Dat brengt me bij het raadsel waarom veel gelovigen zo weinig humor hebben.

' Waarom tref ik zo weinig humor aan in dit boek?' Een tijdje terug was ik op een symposium rondom de bundel ' De Bijbel spiritueel', een verzameling artikelen over de spiritualiteit van de Schrift. Onmiddellijk bedacht ik dat de vragenstelster vast ook niet was gaan schateren bij het lezen van mijn bijdrage, over een brief van de apostel Paulus. Hoe kwam dat eigenlijk? Hoe had ik zo droog kunnen schrijven over een man, sprankelend van ironie, die zichzelf spottend als een ' superapostel' kon neerzetten? Als spiritualiteit ergens mee te maken heeft, is het toch met de zelfoverstijging die zich uit in een lach.

Die vraag op het symposium bleef me achtervolgen. Ineens viel me op hoe weinig er in de christelijke kunst gelachen wordt, om van de theologie maar te zwijgen. Toch trok er in Jezus een lach door Israël. We gieren het immers uit als het alledaagse en het onverwachte tegelijk optreden. Een deftige dame is niet grappig, maar eentje die plotseling uitglijdt over een bananenschil wel. Zo ook licht Jezus ons gewone denken een pootje, waardoor we de werkelijkheid met nieuwe ogen gaan zien. Zijn Bergrede is één ongerijmde geluksspraak over armen die ineens het rijk van God bezitten en zachtmoedigen die onverwachts de aarde beërven. In zijn gelijkenissen gaan niet vrome farizeeërs, maar schuldige tollenaars opgelucht van de tempel naar huis. En als hij uitgedaagd wordt met de schijnheilige vraag of een jood belasting aan de Romeinse keizer mag betalen, vraagt hij laconiek om een geldstuk. Dat geven ze hem, waardoor iedereen ziet dat zijn tegenstanders een munt bij zich dragen die geen vrome jood zou accepteren omdat het beeld van de goddelijke keizer erop stond. Reken maar dat de omstanders in lachen uitbarstten over deze zelfontmaskering.

Het christendom heeft geen excuus om niet te lachen. Vanwaar dan die zwaarwichtigheid? De theoloog Reinhold Niebuhr was bepaald geen lachebekje, daarvoor was hij te veel onder de indruk van het kwaad. Toch schreef hij dat humor het voorportaal van het geloof is. Beide zijn een respons op de ongerijmdheden van het bestaan. Maar als het om zaken van leven en dood gaat, heeft de humor het geloof nodig. Anders vertilt hij zich en wordt de lach bitter of schril van wanhoop, of een vlucht uit de realiteit. Wie kan er lachen om een deftige dame die haar kind mishandelt?

Om met zo'n ongerijmde situatie om te kunnen gaan, moet je van het voorportaal van de humor naar de ruimte van het geloof. Daarin ' zie'

je Degene die groter is dan de wereld, in wiens hand je de nood kunt leggen die groter is dan jezelf. Dat maakt het mogelijk om de realiteit onder ogen te zien, zonder ermee samen te vallen en erdoor verlamd te raken. Geloof houdt, radicaler nog dan humor, een zelfrelativering in die mensen in staat stelt er in de moeilijkste situaties voor de ander te zijn.

Een humorloze gelovige is als een loopvogel: hij wekt de schijn te kunnen vliegen maar stijgt nooit op. Hij of zij is noch geestig, noch geestelijk. Talloos zijn de heiligen die als een clown, cabaretier of columnist met de ongerijmdheden van hun tijd omgingen. De monnik Symeon poepte midden op de markt van een zelfgenoegzame stad en trok een dode hond achter zich aan. Nicolaas van Pskov legde een stuk bloedend vlees in de handen van tsaar Iwan de Verschrikkelijke. Als humor het voorportaal van het geloof is, is geloof het heiligdom van de humor.

Dat brengt me terug bij het raadsel waarom veel gelovigen zo weinig humor hebben. Het lijkt wel alsof ze gemakkelijker gekwetst worden dan gekieteld. Waarom heb ik zelf zo'n log artikel over nota bene spiritualiteit geschreven? Omdat ik indruk wilde maken met een wetenschappelijk verantwoord stuk, met voetnoten en zo? Zeker weten. Mijn eigen zwaartekracht houdt het aan de grond gekluisterd.

Zo ook kan een kerk die zichzelf te serieus neemt niet spiritueel zijn. Enerzijds geeft de overtuiging dat je speciaal bent, ' kind van God', een basisvertrouwen waardoor je met humor en creativiteit de uitdagingen van het leven aankunt. Anderzijds kan diezelfde overtuiging er toe leiden dat gelovigen zichzelf te belangrijk gaan vinden. Alles wat ze denken en doen krijgt dan een gewichtige lading, alsof het heil van kerk en wereld van hen afhangt. Die obsessie met zichzelf kan nog versterkt worden door een krimpende kerk die onzeker is over haar roeping en plaats in de samenleving. Dan is er geen sprake meer van zelfoverstijging maar van zelfimplosie, waaruit geen licht ontsnappen kan.

Alleen een kerk die om zichzelf kan lachen, maakt ernst met het geloof. Die ziet méér dan alleen zichzelf. Die wordt inspirerend, lichtvoetig als ze omgaat met de last van het bestaan. Engelen kunnen vliegen, schreef Chesterton, omdat ze niet zwaar aan zichzelf tillen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden