dans

toernee t/m februari.

ISABELLE LANZ

De Châtel maakte 'Lines' oorspronkelijk (1979) voor vijf danseressen. In een toneelbeeld van (energie-)kunstenaar Jan van Munster, een kooi van neonbuizen, voltrok zich op de betoverende repetatieve klanken van Philip Glass een wonderbaarlijk ritueel. De bewegingen waren even schaars als de noten waaruit Glass zijn 'Music with changing parts' opbouwde, de ruimtelijke patronen werden bepaald door de enge contouren van de vierkante kooi. Het resultaat is een straffe choreografie die louter bestond uit de verschuiving en herhaling van geometrische figuren. Meer minimal dan dit bestond, ook elders, niet.

'Lines' werd gemaakt tijdens de hoogtijdagen van de minimal art, een stroming die zowel muziek, dans en beeldende kunst omvatte. Gedateerd dus, zou je denken. Niets is minder waar, blijkt bij het terugzien van 'Lines' dat nu door vijf mannen wordt uitgevoerd. Onverminderd is de kracht van dit werk dat in zijn verstilde eenvoud van grote schoonheid is en onder zijn schijnbare abstractie een grote geladenheid kent. Juist dat dramatische telt zwaar en weerspiegelt in de dans niet het alleen De Châtels motto om 'met minimale middelen een maximale spanning' op te roepen maar ook Van Munster's credo om energie (licht) krachtig te bundelen als metafoor voor heftige emotionaliteit. Het samenvallen van beider visies was optimaal. Ook dat maakt 'Lines' tot een tijdloos, zeg maar klassiek 20ste eeuws werk van grote allure.

Wat bij deze mannen-uitvoering wel opviel, is dat 'Lines' specifiek voor vrouwen gemaakt is. De elegantie waarmee danseressen een ronding met het been kunnen maken, daarbij het been subtiel bij de heup invouwend, blijkt voorbehouden aan de vrouwelijke sekse. Maar ook deze mannenuitvoering is fascinerend door de uiterste concentratie die de lucht doet trillen.

Driftig Nieuw was 'Solo IV', de vierde solo die deze veteraan in de moderne dans in haar twintigjarige carrière creëerde, nu voor danseres Ann Van den Broek. 'Solo IV' is een krachtige solo die een feminieme tegenhanger lijkt van Oerm Materns solo 'Vortex'. Ook hierin komt onverbloemd haar hang naar dansant expressionisme tot uitdrukking, dezelfde hang die impliciet haar abtracte werk kleurt. We zien een driftige, superieure danseres die spreekt met haar hele lijf en zelfs in de afzonderlijke delen daarvan: in een verkrampte hand, een woedende blik, een rollende rug!

Van den Broek toont in deze solo een grahamneske expressie waarin tevens de felle drift en pure schoonheid van Ellen Edinoff - ooit De Châtels voorbeeld - doorschijnt. Andrea Blotkamp ontwierp een diep in- en uitgesneden jurk van rekbare stof die uiterst geraffineerd de kwaliteiten en lijnen van deze prachtige danseres accentueert. Chique!

Vergeleken bij deze twee ijzersterke stukken viel het derde onderdeel van dit 'Tripos'-programma, 'In het voorbijgaan' van Conny Janssen, aanvankelijk wat in het niet. De Châtel vroeg deze choreografe vanwege haar fysieke danstaal die sterk verschilt met haar eigen vocabulaire. Janssens sextet begon wat rafelig, met aanzetten tot duetten die nergens toe leidden. Op het moment dat de geestelijke liederen van Vivaldi worden vervangen door de (haar vertrouwde) geluiden van Jens & Jens bloeit de choreografie op, krijgt deze meer structuur en zeggingskracht. Tegen het einde neemt het stuk een dramatische wending met een indrukwekkend uitgevoerde slotsolo door Michael Strecker. Wat een uitgebalanseerd contrastrijk programma. Subliem.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden