Dans staat nooit op zich

Dans moest volgens choreograaf André Gingras altijd een verbinding leggen met de wereld en die uitdagen met nieuwe vormen van bewegen en communicatie. Daarin lag volgens hem de sleutel naar grote vrijheid.

'Het leven is geen sprookjesbos, zoals in romantische balletten wordt geschetst", zei André Gingras in Trouw. "Als ik om mij heen kijk, denk ik: het gaat niet goed. Ik zie mijn rol als kunstenaar in die zin dan ook heel klassiek: als spiegel van de maatschappij."

Choreograaf André Gingras (1966-2013) bracht morele dilemma's en maatschappelijke vraagstukken in het theater en verwierf daarmee een eigen positie in het Nederlandse danslandschap. Hij wist relevante thema's te integreren tot hyperdynamische dansbouwwerken vol zeggingskracht. 'The Lindenmeyer System' (2004) nam het migratievraagstuk op de korrel en in 'The Autopsy Project' (2007) toonde Gingras een verwrongen mensbeeld rond kennis, macht en technologie. Deze - maatschappelijk zijn meest uitgesproken - stukken behoren tot zijn beste. Afgelopen weekend overleed André Gingras aan de gevolgen van kanker.

De maatschappijkritische insteek van zijn werk maakte André Gingras tot posterboy van de geëngageerde hedendaagse dans. Hijzelf hoopte dat zijn werk werd gezien als meer dan pamflettisme. Dans moest volgens Gingras altijd een verbinding leggen met de wereld en die uitdagen met nieuwe vormen van bewegen en communicatie. Daarin lag volgens hem de sleutel naar grote vrijheid. Vooral in zijn latere werken, onder meer bij Danceworks Rotterdam waar hij sinds 2010 artistiek leider was, zocht hij die vrijheid in al zijn fysieke extremiteiten steeds meer op. Danceworks werd door bezuinigingen getroffen en moest stoppen, maar Gingras had aangegeven onder eigen naam verder te gaan.

Beelden die Gingras verontrustten, kwamen fysiek verklankt in zijn producties terecht. Dat moment van totale rust, vlak na de bomontploffing op Bali waar bijna tweehonderd mensen het leven verloren. Begrafenisrituelen. Vluchtelingenstromen. Onbeteugeld consumentisme. Maar ook: de mens is de maat der dingen, liefdevol, bekrachtigd door humor. Om daar een taal voor te creëren, vermengde Gingras vanaf het begin van zijn carrière bewegingsvormen; gebaseerd op moderne dans, maar rijk puttend uit de sport, capoeira en andere gevechts- en streetdancestijlen. Als een van de eerste choreografen introduceerde Gingras het fenomeen free running in de dans, een bewegingsvorm die, al rennend via/over/onder obstakels, de stedelijke omgeving annexeert. Gingras vertaalde die in ultradynamische dans langs steigers en stellages waar de dansers tegenaan klommen en in kamikazesprongen vanaf duikelden ('Anatomica', 2007/2011, 'The Autopsy Project' 2007).

Ook de bewegingstaal van een ziekte als La Tourette had zijn interesse en die abstraheerde hij tot dans. Zoals in zijn doorbraak 'Cyp17' (2000), waarin Gingras de danser Kenneth Flak als laboratoriumrat in een klinische omgeving etaleerde. De solo werd een internationaal succes en won de Amerikaanse theaterprijs Bessie voor de beste dansprestatie.

Als kind van Franstalige staalarbeiders in Canada was zijn jeugd van (politieke) tegenstellingen doordrenkt. "In alle opzichten deden mijn ouders maatschappelijk niet echt mee", vertelde Gingras in deze krant. "Ze vonden dat ik het beter zou moeten krijgen; ik moest studeren, assimileren. Maar dat gevoel van er nooit helemaal bijhoren, is mij blijven achtervolgen."

Hij was al 21 toen hij met dansen begon en moest inhalen wat dansers normaliter vanaf hun zesde met de paplepel binnenkrijgen. Hij ontving een beurs om een dansopleiding in New York te volgen, waar hij werkte met onder anderen Christopher Gillis van de Paul Taylor Dance Company. De Amerikaanse avant-garderegisseur Robert Wilson nodigde hem in 1996 uit om zijn team te komen versterken. In Nederland werd hij onder de vleugels van het Haagse productiehuis Korzo genomen en maakte hij gastchoreografieën bij Nederlands Dans Theater en Scapino Ballet Rotterdam.

Bij Danceworks was 'The sweet art of bruising' (2011) een van Gingras' laatste grote publiekssuccessen. Hierin verwerkte hij de extreme lichamelijkheid van de bokssport tot een intiem duet. Deze ogenschijnlijke discrepantie tussen vorm en inhoud was aan Gingras welbesteed. Wellicht was dat ook de reden voor zijn samenwerking met de eveneens Canadese Dave St. Pierre, het enfant terrible van de hedendaagse dans. In deze 'scabreuze' choreograaf - bloot is zijn handelsmerk - vond Gingras in 'Libido' (Julidans 2010) een sparringpartner voor het ultieme fysieke statement: met naaktgestripte lichamen, in alle gulzigheid, absurdisme en horreur, maar ook in poëtische en tragische luister tentoongespreid. Gingras: "Het lichaam is op zichzelf een politieke manifestatie. In de westerse cultuur is het lichaam alom aanwezig, misschien zien we er daarom ook wel steeds minder de waarde van in."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden