Dansmeester met goede oren aan zijn voeten

Aan de muziek herken je de choreograaf. Die gedachte sprong in me op terwijl ik vorige week keek naar een film op televisie over Hans van Manen. Er werd een dans van hem uitgevoerd door dansers en ouddansers, met wie hij werkte in de 35 jaar dat hij choreografieen maakt. Mannen en vrouwen in vanallesennogwat kleren, in een fabriekshal, stappend, springend, draaiend op en rond een tapijttegel, klompen aan de voeten.

Hier klonk louter de muziek van het ritme en toonden de bewegingen de muziek van de melodie, een fascinerende unisono melodie, met het snelle karakter van een wapperend lint. Ik vergat in mijn verbazing de titelgegevens in mij op te nemen, zo overtuigd was ik dat dit werkstuk van Van Manen was. Het toonde Van Manen ten voeten uit als muziek-choreograaf.

Bladerend in het sober-prachtige feestboek ter ere van zijn zevende lustrum als dansmeester (Hans van Manen. Foto's-Feiten-Meningen. Uitgave van het Nederlands Instituut voor de Dans; tijdelijk 16,50 gld), raakte ik geboeid door de werklijst, waarin ik overigens dat 'klompenballet' niet terug vond.

84 opusnummers. De Van Manen Werkverzeichnis zou ik met een knipoog naar de muziek die lijst willen noemen, de VMWV. Dat is geen leuk bedenksel; het is een weergave van de realiteit. Van Manen gaf bovendien zelf zijn twaalfde werkstuk (daterend uit 1964) de titel 'Opus Twaalf' mee. Choreografieen van Van Manen heb ik leren onthouden door de muziek waaruit hij zijn toneeldansen liet ontstaan. Enkele van mijn favorieten: opus 34 'Twilight' (op muziek van John Cage voor een zogenaamde geprepareerde piano), opus 38 'Adagio Hammerklavier' (waar de titel van de muziek, Beethovens adagio uit de sonate in Bes, samenvalt met die voor de choreografie), opus 42 de fraai vloeiende 'Four Schumann Pieces' (de titel zegt genoeg), opus 47 'Lieder ohne Worte' (Mendelssohn), opus 48 de hartstochtelijke 'Vijf tango's' (op tangomuziek van Astor Piazzolla; hij kwam er mee op de proppen voor heel intellectueel Nederland met Piazzolla een vrijage/rage aanging, die nu weer weggeebd lijkt) en opus 66 'Corps' (vioolconcert van Alban Berg).

In dit opzicht heeft Van Manen een eigen plaats naast Rudi van Dantzig, Toer van Schayk en Jiri Kylian (gezegend het land waar vier zulke bijzondere en zeer aparte choreografen bloeien). Van Dantzigs werk is gekoppeld aan zwaarbeladen sociale, politieke of daarmee verbonden menselijke problemen, gevat in manifest-achtige theaterstukken. Het symbolisme, half droom, half realisme in Van Schayks balletten bood weer een ander facet van dans-theater. Toen deze drie in de gelukkige jaren zeventig/tachtig van Het Nationale Ballet onder een dak werkten, ontstonden er programma's, zoals nergens ter wereld werden geboden. Bladerend in herdenkingsboeken komen die beelden weer boven. En bij Van Manen ook de geluiden.

Wat opvalt is dat Van Manen heel veel pianomuziek gebruikte of werken waarin piano een hoofdrol speelt. Satie, Cage, Van Beethoven, Mendelssohn, Schubert, Stravinsky, Liszt, Bach, Prokofjew, Chopin. De piano, in wezen een slaginstrument, combineert niet alleen ritme en melodie, maar produceert ook een zeer abstracte klank. En dat zijn de kernwoorden uit Van Manens danstaal: ritme, melodie, abstractie. Het is tekenend dat hij van Mendelssohn de Lieder ohne Worte koos, en nooit Schuberts Lieder mit Worte. Van Dantzig betrok juist vaak teksten in zijn werk vanwege een speciaal engagement (met als subliemste voorbeeld de 'Vier letzte Lieder' van Richard Strauss) en Kylian benut in zijn visionaire ontboezemingen gaarne koorwerken. Van Manen blijft er verre van. Alleen als de menselijke stem zich hult in abstractie, heeft Van Manen wel interesse getoond, maar niet erg gretig: Cage 'Solo for voice' (opus 24 uit 1968) en Berio's Sinfonia (voor 'Keep going', opus 31 uit 1971).

Wie vrijwel ontbreekt is Mozart, de pianocomponist. In een interview dat ik in 1977 met Van Manen maakte, gericht op zijn omgang met muziek en zijn luisterhonger (hij doet alles op het gehoor van plaat en cd, leest geen muziek), zei hij: "Er is ook muziek die ik niet aandurf, waarvan ik denk: daar moet ik nog maar eens heel lang, heel goed naar luisteren. De pianoconcerten van Mozart bij voorbeeld, grandioos." Juist Mozart, zo dramatisch, theatraal en toch zo abstract in zijn pianoconcerten, heeft nog steeds niet tot een boeiende synthese geleid bij een dansmeester die zo virtuoos met bewegingsstructuren weet te werken, zo sensueel kan uitpakken, of een geestige wenteling in een opeenvolging van serieuze abstracties verpakt.

Van Manen zegt in het feestboek over zichtzelf: 'Ik ben geen Winden-Waaien-Om-De-Rotsenchoreograaf'. Ontzettend geestig om zo aan te geven dat 'arme jeugd' of 'vervuild milieu' niet in zijn theaterstraatje van pas komen. Zijn dansers gebruikt hij als dansers, niet als acteurs, betogers, ideeen(uit)dragers. Hij is ook geen Plak-Maar-Behang-Muziek-choreograaf. Zijn muziek gebruikt hij als ritme, melodie, snelheid en niet als decor, als zwelgmiddel, als therapie. Deze dansmeester heeft de oren aan zijn voeten; ik hoop dat hij er nog lang zo prachtig gebruik van maakt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden