Klimmers op de Mont Blanc. Beeld AFP

Déjà vu

Dat bergbeklimmen een sport is geworden, hebben we vooral aan de Britten te danken

In de rij staan op een top ­boven de achtduizend meter. Mensen in vroeger eeuwen hadden zich er hélemaal niets bij voor kunnen stellen. In de bergen waagde je je liever niet. Het landschap daar boezemde angst in. Fatsoenlijke wegen ontbraken. Op paden of wat daarvoor moest doorgaan, kon één uitglijder fataal zijn.

Een reiziger ontmoette op grote hoogte bovendien allerlei gruwelijks. Bewoners op grote hoogten die volgens een Britse ervaringsdeskundige waarschijnlijk door het drinken van sneeuwwater ‘lelijk, verschrompeld en gedeformeerd’ oogden. Het hooggebergte gold daarnaast als het domein van de duivel.

De Zwitserse natuuronderzoeker Johann Jacob Scheuchzer meende in de achttiende eeuw in zijn ‘Natuurgeschiedenis van Zwitserland’ het bestaan van reuzen en draken in de Alpen te kunnen ­bewijzen. Laatstgenoemden ­beschreef hij per type (met of zonder vleugels, een- of meerkoppig, enzovoort) en per leefgebied.

De ultieme uitdaging

Nog in dezelfde eeuw manifesteerden zich geleerden die het iets nauwer namen met de feiten en die mensen juist enthousiast probeerden te maken voor het beklimmen van de bergen. Horace Bénédict de Saussure, hoogleraar natuurkunde aan de universiteit van Genève, was zo iemand. Met pamfletten, colleges en eigen tochten trachtte hij ook anderen over de streep te krijgen.

De hoogste Alp, de Mont Blanc, vormde de ultieme uitdaging. De Saussure loofde in 1786 een ­beloning van twintig gouden ­dukaten uit voor degene(n) die als eerste(n) de top zou(den) bereiken. Nog datzelfde jaar lukte het kristalzoeker Jacques Balmat samen met Michel Paccard, dokter te Chamonix. Een jaar later stond De Saussure zelf boven. Van een bucketlist had hij nog nooit gehoord, maar het gaf hem desalniettemin voldoening. Maar wetenschapper als hij was, ging het De Saussure nog meer om wat expedities als de zijne aan kennis over zaken als klimaat en zuurstof konden opleveren.

In de eeuw die volgde, bereikten zo’n drieduizend mensen de top van de Mont Blanc. Marie Paradis was in 1818 de eerste vrouw. J. Sluyterman-van Loo was in 1865 de eerste Nederlander. Adriaan Gilles Camper (later nog lid van de Tweede Kamer) had in 1788, kort na Balmat, Paccard en De Saussure, al een mislukte poging gedaan.

Een sport werd het alpinisme in de tweede helft van de negentiende eeuw, vooral dankzij de Britten. In steeds groteren getale reisden ze af naar de Alpen om de bergen daar te bedwingen. Plaatselijke gidsen begeleidden hen op hun weg naar boven.

Fair play

De eerste bergsportvereniging was de in 1857 in een Londens ­hotel opgerichte Alpine Club, een exclusief genootschap van heren waarvan het lidmaatschap alleen was weggelegd voor degenen die een aantal aanzienlijke toppen hadden beklommen.

Alpinisme kostte ondertussen slachtoffers. Een van de meest in het oog lopende ongelukken ­gebeurde op 14 juli 1865. Na zeven mislukte pogingen lukte het de Brit Edward Whymper die dag ­eindelijk om de top van de steile Matterhorn te bereiken. Na boven een uur te hebben genoten van de mijlpaal, daalde Whympers gezelschap af. Onderweg brak een touw. Vier man stortten hun dood tegemoet.

De Britten namen ook hun strikte opvattingen over fair play mee naar de bergen. Zij verzetten zich tegen al te veel uitrusting en hulpmiddelen. Een beklimming moest de prestatie van het individu zelf zijn. Naarmate de tijd vorderde en hogere en moeilijker te bereiken toppen in beeld kwamen, verloren dit soort puristen het pleit.

Bovenkomen werd de verdienste die telde. De manier waarop deed er minder toe. De wildste plannen borrelden op. Sommigen werden uitgevoerd, anderen bleven steken in de ideeënfase. Een voorbeeld van het laatste: met een ­kanon een kabel over een bergtop schieten en daar dan langs omhoog klauteren.

Paul van der Steen bekijkt wekelijks het nieuws door een historische bril.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden