Opinie

Dansarcheologen zorgen voor hoogtepunt

De verrassing van het Springdance Festival werd bewaard tot de laatste middag, afgelopen zondag. Dat was de lezing en demonstratie van Millicent Hodson en Kenneth Archer, de twee 'dansarcheologen' die in de Veilingshal met tien dilettanten en professionele dansers hun reconstructie van Vaslav Nijinski's 'Le Sacre du Printemps' (mei 1913) demonstreerden.

Hoe beschamend en dom dat zovele festivaldeelnemers dit aan zich voorbij lieten gaan! Archeologie versloeg al hun avantgardistische utopieën in één genadeloze klap. De Amerikaanse Hodson (choreografe en danseres) en de Engelsman Archer (musicoloog en kunsthistoricus) reisden jarenlang de wereld af om de stukjes van Nijinski's puzzel over een lenterite naar oud-Slavisch voorbeeld te vergaren. Beetje bij beetje achterhaalden zij ook alle falsificaties in de mythevorming rond dit ballet. Bescheiden maar doeltreffend tonen zij aan hoe en waarom dit ballet de bron werd waaruit de twintigste eeuwse dansvernieuwing nog steeds put.

Vaslav Nijinski en zijn zuster Bronislava schreven met de 'Sacre' hun autobiografie. Deze Poolse broer en zus bleken helemaal niet zo 'a-muzikaal' als Stravinski zijn latere biograaf Robert Craft en anderen wijsmaakte. Integendeel zelfs. De Nijinski's legden de basis voor een bewegingskunst die niet alleen de contraction-release-techniek van Martha Graham maar ook de isolations-techniek van Merce Cunningham en de jazz-improvisatie-decennia voor was én mogelijk maakte. Enkele cruciale scènes uit de twee aktes die zij met behulp van spaarzaam beeldmateriaal, zeer veel orale geschiedsvorsing en notities van de Poolse assistente van de choreograaf wisten te herleiden, lieten zij door de tien deelnemers van hun vierdaagse workshop voordoen.

Op slag legden zij Nijinski's 'gekte' als een geniaal doorzichtig systeem bloot! Heel wat theoretisch geouwehoer wordt hiermee van tafel geveegd. De praktijk, in combinatie met vooral Bronislava's poging om de bewegingsmethodiek in dit pre-constructivistische en pre-kubistische gedachtenidioom in een nieuwe taal te beschrijven, laat zien dat zij en haar broer het contrapunt in de choreografie introduceerde; niet alleen ten aanzien van de dansgrond, maar ook ten aanzien van de groep en het lichaam zelf. In essentie is de beruchte danse sacrale, waarin de maagd zich in een uitputtingsslag opoffert, Nijinski's autobiografie die hij in november 1912 op zijn identiek gebouwde zuster (korte benen, lange nek) projecteerde. In deze finale bracht hij niet alleen zijn eigen, door de Ballet Russe opgeofferde fysionomie, springkracht en zwaar gepresseerde zielstoestand tot uitdrukking. Eigenlijk is deze danse macabre over de naderende ondergang van de Slavische ziel de eenwording van de drie hoofdmarionetten in de kermiskraam, waarvoor Stravinski al twee jaar eerder zijn 'Petroesjka' schreef (choreografie Fokine). In de 'Sacre' worden Petroesjka, de domme ballerina en de botte Moor één. Deze solo's waren volgens het toenmalige gebruik in het Marjinski-ballet door de solisten zelf gezet, dus door broer en zuster Nijinski en Adolf Bolm. Nijinski introduceerde toen al zijn stevige nek als derde arm. Maar het belangrijkste was ongetwijfeld zijn vondst van isometrie en introvertie, met de verstrekkende consequenties van het gebruik van de onderrug. Nieuw was ook het principe van diversificatie, waardoor elke danser zijn eigen telsysteem moest aanhouden, en de democratisering van de ruimte, waardoor dansers ook hun achterkant aan het publiek toonden.

Oefenend in een klein kamertje in St. Petersburg in november 1912 waren broer en zuster Nijinski het postmodernisme al zo'n vijftig jaar voor. Danshistorici wisten ook niet dat Nijinski fenomenaal gebruik maakte van de inmiddels verloren gegane trapdoors die destijds onder de meeste theatervloeren waren aangelegd. Bovendien liet hij in enkele sprongen het bovenlijf schroefbewegingen maken, alsof de schouderbladen net zo kunnen scharen als de benen. Veel en nog veel meer fantastische 'Sacre'-details brachten deze twee 'Sacre'-experts te berde. De workshop-deelnemers zelf bevestigden dat Nijinski 'stilte in choreografie hersneed' en 'ritme ondersteboven keerde'. Voor mij waren zij kroongetuigen in dit festival, waarin erg veel navelstaren en vertraagd rollebollen was te zien en waarin vooral onverschilligheid jegens de wereldpolitiek werd getoond.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden