Dartel

Een van de meest treffende kwalificaties die ik in jaren heb gelezen, vond ik bij Connie Palmen. Zij zegt van haar moeder dat die, oplevend onder de uitbundige levendigheid van haar nieuwe schoonzoon, in de ogen van haar eigen man ineens weer werd tot het meisje op wie hij vroeger verliefd geworden was: 'een dartel ding met een oude droefheid'.

Ik vind die poëtische uitdrukking vooral ook zo ontroerend, omdat juist dat opzettelijk neutrale 'ding' in mijn herinnering een van de meest tedere en speelse benamingen is voor een jong en levenslustig meisje. Zelfs 'gek ding' klonk nooit negatief, al leek het op een scheldwoord. En die 'oude droefheid' herinnert aan de wijsheid dat de dartelheid altijd veroverd moet worden op de melancholie die overal, ook ver buiten het gezichtsveld van het dartele ding op de loer lijkt te liggen. Zonder dat donkere perspectief in verleden of toekomst is dartelheid maar een oppervlakkige affaire.

Bij het vinden van zo'n parel schiet mijn hoofd meteen vol met herinneringen en associaties in verband met het woordje 'dartel' en de manier waarop ik zelf daar kennis mee heb gemaakt. Het was voor ons een min of meer literair woord en het hoorde thuis in de taal van anderen die alles beter wisten. Ik heb het vooral uit eerbiedig en sceptisch beluisterde religieuze en moralistische teksten leren kennen. Daaruit werd niet zonder meer duidelijk, of het nu om iets geestelijks dan wel om iets lichamelijks ging en of dartelheid goed was dan wel zondig. Want in de kerk hoorden wij regelmatig een gebed waarin het ging over 'het dartel vlees kastijden'; en dat waren voor ons woorden om tegelijk vrolijk en nerveus van te worden en ze thuis lacherig te citeren.

En van Vondel werden in verband met 'Constantijntje 't zalig kijntje' de geheimzinnige verzen gedeclameerd over 'de zielen die daar krielen, dertel van veel overvloeds'. Wat 'krielen' dan ook was en of het wel echt deugde, als dartele zielen het doen en nog wel in het hiernamaals voor Gods aanschijn, zal het wel niet een zonde zijn van het vlees dat om kastijding vraagt. En ook in verband met onschuldige beekjes en veulens werd altijd weer gezegd, dat zij dartel waren en dartelden. Dat wettigde toch een bepaald vertrouwen in de onschuld van het dartel krielen.

Terwijl het verleidelijke 'wulps' uiteindelijk naar wereldse en lokkende zondigheid klonk, speelde 'dartel' zich af in een neutrale sfeer, binnen de grenzen van het puur vitale. En wat zich binnen die grenzen afspeelt is op niets anders dan op het speels bewegen en huppelen zelf gericht. Het dartele beekje baant zich met speels gemak een weg door het grillige landschap; het dartele veulen verkent met vrolijke en onvoorspelbare sprongetjes zijn ruimte en zijn eigen mogelijkheden; de dartele jonge hond probeert zelfs haakse bochten te maken. Iets anders dan louter mogelijkheden, een neutraal gebied, is in het jeugdig dartelen niet aan de orde. Die mogelijkheden worden door de dartele dingen uitbundig begroet en uitgebuit. Zij oefenen voor vrijwel alles wat zij nooit zullen doen, vooral voor het onmogelijke. Zij proberen zich los te spelen van de beperkingen en de ernst die zich met trieste zekerheid weldra als het ware leven zullen aandienen. Die zekerheid is niet de hunne, want zij heeft betrekking op de toekomst; maar 'dartel' is, zoals ook 'ding', een woord van ouder en wijzer geworden toeschouwers die de toekomst al eens meer hebben zien aanbreken en niet vrij zijn van heimwee naar hun eigen jeugd. Niemand zal van zich zelf zeggen dat hij een 'ding' of 'dartel' is.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden