’Dans maken is zoeken’

Johan Inger: 'Het lukte me op een gegeven moment gewoon niet meer om met een verhaal te werken.' (FOTO ROGER DOHMEN)Beeld Roger Dohmen

Het Nederlands Dans Theater staat aan de vooravond van een nieuwe periode. Jirí Kilián, de choreograaf die het gezelschap zijn roem heeft bezorgd, heeft afscheid genomen. De Zweed Johan Inger is een van de jonge choreografen die hem opvolgen.

Johan Inger heeft geen artistiek masterplan. De Zweedse choreograaf leeft liever bij de dag. Zijn persoonlijke wens is nu dat hij een beetje grond onder zijn voeten kan gaan voelen. Sinds zijn vertrek als artistiek leider van het Zweedse Cullberg Ballet, twee jaar geleden, woont hij in Spanje, het land van zijn vrouw. „Maar ik heb er nog geen rust gevonden.”

Het gevoel van ’thuis zijn’ ervaart hij wel in Nederland, waar hij van 1990 tot 2002 een gezichtsbepalende danser van het Nederlands Dans Theater (NDT) was. Hij heeft bij NDT nu zijn tweede choreografie gecreëerd als vaste choreograaf van de Haagse groep. Johan Inger (1967, Stockholm): „Als ik op Schiphol land, kalmeer ik. Elke geur die ik opsnuif roept weer een andere, mooie herinnering bij me op.”

Nostalgische reflectie ligt in de Zweedse volksaard, maar past ook bij zijn leeftijd en bij de ervaringen die hij inmiddels heeft opgedaan, vindt hij. In 1990 ruilde Johan Inger het Zweedse Koninklijk Ballet in voor het NDT van Jirí Kylián, de grote dansmeester die het gezelschap uit Den Haag tot de top van de internationale danswereld bracht. Kylián zag Ingers talent om in dans te denken en te creëren.

Vanaf het begin was hij succesvol: Ingers choreografiedebuut ’Mellantid’ leverde hem in 1996 de Philip Morris Kunstprijs op en werd in 2001 genomineerd voor de prestigieuze Britse Laurence Olivier Award. Het groepsstuk ’Walking Mad’ uit 2001 betekende een doorbraak: nostalgisch, ernstig en tegelijk luchtig – het wereldbeeld dat hij toonde getuigde van een hartverwarmende menselijkheid.

In 2003 verliet Inger NDT om artistiek leider van het Zweedse Cullberg Ballet te worden. „Een eer. Ik heb me er met tomeloze energie in gestort. Cullberg hing te veel aan het eigen repertoire, vond ik. Ik wilde lucht en dynamiek creëren.” Naïef, oordeelt hij achteraf. Hij vergiste zich in de Zweedse danstraditie, die veel starder bleek dan gedacht. „Cullberg Ballet is een veertig jaar oud familiebedrijf dat van danspionier Birgit Cullberg op zoon Mats Ek was overgegaan. Beiden dansiconen. Ik moest constant in debat over de richting die ík op wilde. Elk ballet dat ik maakte werd afgezet tegen de toekomst van het gezelschap. Het voelde als een molensteen om mijn nek.”

Ook het leiden van een gezelschap in combinatie met choreograferen viel hem zwaar; de verschillende petten pasten hem niet goed. „’s Ochtends stond ik nog met een danser in de studio te werken, ’s middags moest ik hem vertellen dat ik zijn contract voor het volgende seizoen niet kon verlengen. Het was te schizofreen.”

Enerzijds ervoer hij het als een teleurstelling om na vijf jaar de pijp aan Maarten te geven, anderzijds betekende het zijn bevrijding. „Voor choreograferen heb ik nu weer ruimte in mijn hoofd. Het verbaast me dan ook niet dat de traditionele dubbelfunctie artistiek leider/choreograaf bij veel dansgezelschappen is losgelaten.”

Ook NDT heeft met de Amerikaan Jim Vincent een artistiek leider aangesteld, die niet per definitie choreografisch werk aflevert. Johan Inger zal nu, naast choreografenduo Lightfoot/León en choreografe Crystal Pite, het artistieke gezicht in Den Haag bepalen. Inger werd na zijn vertrek bij Cullberg als verloren zoon bij NDT binnengehaald.

Een hele verantwoordelijkheid, erkent Inger. Alle ogen zijn op NDT gericht nu Jirí Kylián als zelfstandig choreograaf is gaan opereren en na 35 jaar niet meer aan het gezelschap is gelieerd. Het NDT heeft geen exclusieve rechten meer op het Kylián-repertoire, en het gezelschap, dat internationaal vooral te boek stond als ’The Kylián Company’, is gedwongen een nieuwe koers te varen.

Dit wordt door het dansveld met zorg gevolgd. Het NDT is de afgelopen jaren een imperium geworden, zo is de gedachte ook intern in het gezelschap, dat te ver verwijderd is geraakt van de eigen, vernieuwende, danswortels. Andere Europese dansgezelschappen, die NDT ooit als lichtend voorbeeld zagen, snellen de groep voorbij.

„Een belangrijke transitie gaat niet over een nacht ijs”, reageert Inger. „Na bijna vier decennia zo’n sterke artistieke roerganger te hebben gehad, moet NDT nu gaan herontdekken, ideeën verzamelen en vooral geen overhaaste beslissingen nemen. Wat NDT nodig heeft – en van de buitenwacht moet krijgen – is rust en ruimte.” Of NDT wel op de juiste wijze heeft geanticipeerd op Kyliáns vertrek, kan Inger door zijn tussentijdse verblijf bij Cullberg niet beoordelen. „Wel denk ik dat NDT met Jim Vincent een communicatief zeer vaardige directeur met een goed internationaal netwerk in huis heeft gehaald. Hij staat voor een spannende uitdaging.”

Als bijdrage in het proces wil associate choreographer Johan Inger vooral goed werk afleveren. Gewoon doen wat hij kan. In tegenstelling tot huischoreografen Lightfoot/León heeft hij geen zeggenschap over, bijvoorbeeld, het aannamebeleid van nieuwe dansers. De afspraak die hij met Jim Vincent heeft is dat hij de komende vier jaar ten minste één werk per seizoen voor NDT zal maken. De rest van zijn tijd vult hij met projecten elders, vanuit Spanje reist hij van creatie naar creatie. Maar NDT biedt hem voorlopig de nodige artistieke continuïteit.

Zijn dansstuk dat vanavond bij NDT in première gaat, getiteld ’Tone Bone Kone’, is met zeven dansers intiemer dan ooit. „Ik choreografeer op songs van Arthur Russell, een muzikaal eclecticus die actief was in de jaren tachtig. Bij leven werd hij ondergewaardeerd, maar zijn betekenis voor de muziekcultuur wordt steeds evidenter.”

Na zeven jaar terug van weggeweest, moet Nederland wel even wennen aan de ontwikkeling die Johan Inger heeft doorgemaakt. Dat bleek ook uit de wisselende reacties op zijn comebackchoreografie ’dissolve in this’ vorig jaar oktober. Van verhalend en vaak komisch, bleek de danspendel richting abstract en soms wat duister te zijn gegaan.

„Het lukte me op een gegeven ogenblik gewoon niet meer om met een verhaal te werken”, verklaart Inger. „Ik wilde de relaties tussen mensen op een andere manier behandelen.”

In ’Tone Bone Kone’ stopt hij daarvoor solo’s in duetten om de noties ’alleen’ en ’samen’ in één kader te kunnen vatten. Vorm en inhoud ontmoeten elkaar in Ingers weergave van eenzaamheid; het gevoel dat de muziek van Arthur Russell bij hem oproept.

Dergelijke bezinning past hem wel. Op dit moment althans, want waar een creatieve ontwikkeling naartoe leidt, kun je volgens Inger nooit voorspellen. Of het nu zijn persoonlijke groei betreft, of de status van NDT: „Dans maken is zoeken waar je bent en waar je staat. Het is altijd een kwestie van nú.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden