dans

Tot eind juni tournee. Het ballet 'Requiem' wordt afgewisseld met Wiggers' recente ballet 'Scheidslijn'; info: 026-3512111.

In het derde en laatste seizoensprogramma, dat afgelopen weekeinde in Arnhem begon, was voorspelbaarheid troef. Na twee haaks op elkaar staande reprises werd afgesloten met een perfect op maat gesneden, nieuw ballet van Ted Brandsen, dat hij 'Parcours' noemde.

Als openingsklapper trok artistiek leider Wiggers zijn 'Requiem' (1995) op drammerige kitsch-muziek van de Belg Nicholas Lens uit de kast. In veertig minuten dansgesudder werd het publiek geconfronteerd met loze pathos en holle frasen van zes mannen en vijf vrouwen in witte lakens, die nu eens als rok dan weer als uitgezakte luier dienden. Ze kropen en kronkelden zich uit de naad en geen moment werd duidelijk wat hen daartoe bewoog. Dit ballet is een hutspot van de hoogmoedige missen van Maurice Béjart en de spirituals van Alvin Ailey uit de jaren '50, met als klapstuk een solo van de jonge zwarte danser Van Zutphen. Het ergste is evenwel de brallerige reli-mix van Lens.

Heel wat tintelender op de tong is Paoluzi's 'Onzichtbare steden' (1993), waarin tien dansers dromerig of dartel spelen met prachtig gefabriceerde, doorzichtige constructies die naar ideeën van beeldend kunstenaars Oskar Schlemmer en Jean Tinguely, en de schrijver Italo Calvino verwijzen.

De keuze voor Ted Brandsen pakte uit als een gouden greep. Sinds zijn danserschap bij Het Nationale Ballet is Brandsen al vijftien jaar een erkend free-lancer, die ook buiten Nederland werk vond, onder meer in Ankara en Bordeaux. Hij staat bekend als een gedegen vakman, die goed aanvoelt hoe hij de kwaliteit van de hem beschikbaar staande dansers kan presenteren. In zijn 'Parcours' worden vier jongens en drie meisjes eerst afzonderlijk belicht, om dan samen in lang getrokken, doorvloeiende lijnen hun loopbaan af te leggen. Het komt vooral op verkenning en samenwerking aan. Op de schrille en snerpende klanken van het tweede strijkkwartet, dat Gavin Bryars speciaal voor het Balanescu Quartet schreef, slaan zij hun armen en benen uit, laag bij de grond en in golvende lijnen.

Uit het eendrachtig geploeter komen Mike van Look en Shirley Rabenberg als de twee blikvangende solisten naar voren, met als teder hoogtepunt hun aarzelend in elkaar grijpende handen. 'Parcours' is zeker geen hoogvlieger of stunt, maar wel een mooi, enigszins gekunsteld sfeerballet. Daartoe draagt zeker Brandsens vaste ontwerper François Noël Cherpin bij. Hij bedacht glimmend-strakke tricots die de lichaamscontouren benadrukken en van zilvergijs tot oranjerood verlopen. Fraai zijn ook de vlakverdelingen en strepen daarin, ter accentuering van het spel der ledematen. Geen moment heeft Brandsen balletpassen bedacht die boven de macht van Introdans liggen. Ditmaal dus geen spitzen of razendsnelle toeren, zoals hij aan de dansers van Het Nationale Ballet oplegt, maar een idioom waarin de Introdansers hun expressieve krachten met volle overtuiging kunnen demonstreren. Kortom, een aanwinst maar geen uitschieter.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden