Dansende acteurs

(Trouw)

Na veertig jaar doen ’Mini & Maxi’ alleen nog maar waar ze zin in hebben. Vanaf morgen is dat ballet, als Don Quichot en zijn hulpje.

Dat tellen wil er niet in. 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8. „Jullie balletmensen zijn de enigen die maar steeds tot 8 tellen”, roept Karel de Rooy als choreograaf Alexei Ratmansky hem in een repetitie tot timing op de muziek maant – dat sprongetje móet op 4. „Ook Madonna!”, reageert Peter de Jong vanaf de zijlijn, „tel haar muziek maar es uit: die doet ook alles in 8.” „Nee hoor”, reageert De Rooy gortdroog, „zij doet alles 2 x 4.” Beiden lachen, alsof het een afgesproken grap betreft.

Als je al veertig jaar het podium deelt, gaat timing puur op gevoel. Dus is het wennen nu de internationaal veel gelauwerde muzikale komieken Peter de Jong en Karel de Rooy bij Het Nationale Ballet (HNB) aan ’Don Quichot’ repeteren. Alle dans wordt uitgeteld op Ludwig Minkus’ compositie, en ook hun mimebijdrage als de verwarde boomlange titelheld (De Jong; hoe kan het ook anders) en diens sukkelige, maar met boerenverstand behepte hulpje Sancho Panza.

Wennen moest ook de ijzeren balletdiscipline. De Rooy: „Als je elke ochtend om half elf zes acteurs in een studio zou zetten, gaat in complete chaos de stop van de fles. Hier is het met tachtig dansers: ’stil!’ en iedereen is bij de les.” De Jong, quasi pruilend: „Ik heb de hele dag nog geen pauze gehad...”

Toen artistiek leider Ted Brandsen hen vroeg voor ’Don Quichot’, kwam dat in eerste instantie niet goed uit. Er stond een muzikaal programma over ’Dorus’ en diens geestesvader Tom Manders op stapel. Jammer, want het verzoek kriebelde. Toen ’Dorus’ werd gecanceld omdat het artistiek niet werd wat ze ervan verwachtten, stond het aanbod van HNB nog steeds overeind. Toch dapper van Brandsen, vinden ze, om met hen in zee te gaan. „Wist hij veel wat hij precies in huis zou halen”, zegt De Jong. „Leuk hoor, die Mini & Maxi, maar misschien waren we wel heel vervelende mannen die de boel stante pede zouden overnemen.”

Van dat overnemen was geen sprake, dat bleek wel uit de zesdaagse ’snuffelfase’ die aan het repetitieproces vooraf ging. „Ook om te kunnen besluiten dat, als het niet zou werken, we beter uit elkaar zouden kunnen gaan”, aldus De Jong. Het klikte meteen met Alexei Ratmansky, de Russische choreograaf die Bolsjoi vitaminiseerde met nieuw balletesprit en die onlangs zijn artistieke pas de deux met New York City Ballet beëindigde om wereldwijd te kunnen werken.

Een buitengewoon aardige man, oordelen beiden. De Rooy: „Toen hij ons leerde kennen zei hij: ’ik ben hartstikke nerveus, dit is de eerste keer dat ik met acteurs werk’. Dat een topchoreograaf zich zo kwetsbaar opstelt, dat is toch wel wat.”

Het was Ratmansky’s nadrukkelijke verzoek aan HNB om Don Quichot en Sancho Panza nou eens niet door oud-dansers te laten invullen, maar door acteurs. „Dat geeft wel aan dat hij open stond voor nieuwe ideeën”, zegt De Rooy. „We hebben over en weer gepingpongd over wat de rollen moeten behelzen.” De Jong vult aan: „Zijn assistenten vertelden ons dat hij dat als heerlijke uurtjes heeft ervaren. Balletdansers zijn gedwee, maar wij zeggen niet zomaar ja ja. Dat vond hij heel verfrissend.”

Zo konden De Rooy en De Jong zich helemaal niet vinden in de afloop van het ballet. „Natuurlijk draait het in ’Don Quichot’ letterlijk om de pirouettes – de dans”, zegt De Jong. „Maar in Petipa’s oerversie uit 1869 en de verschillende nieuwe versies die wij daarna op dvd hebben gezien, zijn Don Quichot en Sancho Panza randfiguren die als komisch bedoelde stoplappen voor de romantische ontwikkeling van de hoofdpersonages fungeren. Wij dachten: zo gaan we het dus niet doen.” De Rooy: „We hebben kleine rollen, maar áls we op toneel zijn, wilden we in elk geval dat verhaal zo sluitend mogelijk maken. Daar hebben we een nieuwe scène voor gecreëerd.”

Zulk een eigen inbreng vond Ratmansky fantastisch, stellen de heren. „Sowieso geweldig hoe vrij hij omgaat met het materiaal, zonder de ballettraditie te veronachtzamen”, aldus De Rooy. „Er wordt geschoven met de muziek, geknipt, herhaald. Alles mag. Dit ballet staat, mede door onze rollen, als ’problematisch’ te boek, en is daarom niet eerder integraal uitgebracht in Nederland.” „Dat geeft vrijheid”, meent De Jong. „Ik denk niet dat Ratmansky bij balletbastion Bolsjoi z’n vrije gang had kunnen gaan.”

Het ballet is volgens De Jong een onwerkelijkheid die je over je heen moet laten komen. „Een magische toverlantaarn. Het heeft niets te maken met de harde realiteit. Het is kinderlijk spelen voor ons, in de nostalgie van tussen de schuifdeuren. Dan zou je kunnen zeggen: wat doen jullie nú? Maar in de nadagen van onze carrière doen we alleen wat we echt leuk vinden.” Hun rollen zijn „helemaal op de vloer ontwikkeld”. De dolende ridder, een man die alleen het goede van de wereld wil zien en het slechte uitbant. De ander: een analfabeet die gebruikmaakt van zijn boerenverstand. „Zo’n rol groeit je aan”, aldus De Rooy. „Als je tekst tot je beschikking hebt, kom je sneller in wisselende stemming. Bij ’woordloos’ ballet is dat best lastig.” De Jong: „De diepere laag van je personage is er moeilijker bij te lappen. Het komt eigenlijk heel dicht in de buurt van ons oude werk.”

Peter de Jong (1947) en Karel de Rooy (1946) stopten in 2004 als Mini & Maxi omdat de Jong (Maxi) met meerdere hernia’s kampte. Nadat ze vijfendertig jaar met veel succes zonder tekst speelden, kregen ze de smaak van teksttoneel te pakken. In regie van Jos Thie speelden ze met veel succes Samuel Beckets ’Wachten op Godot’ bij Het Nationale Toneel, later volgde Neil Simons ’The Sunshine Boys’ en Molières ’De ingebeelde zieke’ bij de Utrechtse Spelen. De Rooy coacht tegenwoordig ook slagwerkgroep Percossa en het orkest van Carel Kraayenhof: „We hebben ons leven lang wakker gelegen hoe we nú weer aan ideeën voor een nieuwe show moesten komen. Steeds weer dat blanco vel. Het is een feest om te kunnen werken met iets dat al ’klaar’ is. Maar dan is het weer: hoe krijg ik die tekst – of in het geval van ’Don Quichot’: die rol – onder de knie?” De Jong, tevens sparringpartner van de Ashton Brothers: „De uitdaging houdt nooit op.”

Ze speelden over de hele wereld, en vonden het een mirakel om als komieken, zonder één woord te zeggen, het publiek in Rusland of Taiwan naar hun hand te zetten. De mannen laten hun onderlinge magie ook liever bestaan zonder tekstuitleg. De Jong: „Als wij samen spelen, gebeurt er iets bij het publiek.” De Rooy: „Ik durf niet met bluf te zeggen: dat zit ’m dáárin. Het is de chemie tussen mensen die samen door het leven zijn gegaan, het is echt ’wij’.”

Het duo Mini (Karel de Rooij) en Maxi (Peter de Jong) repeteert voor een opera met Het Nationaal Ballet. Don Quichot (Maxi) en Sancha Panza (Mini). (FOTO WERRY CRONE, TROUW)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden