dans

TILBURG - De wanden van de badkamer van Gabriele d'Annunzio waren bedekt met keramiek uit Perzië. Voor Hans Tuerlings, zowel choreograaf als decorontwerper van de Raz-productie die naar dit vertrek 'Bagno Blu' werd genoemd, is dat niet een aanwijzing die letterlijk moet worden overgenomen.

Hij grijpt het Perzische gepronk in d'Annunzio's meest intieme kamer (diens huis is nu museum) aan om alleen een groot Perzisch tapijt op de vlakke parketvloer te leggen, geflankeerd door een stoel en een paar glimmende zwarte schoenen. Rondom hangen zwarte gordijen, waaruit de badkamergebruikers voortdurend opkomen en weer verdwijnen. Zo bleek bij de première maandag in de Tilburgse schouwburg.

Toch is die ver gaande versobering genoeg om de decadente Europese sfeer rond de vorige eeuwwisseling op te roepen. Deze Bagno Blu is niet een sanitaire cel maar staat voor een uitwas van overcultivering. Een zweem van erotiek, exotica en vooral 'ennui' (verveling; toen de modeziekte voor de elite der overgevoelige kunstenaars) stijgt uit het tapijt omhoog, zodra twee vrouwen, poedelnaakt onder hun rode kimono's, hun entree maken. Bij het laten ruisen van flarden pianomuziek moet Jeroen van der Vliet aan de laatste pianocomposities van Liszt gedacht hebben; D'Annunzio bezat het instrument van Liszt. Gabi Sund en Jose Way steken ons en elkaar de ogen uit met hun schoonheid. Ze dansen niet in de gebruikelijke zin, maar poseren met een languissante bevalligheid en soms een felle oprisping van gracieus gehuppel.

Sund lijkt zo uit een schilderij van Eugene Delacroix gestapt. Bij vlagen praat ze - geluidloos - tegen zichzelf. Zij zou ook de beroemde actrice Eleonore Duse kunnen zijn, een van d'Annunzio's vele minnaressen, of liever muzen. Jose Way doet als een Ophelia of Beatrice uit een pre-rafaëlitisch tafereel niet voor haar onder. De 'mystique feminine' uit het oostenen het westen, komt hier tezamen om de held van Bagno Blu te laven, maar ook om als twee blazende sfinxen naar elkaar uit te halen.

Of is het hen in het doelloze gekabbel en gekletter op en rond het kleed eigenlijk te doen om hun super-estheet eens flink de oren te wassen? De lange Jan Zobel kruipt als een der hazewindhonden van d'Annunzio rond voordat hij zich als een vogelverschrikker of de heilige Sebastiaan de armen laat heffen. Dan mag hij door liefdespijlen worden doorboord en de zegeningen van zoveel schoon over zich heen laat glijden. Qua uiterlijk is hij het tegenovergestelde van de kleine kordate Italiaan in zijn legeruniform.

De parfum die deze driehoeksrelatie zo blue maakt ruikt naar ontaarding in een hemelse siesta. Al snel blijkt de relationele verwikkeling in deze Bermuda-driehoek net zo kunstig geknoopt als het patroon in het tapijt. Hier is geen ontkomen meer aan. Een mens moet van beton zijn om niet iets te ervaren van het lome genot en het transparante narcisme waarmee de drie de werkelijkheid buitensluiten. Ze baden letterlijk in hun luxe, gesmoord door hun hunkering.

En alles in hun vervloeiende poses is nutteloos, leidt tot niets, heft zich op in martelaarschap. Men gunt elkaar de verrukking, maar verder is er alleen een allesverlammende esthetisering: het in rondjes achter elkaar aan rennen, het eindeloze hangen, het detail van een rugplooi, een nonchalant uitgestoken dijbeen of glooiende onderbuik onder de rode jas.

Het incasseren van een kwetsuur in al die knievallen is er ook, getuige een ontluisterende witte pleister. En waartoe inspireert al die sluimerende erotiek uiteindelijk? Het liedje over kusjes plukken wordt met een kletterende donderbui boven het Garda-meer weggespoeld. Wat een prachtig doordachte en subliem uitgevoerde voorstelling is deze Bagno Blu! Een uur snoepen van oogverblindend gif.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden