Column

Dankzij Ziyech en co zien sommigen in Marokko een surrogaat Oranje

Beeld Trouw

Ik sta niet bekend als een groot sportkenner, dat is jammer, maar langzamerhand leer ik het te aanvaarden. En ik moet toegeven: een echte ­fanaat ben ik niet. Dat Nederland niet meedoet aan het WK, zoals ik onlangs hoorde, is een slag die ik vrij gemakkelijk te boven kom. 

Eigenlijk heb ik nooit goed begrepen waarom ik trots zou moeten zijn op de prestaties van iemand anders, louter omdat hij eenzelfde paspoort heeft als ik. Toch heb ik mezelf weleens juichend aangetroffen voor een televisiescherm, als ik me goed herinner zelfs in een min of meer oranje T-shirt, en ik heb verschillende wedstrijden verschrikkelijk spannend gevonden – zo onthecht ben ik nou ook weer niet. 

Maar vraag me niet welke wedstrijden dat waren, wie de tegenstander was, hoeveel doelpunten er ­vielen, wat de uitslag was. Voor dat alles heb ik geen geheugen. Misschien omdat het niet zozeer om de sport ging, maar om het buurtgevoel, waar ik me tot mijn eigen verrassing gehoorzaam aan overgaf, vooral in de paar jaar dat ik in Brabant woonde.

Het voetbal was een excuus om bij elkaar te gaan zitten in carports, kratjes bier tevoorschijn te halen, ongegeneerd te brullen en te gillen, en te vergeten welke eerbiedwaardige maatschappelijke posities we kort daarvoor nog hadden bekleed. Meer bier! Alles kwam weer boven door de reportage uit Zevenbergen in de krant van gisteren, waar de inwoners van de Mansfeldstraat zich niet uit het veld laten slaan door de afwezigheid van Oranje. Ze hangen gewoon andere vlaggetjes op, zetten evengoed de tv buiten en ­juichen voor andere teams. De overbuurman koos voor Turkije, dat ook niet meedoet, maar da’s prima: "Hij wilde zo graag, dus dan doen we daar niet moeilijk over."

Alledaags samenleven

Het leek me, bij alle zorgelijke rapporten en berichten over integratie, een prachtig voorbeeld van alledaags samenleven, voor zover ik het vanuit Rotterdam-Zuid kon beoordelen. Hier wachten we nog steeds op de burgeroorlog, die nieuw-rechts in het vooruitzicht heeft gesteld en waar Pegida flink aan blijft werken. Het zit de dappere barbecueërs niet mee: hun worstenoffensief tegen de islam is vast­gelopen, er wapperen Turkse vlaggetjes in de Mansfeldstraat en er lijkt bovendien een golf van Marokkoliefde door het land te trekken, of is dat overdreven? Er spelen vijf in Nederland geboren jongens in het nationale team van Marokko, en hoewel niet ­iedereen hen dat in dank afneemt, krijgen ze toch vooral aanmoedigingen. Sommigen zien dankzij hen in Marokko zelfs een surrogaat Oranje.

Sommigen? Het zijn niet de minsten die de Marokkanen toejuichen. Op internet doen geweldige filmpjes de ronde: Louis van Gaal die er een welgemeend ‘Yallah!’ tegenaan gooit, een zingende Wesley Sneijder, Johnny de Mol met een Arabische tekst, net als Ruud van Nistelrooy en Humberto Tan in een Marokkoshirt; het is eens wat anders dan te worden weggezet als ‘kut-Marokkanen’. Misschien ga ik vanmiddag wel naar ze kijken tegen Iran. Ik zeg: let op het middenveld. Of anders de flanken. Maar vergeet de verdediging niet!

Drie keer per week schrijft Stevo Akkerman een column waarin hij de 'keiharde nuance' en het 'onverbiddelijke enerzijds-anderzijds' preekt. Lees hier eerdere afleveringen. 

Lees ook: 

Oranje doet niet mee. Dan kies je toch gewoon een ander favoriet land?

Zevenbergen trekt zich niets aan van de Nederlandse afwezigheid op het WK. Ze kiezen een ander land om voor te juichen.

Rutger Castricum is de olifant in de Marokkaanse porseleinkast

Powned-jongen Rutger Castricum zit in ‘Marokko op 1’ opeens bij een Khalid en Faisal op de bank wanneer zij het team van Marokko aanmoedigen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden