentoonstelling is niet per definitie een geslaagde tentoonstelling. Wat grote populariteit geniet is niet automatisch goed. Dat is een neoliberale misvatting - het is immers juíst de minderheid die vaak nieuwe interessante ideeën voortbrengt."

Uw museum zou geen aansluiting vinden bij de directe omgeving: Eindhovenaren komen hier zelden over de vloer.
"Maar wij vinden wel degelijk aansluiting bij de omgeving. Wij hebben goed contact met een club van pakweg dertig ondernemers uit de regio. Daar zijn we onlangs nog mee naar Wenen geweest; dat was heel gezellig, dank u. Op dit moment lopen er naar aanleiding van ons vijfenzeventigjarig jubileum in het museum drie tentoonstellingen over de stad Eindhoven: 'The Collectors Show' - over particuliere aan het museum gelieerde verzamelaars; 'For Eindhoven - The City as Muse' - over kunst uit over en verbonden met de stad; en 'Dick Verdult, een solo van een Eindhovense kunstenaar'. De 'Be(com)ing Dutch'-manifestatie een paar jaar terug ging deels ook over Eindhoven.

Kijk, deze kritiek werd al geuit in de tijd van Eddy de Wilde (directeurvan het Van Abbe van 1946 tot 1963, SK). Toen wilde men van het Van Abbe een Gouden Eeuw-museum maken. De Wilde heeft dat toen weten te voorkomen. Het Van Abbe, zei hij, was een museum voor hedendaagse avant-garde kunst en geen provinciaals museum. Ik wil die traditie niet verloochenen."

Ondertussen zit u wel met een subsidie die in 2013 drastisch dreigt te verminderen. Hoe gaat u dat opvangen?
"Dat is een serieus probleem, waar wij hard over nadenken. De wensen van een aantal partijen binnen de gemeenteraad zijn duidelijk: zij willen een laagdrempelig museum dat eens per jaar een blockbuster van pak 'm-beet Picasso of Manet toont; daarnaast maken wij dan onze eigen tentoonstellingen. Daar zie ik eerlijk gezegd weinig in. Het beleid verwatert en het museum zal zijn identiteit verliezen. We moeten zoveel water bij de wijn doen dat er enkel water overblijft. De organisatie van zo'n blockbuster moet je ook niet onderschatten. Dat is een ingewikkeld en arbeidsintensief proces dat grote financiële middelen vereist - middelen die er eigenlijk niet zijn. Wat je krijgt is tentoonstellingen als 'Picasso in Parijs' in het Van Gogh Museum eerder dit jaar: grote naam, matig werk, geen band met de collectie, enkel de bezoekersaantallen telden. Dat is denk ik niet iets waar wij onze energie in moeten stoppen."

Wat is dan uw oplossing?
"Eén idee is om een deel van het gebouw te exploiteren. Als kunsthal bijvoorbeeld. Of als beurs. Het Van Abbemuseum is meer dan zijn bricks and mortar; we zijn een transnationaal instituut met projecten en tentoonstellingen in Bordeaux, Ramallah, China etcetera. Als er ruimte vrijkomt, kunnen we die prima verhuren."

Heeft u een voorkeur voor een bepaald type huurder?
"Eigenlijk niet. Als Philips morgen zegt: wij betalen een ton om onzenieuwste flatscreen-tv's in het Van Abbe te exposeren dan zou ik dat fantastisch vinden. Een autoshow: ook interessant. Wat mij betreft wordt het hardcore kapitalistisch: puur marktgericht, zonder educatieve pretenties. Natuurlijk heb ik het liever anders, maar als ik moet kiezen tussen failliet gaan en de collectie verkopen of een deel van het gebouw exploiteren, kies ik voor dat laatste."

U kwam in 2004 naar Nederland. Is het kunstklimaat sindsdien veranderd?
"Zeker. Toen ik hier kwam was er ook al een populistische beweging, met Verdonk enzo, maar de rancune tegen kunst was minder. Kijk naar de VVD. Die partij vond vijf jaar terug nog dat er altijd minimaal 1 procent voor cultuur beschikbaar moest worden gesteld. Nu levert ze een staatssecretaris die meent dat de overheid idealiter geen geld aan cultuur spendeert. Dat had niemand kunnen bevroeden."

Verrassend is vooral de gretige instemming bij de bevolking over dat beleid.
"De kunstsector lijkt een imago-probleem te hebben, maar het is moeilijk te zeggen wat dat probleem veroorzaakt heeft. Misschien heeft het Nederlandse subsidiesysteem er iets mee te maken. Dat heeft kunstinstellingen decennialang een gevoel van autonomie gegeven. Er was niemand aan wie ze verantwoording hoefden af te leggen. Ze konden doen wat ze wilden: beeldende kunst - in tegenstelling tot film en popmuziek - was losgezongen van de samenleving, móest zelfs losgezongen zijn. Dat merkte ik ook aan de kritiek die wij kregen op Be(com)ing Dutch. Een museum dat zich met politieke vraagstukken bezighield - wat dachten we wel."

Heeft u het hier eigenlijk naar uw zin?
"Ik heb een heel leuke baan, zeker. Ik heb een grote mate van vrijheid, ik vind iedere dag nieuwe uitdagingen, organiseer een tentoonstelling in Ramallah, geef les in New York. Denk niet dat de directeuren van Tate Modern en Centre Pompidou aan zulke dingen toekomen, die zijn enkel bezig met het uitzetten van strategieën."

U blijft dus nog wel een tijdje in Eindhoven?
"Ik zou graag blijven. Tegelijkertijd maak ik me zorgen over de toekomst. Er heerst een financiële crisis, er is de roep om een sterke leider; een nationalistische partij als de PVV wordt groter en groter. Wat voor gevolgen heeft dat voor het cultuurlandschap; wat betekent het voor de banen van buitenlandse bestuurders, is er in de toekomst nog plek voor mensen zoals ik? Ik weet het niet. Niemand weet het. Je zou eigenlijk in het hoofd van Geert Wilders moeten kunnen kijken . . ."

Maar dat is een plek waar u zich liever niet begeeft? Hij lacht:"Precies."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden