dans

AMSTERDAM - Op prachtig rode schoenen met hoge blokhakken verscheen choreografe Truus Bronkhorst samen met collega Marien Jongewaard op het toneel van de Brakke Grond in Amsterdam, om met de acht dansers van hun 'The Fall' het luide applaus in ontvangst te nemen. Het is vast niet zo bedoeld, maar die felrode, amper draagbare schoenen zag ik als een van de vele symbolen die de nieuwste productie van Stichting van de Toekomst/Nieuw West tot zo'n overrompelende gebeurtenis maakten. Gelooft Bronkhorst in het beroemde sprookje waarin verteld wordt dat wie de rode duivelschoentjes aantrekt tot eeuwig dansen is veroordeeld? Geen dominee die een danseres van dat gruwelijke lot kan verlossen.

In het geval van Truus Bronkhorst kon tot voor kort zelfs een gebroken middenvoetsbeentje haar niet van het danstoneel afhouden. Maar met een nieuwe blessure erbij werd het werkelijkheidsgehalte van haar sprookje te gruwelijk. Er zat voor haar en haar partner-collega Marien Jongewaard niets anders op dan anderen in dit meedogenloze dansmysterie in te wijden.

In tegenstelling tot Isadora Duncan die aan het begin van deze eeuw voor haar 'dans van de toekomst' uitsluitend jonge meisjes uitzocht, lieten Bronkhorst en Jongewaard hun oog vallen op een groep van zeven hondsdolle dansjongens. De kennismaking leidde tot een heftige doop-ritueel, dat met de voorstelling 'Bronkhorst, Jongewaard & Friends' met glans werd doorstaan. Een productioneel vervolg kon niet uitblijven. Er ontstond een voorstelling, die zich binnen de studio van een dansbedrijf afspeelt en die opnieuw de vorm kreeg van een magisch-erotische rite, ditmaal niet voor zeven maar voor acht jongens. Zij worden als een groep popelende 'danspriesters' in het echte mysterie van Bronkhorst gewijd. Vies van roomskatholieke liturgie en andere kunsthistorische beeldsymboliek zijn Bronkhorst en Jongewaard immers nooit geweest.

In de Expozaal van de Brakke Grond mochten wij van die bloedserieuze ceremonie vol kwinkslagen aan het adres van gender-adepten getuige zijn. Anderhalf uur lang, zonder pauze, ondergaan de acht hun inwijding, als gold het een even plechtstatig als bij vlagen hilarisch uit de hand lopend dansfeest. Want ook priesters lusten wel een biertje en champagne, zoals al snel blijkt. Om de wederopstanding van hun voorgangster via hun bloedeigen lichamen mogelijk te maken gaan de acht eerst ter communie: door middel van twee solo's en een trio met vele citaten uit haar Verzamelde Danswerken (1977-1997) leggen zij hun belijdenis af, nemen zij haar vlees en bloed tot zich. Eenmaal doordrongen van haar geest werpen zij zich voorover, alsof zij de plechtige gelofte afleggen zich eeuwig aan de dans te zullen wijden: ter verkondiging van de emancipatie van de manlijke danser.

Exegese

Met deze lange ouverture, op vioolmuziek van Hindemith en Strawinsky zijn zij de achtvoudige vermenigvuldiging van 'La Bronkhorst' geworden. Het is nog maar de opmaat van wat zich ontvouwt als een actuele exegese over de teloorgang van het hoog-romantische 'Ballet Blanc'-ideaal. In het alternatieve 'ballet noir' waarmee de acht hun plaats in de toekomst verzekeren speelt de eerste acte zich in de werkelijkheid af, op het hitsige nummer 'Olé' van Coltrane. In de tweede acte doemt een schijnwereld op, waarin de dansers in het zwart tot elkaar veroordeeld zijn en moeten voortdansen op Mahlers 'Der Abschied': 'ewig, ewig, ewig'.

Met hoeveel satanische humor en vertederende oprechtheid verwijzen Marc van Loon, Jean Louis Barning, Vitor Garcia, Percy Kruithoff, Vladimir Melnikov, Jacob Nissen, Florens van der Put, Pascal Rekoert naar vrouwelijke voorgangsters uit vervlogen tijden. Niets ontziend steken zij de draak met de prima-donna-allures van de betoverde ballerina, flamenco-danseres of moderne dans-heldin. Het komt er op neer dat de te vroeg gestorven, betoverde of heldhaftige meisjes van deze ballet-eeuw voor jongens verruild worden, die dondersgoed beseffen dat zij niet meer aan dat gender-dictaat opgeofferd willen worden. De acht dansers laten zelfs zien dat er in hun bedrijf helemaal geen vrouw meer aan te pas hoeft te komen.

In het najagen van schoonheid en macht heeft de mannelijke danser anno 2000 zich allang van de schijntegenstelling tussen zwak en sterk geslacht bevrijd. Ook mannen kunnen heel best van hun hulpeloosheid en angsten getuigen. Met elkaar, maar ook ieder voor zich, maken de acht ruimschoots waar waarom zij de beste kandidaten zijn om dát uit te dragen waarvoor Bronkhorst al zo lang haar mannetje heeft gestaan. Hoewel... allen weten zich onderworpen aan dat ene handelsmerk waarmee Truus Bronkhorst zelf haar onuitwisbare stempel op de eigentijdse dans zette. Zij deed dat door letterlijk onder het gewicht van haar Lijden te bezwijken, op haar rug te vallen en met haar benen en armen als een hulpeloze baby om genade te smeken. En natuurlijk hebben zij en Jongewaard juist die pose als het terugkerende leidmotief van deze hoogmis genomen. Het is die val waarnaar de titel van deze prachtige voorstelling verwijst.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden