dans

Tournee door het land.

Een duet van theatermaker Jim van der Woude voor Van Roessel en de pentjak-silat - beweger Charles Renoult werd wegens een blessure uitgesteld. In plaats daarvan opende Van der Woude de middag met een bestaande eenmans-act 'De schilder', een mimische sketch over een schilder die eindeloos wacht op inspiratie om na driftige bokkepassen uiteindelijk zijn neus rood te verven en met zijn palet door het doek heen te schieten. Zijn gebaar om toch iets te doen was sympathiek, wat niet verhulde dat deze te uitgesponnen solo erg aan de melige kant was, zelfs voor een gelegenheidsoptreden. Het wachten is nu op 2 juni wanneer het geplande duet in première gaat.

Reflex hield ook al een slag om de arm bij de presentatie van de grootse feestelijke jubileumproduktie 'Stella Maris', waarvoor Van Roessel samenwerkte met Mamiya. Ook hier werd 2 juni genoemd als datum waarop de produktie pas definitief af zou zijn. Onzin natuurlijk, want die voorstelling is af. Er werd hier en daar wat slordig gedanst maar dat is van een andere orde: oppervlakkig gerepeteerd of premièrezenuwen.

Als flink extraatje was het Armando Kwartet uitgenodigd dat onder leiding van de musicerende schrijver/schilder Armando de voorstelling live begeleidde. En aan Frans Haks, de ex-directeur van het Groninger Museum, werd gevraagd samen met vier anderen over het decorontwerp 'mee te denken'. Of het nu zíjn inbreng was - dat bleef bij navraag vaag -, het toneelbeeld verraste beslist. Het speelvlak wordt aan drie kanten omgeven door hoge wanden die evenals het speelvlak betegeld lijken. Door de korenblauwe kleur oogt de ruimte als een oosters badhuis. Dat beeld wordt mede opgeroepen door een dun watergordijn dat permanent in een waterbekken klatert, terwijl stoomwolkjes de steriele aanblik net wat benevelen. Het orkest, dat met Armando bestaat uit Marike Verheul, Peter Nieuwerf en Ruud Ouwehand, speelt hoog en droog, onzichtbaar afgeschermd tegen het vocht.

In dit uiterst esthetische toneelbeeld staan de dansers bij aanvang als bevroren. Door hun ouderwetse badkledij lijkt dit tableau vivant ontleend aan een prentbriefkaart van rond de eeuwwisseling. Langzaam aan komt er beweging in het beeld: een danseres maakt zwembewegingen, een hanig typetje met een kam op zijn hoofd verstoort de rust met schokkerige bewegingen. Gedanst wordt er nu ook, een kwartet waarbij twee mannen zich gedragen als de stoere boksers uit Nijinska's mondaine ballet 'Les Biches' (1924). Is het verbeelding of hebben de makers dat inderdaad in gedachten gehad? Een solo van Dennis Sureveen roept door de hoekige armposities en de nadruk op klassiek voetenwerk eveneens associaties op met Les Ballets Russes. Sporen van die periode zijn er ook in de kostuums van Henk Knaap, in de frivole struisjes op de dansershoofden en in de sierlijk chique jurken die vrouwen èn mannen dragen.

Dat eerste kwartier is beslist boeiend, daarna vervallen de choreografen in herhaling. De acrobatische duetvorm, een specialisme van Van Roessel, ontstijgt de gimmick amper en de dans blijft toch al erg op één en hetzelfde niveau. Het orkest speelt vol vuur opzwepende zigeunermelodieën maar de dans biedt geen equivalent. Waar Armando's zoete melancholie de harten doet smelten, blijft de choreografie gortdroog. Het mag bij Van Roessel nooit voorspelbaar zijn. Daar valt best iets voor te zeggen, maar haar vermijden van voor de hand liggende keuzes is soms wel erg geforceerd.

Ondanks de monotonie in de dans zijn er ook mooie momenten: een flamboyante skirtdance, een komische torreadore-dans en een spannend mannentrio, waarbij de drie dansers elkaar in virtuositeit aftroeven, net als de muzikanten.

Dat zijn de inspirerende ogenblikken waardoor je toch weer wilt geloven in de ernst en kunde van Van Roessel. In het recente verleden werd mijn geloof in haar flink aangetast, vooral door haar 'eigenzinnig' genoemde artistieke beleid.

Reflex ging tien jaar geleden, na een moeizame beginperiode goed van start. Directrice Yoka van Brummelen maakte zich sterk voor een goede ploeg dansers en een gevarieerd modern repertoire, dat zowel pure als meer theatrale dans bevatte. Een forse overschrijding van het budget en een tijdelijk inzinking van Van Brummelen maakte een einde aan die eerste fase. De keuze voor een opvolger viel op Patrizia Tuerlings, zoals Van Roessel toen nog heette. Deze danseres van het eerste uur was ook net begonnen met choreograferen, met succes. Nu, vijf jaar later, zijn al de oude dansers weg, hoewel ze beslist nog niet uitgedanst zijn, en zijn de plaatsen ingevuld door jonge, veelal buitenlandse dansers.

Van Roessels artistieke beleid is sterk persoonlijk getint. Het weerspiegelt de twee kanten van haar persoonlijkheid: enerzijds haar 'wilde haren'-kant - Patrizia de Roekeloze -, anderzijds haar meisjesachtige liefde voor het lyrische en poëtische. Zowel in haar eigen werk als in de keuze voor choreografen komen beide elementen naar voren. Het meest evident is toch de choreografe die - als honderd procent levensgenietster - behept is met flink wat nieuwsgierigheid naar al wat niet gewoon, zelfs 'extreem' is. Die neiging weerspiegelt zich in haar danstaal, die altijd risicovol, zo niet roekeloos is. Ook sleept ze haar dansers soms mee in wilde avonturen die soms behoorlijk fout aflopen, zoals die ene keer dat ze met filmer Rosa von Praunheim in zee ging.

Haar hang naar alles wat niet conventioneel is, uit zich ook in de keuze voor gastkunstenaars die ze uitnodigde om 'iets' bij haar groep te komen doen. Het rijtje Peter Zegveld, Jim van der Woude en Jos Zandvliet spreekt boekdelen; allemaal kunstenaars die zich buiten de geijkte paden bewegen. Of hun bijdrage aan de eigentijdse dans altijd zo boeiend is, betwijfel ik. Je kunt haar beleid ook opvatten als een zwaktebod richting de eigen kunstdiscipline. Daar staat haar serieuze kant als choreografe tegenover, zoals ze die op haar best liet zien bij NDT2. Als Van Roessel haar taboe op 'gewoon doen' nu eens doorbreekt, dan valt er nog veel van haar en haar Reflex te verwachten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden