dans

AMSTERDAM - In de luwte voor de laatste première-ronde van dit dansseizoen vonden de afgelopen dagen diverse workshops en 'dans instants' plaats. Tussen deze twee presentatievormen bestaat een groot verschil, want laten choreografen bij een workshop min of meer afgeronde presentaties zien, in zo'n 'dans instant' wordt een momentopname geboden.

Een 'dans instant' pretendeert niet meer dan een blik op het aanrecht van de kok-choreograaf te zijn. Aan de jaarlijkse workshop bij Het Nationale Ballet namen ditmaal vijf dansers-choreografen van het gezelschap zelf deel, terwijl ook tango-specialist Wouter Brave en regisseur Eduard Montie met de klassiek getrainde dansers aan de slag gingen.

In het Cosmic Theater in de Amsterdamse Nes zag ik vier van de acht werkopnames uit de afgelopen maand. Waren het de beperkte middelen, de gegeven tijdsdruk (twintig minuten) die de meeste deelnemers tot de duetvorm deden besluiten? Workshop en momentopnames leverden tien zeer tegenstrijdige varianten op hetzelfde thema op, dat de Amerikanen zo mooi gender-politics noemen. Geenszins onverwacht staken bij Het Nationale Ballet vooral Krystof Pastor en Alfredo Fernandez met kop en schouders boven hun collega's uit. In het Cosmic Theater waren dat Johan Greben (ex-danser HNB) en de Amerikaan Donald Fleming, die naar hartelust uit alle stijlen en technieken van dans graait. Alle vier beschikken over de nodige ervaring: zij weten hoe persoonsgebonden erotiek pas door manipulatie van tijd en ruimte interessant wordt.

Belangrijk is ook dat deze vier choreografen de kunst kennen om dit materiaal uit de hen ter beschikking staande uitvoerende dansers te halen en tegelijkertijd van toepassing te laten zijn. Choreografie en uitvoering zijn één. Aan die puur ambachtelijke expertise gaven vooral Fernandez, Greben en Fleming een opmerkelijk atletisch-mimische wending. In een much ado about nothing-lijdzaamheid van ballerina Katja Bjorner en de haar serviel ondersteunende Andrew Butling bleef Pastor nog te veel steken in het traditionele keurslijf van de klassieke techniek en pas de deux-vorm. Het eerste deel van Zoltan Kodaly's sonate voor solo cello opus 8 deed hem alle registers van ballet opentrekken. Maar hoe Bjorner ook haar gespitzte benen als een scharensliep gebruikte of haar lichaam als een lasso of slappe vaatdoek aanbood, de oorzaak van al die lenige pathos bleef duister.

Meer plezier verschafte daarom het explosieve hetero-homo-duet dat Alfredo Fernandez op Kevin Cregan en hemzelf maakte. Een openhartig mannenduet waarin de twee elkaar te grazen nemen is beslist niet nieuw in de Nederlandse danstraditie, maar Fernandez staat zijn mannetje: zijn '. . .U man?' getuigt van lef, juist omdat het geen moment klef werd.

Johan Greben benadrukte zijn vloeiende stijl door de achter- en zijwand van het Cosmic theater als een extra vloer aan Samantha Stegeman en Eric Haun aan te bieden. Een uitdagend spel, waarin Haun via de muur fiks tegenspel krijgt van de tartende vrouw, eindigt in remise-stand.

Net als Greben is ook Fleming vooral van de autonome zeggingskracht van dans als een plastische, ruimtelijke kunst uitgegaan. Hij liet Ellen Johannesen en Marc Nukoop als twee baltsende herten in elkaar haken. Met hun op elkaar staande ellebogen, handen, knieën en lichaamsposes raken zij langzaam maar zeker in een Gordiaanse knoop verstrikt. Fascinerend is vooral dat zij het zonder suggestieve attributen of andere aan dans opgelegde hulpmiddelen van buiten af kunnen stellen.

Van de vrouwelijke deelnemers was vooral de inbreng van Susan Pond en Cecile van Deursen de moeite waard. Pond maakt van de klassieke balletdanser een krassende, uit het nest gevallen kraai, naar aanleiding van het gedicht 'Crow' van Ted Hughes, terwijl Van Deursen de man als een pauw laat rondstappen. Haar hitserige macho moet in het stof bijten als hij een kwijnende tippelaarster ontmoet. Vrouwelijke choreografen hebben duidelijk een minder hoge pet op van dansende heren, dan hun mannelijke collega's van bijdetijdse danseressen, die hun mannetje staan.

Opmerkelijk is het zeker dat het vooral het persoonsgebonden charisma van de dansers is dat door hun collega's wordt opgezocht en uitgebuit. Het meest geslaagd in dit opzicht was de uitsmijter van de HNB-workshop, waarvoor regisseur Eduard Mountie het onverwacht hoge acteertalent van Saskia Krol en Andrew Butling op een meesterlijk gemene tekst van Dorothy Parker ('Here we are') losliet. Nog maar amper drie uur getrouwd en op weg naar hun eerste huwelijksnacht in het Londense Hilton ontaardden de jonge echtelieden in een gekissebis vol kleinburgerlijke afgunst, hypocrisie en moedwillige discommunicatie. Butling, als een onvervalste John Cleese en Saskia Krol als een superieur trutterige bitch maakten duidelijk dat achter dansers gemeen goede acteurs of actrices schuil gaan, ook als hen amper bewegingsmateriaal ter beschikking wordt gesteld. Zij weten niet alleen uit woorden, maar ook uit het optrekken van een wreef, het gaan verzitten, of het inpinnen van een hoedespeld het maximale te halen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden