’Darwin’s Nightmare’ van Hubert Sauper

Een vraatzuchtige baars werd uitgezet in het Victoriameer. Andere vissen overleefden het niet. Europa heeft de baars op het menu. En de bevolking leeft in een nachtmerrie.

De Oostenrijkse documentairemaker Hubert Sauper zakte met een kleine filmploeg af naar het hart van Afrika. Wat hij daar in Tanzania aan de oevers van het Victoriameer – ’de bron van de Nijl, de bakermat van de mensheid’ – ontdekte, werd ’verwerkt’ tot een verpletterende documentaire over de relatie tussen visfilets en wapens.

En dat is simpel uitgedrukt. ’Darwin’s Nightmare’ – uitgeroepen tot de Beste Europese Documentaire van 2004 – brengt de gevolgen van een ecologische en economische ramp en de verschrikkingen van de globalisering haarscherp in beeld, en legt en passant een helse wereldorde bloot waarin Afrika zijn voedsel naar Europa exporteert, en Europa zijn wapentuig naar Afrika brengt. Pardon?

De Nijlbaars of Victoriabaars werd in de jaren zestig bij wijze van ’klein wetenschappelijk experiment’ uitgezet in het Victoriameer. Vanaf dat moment ging het bergafwaarts met de lokale vissoorten – zo’n beetje alle vissen verdwenen. De Nijlbaars is een roofvis die ook zijn eigen jongen eet. Uit een opengesperde bek komen zo vijf visjes te voorschijn. Het beest, dat zo’n twee meter lang kan worden en tweehonderd kilo kan wegen, is een ramp voor het plaatselijke ecosysteem, maar de visfabriek in visstad Mwanza drijft erop. Dagelijks worden er tonnen Nijlbaars verwerkt, aangeleverd door vissers die met gevaar voor eigen leven de vissen in de netten moeten drijven. Wie pech heeft, belandt in de muil van een krokodil, en wordt ter plekke begraven.

De vissers die wel heelhuids terugkeren in de talloze kleine visserskampen rondom het meer, kunnen voor wat vertier terecht bij rondzwervende hoeren. De vrouwen zijn vaak vissersweduwen die zich op de een of andere manier in leven moeten houden, en die naar de visserskampen trekken om zichzelf te prostitueren.

Hun kinderen zwerven over straat, net zo lang snuivend aan gesmolten visverpakkingen tot ze zwaar verdoofd op straat liggen. En soms in hun diepe slaap worden misbruikt. Velen sterven er aan aids. Volgens de plaatselijke dominee, Cleopa Kaijage is het gebruik van een condoom een zonde. Hij volgt de wet van God, en adviseert dus niet inzake condooms. Slechts het evangelie telt.

En zo stapelen de vreselijke ’visverhalen’ zich op, daar aan de oevers van het een na grootste meer ter wereld. Raphael is een ex-soldaat die met pijl en boog de wacht houdt bij het Nationale Instituut voor de Visvangst. Raphael verdient één dollar per nacht. Zijn voorganger is vermoord, met een machete in stukjes gehakt.

Eliza verkoopt haar nachten wat duurder. Voor tien dollar gaat ze mee met piloten en zakenmannen. De vispiloten zijn Russen die in oude cargovliegtuigen rakelings over de hoofden van de vissers komen aangevlogen, en een tijd in Mwanza moeten wachten, tot ruim vijftig ton visfilet naar binnen is geladen, en ze in hun gigantische Iljoesjins weer koers kunnen zetten naar Europa, waar dagelijks twee miljoen mensen Victoriabaars op het menu hebben.

„Wat zit er in het vliegtuig uit Europa?”, blijft Sauper vragen. „Niets”, zegt de een. „Weet niet”, zegt de ander. Wapens voor de vele Afrikaanse burgeroorlogen misschien? Voor Angola? Congo? Rwanda? Liberia? Soedan?

Met hulp van het boek ’Darwins Hofvijver’ (1994) van de Nederlandse bioloog Tijs Goldschmidt en speurwerk van plaatselijk onderzoeksjournalist Richard Mgamba, bouwt Sauper een mooi doortimmerd verhaal op over de tragische gevolgen van het verwoeste ecosysteem voor de leefgemeenschap rondom het Victoriameer. De vissers, hoeren, straatkinderen, piloten, dominees, ex-soldaten, fabrieksarbeiders en fabriekseigenaren hebben allemaal namen en verhalen.

Via hen kan Sauper ook doordringen tot in het hart van de jungle waar een gigantische berg visafval wordt klaargemaakt voor consumptie door de plaatselijke bevolking. De visfilets zijn op weg naar Europa, de vissenkoppen zijn achtergebleven in Afrika. Ze worden gefrituurd en later verkocht. Een vrouw is haar oog kwijtgeraakt. Ze vertelt dat het vrijkomende ammoniakgas gevaarlijk is voor de ogen. En zo stuurt Sauper langzaam aan op een inferno. De beelden van de vissenkoppen die in een prachtig beeldrijm ook weer vliegtuigkoppen lijken, doen denken aan schilderijen van El Greco, Breughel, Hieronymus Bosch. Het is alsof je de Apocalyps langzaam aan gewaar wordt.

En dan kun je je ook ineens afvragen hoe ethiek en esthetiek zich verhouden. Is het niet ook een soort pornografie, het lijm snuivende, hinkende kind dat voor een hap rijst op de vuist gaat? De moeder die aids heeft en niet meer kan eten? Het hoertje Eliza, dat opeens vermoord blijkt te zijn door een Australische klant? Mes recht door het hart? De krioelende maden?

In Tanzania is men niet blij met de film. De Tanzaniaanse president Jakaya Kikwete heeft woedend gereageerd. ’Darwin’s Nightmare’ zou een slecht beeld geven van zijn land en zou ook slecht zijn voor de export van Nijlbaars. Mensen die voor de camera hun zegje hebben gedaan, zijn bedreigd. Richard Mgamba, de lokale journalist die aan het slot van de film zo moedig in beeld verschijnt en een oproep doet om te stoppen met de wapentoevoer, is opgepakt door de politie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden