Danszwervers uit Europa strijken neer in Amsterdam

AMSTERDAM - Niemand die weet hoe groot of klein de schare nieuwe dansontwikkelaars in Europa is. Duidelijk is wel dat deze nomaden hun eigen netwerk, circuit en publieksachterban hebben gecreëerd.

Deze week is een select groepje van negen representanten in Amsterdam neergestreken. Ze trainen in de Parkkerk, wisselen hun specialisaties uit in de Danswerkplaats en treden op in het Bellevue theater, in het kader van Aerodance, het Off-Julidans Festival. Onder de door Ger de Jager geïnviteerde dansers zijn het Kinetic Theatre uit Moskou, de groep Punto e Panja uit Boedapest, het Projecte Gallina uit Madrid, maar ook eenlingen zoals de Italiaanse Rebecca Murgi, de Belgische Karin Ponties en de Bulgaarse Galina Borissova. Uit het circuit van in Nederland werkzame dansers zijn Lily Kiara, Sara Wookey (USA) en Daniela Graca (Brazilië) van de partij. Voor allen geldt de voorwaarde dat zij zich in choreografieën van hooguit een halfuur mogen presenteren. Niemand maakt daar bezwaar tegen, want het is een kans die ze zich niet willen laten ontnemen.

Ger de Jager, artistiek leider van Danswerkplaats Amsterdam, behoort tot een groep van circa 25 Europese programmeurs, die zich als een soort herders over deze danskudde ontfermen. Jaarlijks komen de programmeurs bijeen om zich aan de hand van zo'n driehonderd voorgeselecteerde videotapes van de laatste groepsprocessen op de hoogte te houden. Vooral John Ashford van het Londense danscentrum The Place is een belangrijk man. Op zijn initiatief onstond het uitwisselingsproject Aerowaves. Acht weken per jaar, meestal in januari en februari, weet hij in The Place zo'n honderd korte choreografieën te presenteren. Voor Aerodance, zijn bescheiden Amsterdamse variant, beperkte De Jager zich tot vier in Nederland nog vrij onbekende groepen, naast de Bulgaarse Galina Borissova en de Hongaar Istvan Juhos die dit jaar al in het internationale choreografieconcours te Groningen kwamen bovendrijven.

Versplintering

De Jager: “Aerodance onderscheidt zich op een belangrijk punt van de Aerowaves, want ik wil meer dan optredens alleen. Dansresearchers moeten elkaar ook in de studio over hun werkwijze en specialisaties kunnen informeren. Op dit moment is er een enorme versplintering gaande. Van trends kun je eigenlijk niet meer spreken. Het duet van Istvan Jahos en Putto Fledderer is een voorbeeld van fenomenaal partnerwerk. Hun concept is helder, hun bewegingen zijn sensueel en puur. Bij de Italiaanse Rebecca Murgi ligt het accent juist meer op maatschappelijk engagement. Ze werkt met filmbeelden, onder andere van de Amsterdamse krakersbeweging uit begin jaren tachtig. Veel mensen in de nieuwste dans willen immers de tegencultuur levend houden, verzetten zich tegen het materialisme van de jaren tachtig. Iedereen stelt zijn eigen, hoogst persoonlijke visie op de samenleving centraal. Er is dus een soort eclectisch egocentrisme gaande.”

“Toch zie je de culturele wortels in die hang naar een eigen identiteit wel terug. Bij de Russen is de authentieke folklore nog heel sterk te herkennen, en bij het surrealisme van de Spanjaarden proef ik iets dat ik met Dalí en de Middeleeuwen associeer. Bij de Oost-Europeanen is vooral de rauwe atletiek van choreografen als Itzik Galili en Ohad Naharin te bespeuren. Die krachtige energie met extreme uithalen spreekt hen heel erg aan. Vergeet niet, het is daar echt armoe troef, ze kunnen weinig kanten uit. Die radicale lichamelijkheid past bij hun overlevingsdrang.”

“De Belgische, maar in Spanje opgegroeide Karin Ponties is daarentegen weer heel sensitief en subtiel bezig. Al deze dansers behoren tot de MTV-generatie. Allemaal groeiden ze op met de technieken van Limon, Graham, Cunningham. De laatste twee zijn overigens grotendeels verdwenen. Nu zie je vooral mengvormen van een academische training met de vloeiende, meegaande stijl van Limon.”

“Wil je in deze homogeniserende, globaliserende wereld overleven, dan zoek je naar mogelijkheden om je te onderscheiden. Toch kampen veel groepen met het euvel dat ze in hun afgesloten wereldje blijven steken. Voor hen geldt Nederland als een voorbeeld van een land met een gunstig dansklimaat. Via opleidingen, fondsen, subsidies wordt inderdaad enorm in buitenlandse dansers geïnvesteerd. Maar het vreemde is wel dat daar nog steeds geen doorbraak van de Nederlandse allochtonen plaatsvindt, terwijl het aantal Nederlandse studenten op onze dansvakopleidingen steeds lager wordt. Dat is echt een probleem dat serieus moet worden aangepakt. Een tijd lang stond de nieuwste dansontwikkeling in het teken van de Eurocrash (waarbij alle mogelijke stijlen op elkaar worden losgelaten, red.). Maar de tegenbeweging is hier al op gang gekomen. Kwaliteit - in danstechnisch opzicht - wordt weer opgewaardeerd.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden