'Dankzij Tweede Maasvlakte winnen we vanaf 2016 weer marktaandeel'

Interview Rotterdamse havendirecteur Allard Castelein tempert kortetermijnverwachting over groei

Hij hoeft straks niets te missen van wat er op de Nieuwe Maas gebeurt. Vanuit zijn kantoor aan de Wilhelminapier kijkt Allard Castelein uit over de schoorstenen, kranen en af en aan varende binnenvaartschepen van de Rotterdamse haven. Binnenkort woont hij weer in zijn geboortestad, pal aan de rivier.

"Dat doet me wel wat. Ik heb altijd wat gehad met de haven. Die genereert energie. De mensen die er werken zitten vol passie en trots. Het is ontzettend leuk daar invulling aan te geven." Dat doet Castelein nu bijna een half jaar als directeur van het havenbedrijf. Op 1 januari nam hij het stokje over van Hans Smits. "De partijen in de haven zijn zo divers. Van lokale, kleine bedrijven tot multinationals met hoofdkantoren in andere landen. Dat maakt het complex, maar ontzettend aantrekkelijk."

Hiervoor werkte u 26 jaar bij Shell. Is dat een voordeel?

"Bij Shell werkte ik om de paar jaar onder nieuwe omstandigheden, met nieuwe mensen, of dat nu in het Midden-Oosten was of in Nederland. Ik heb in veel sectoren gewerkt. Ook in de haven heb je te maken met internationale dimensies, concurrentie, regelgeving en klanten. En mijn kennis over energiedossiers neem ik mee."

Ook voor de haven veranderen de omstandigheden snel: schaliegas komt op, de overslag stagneert, de raffinage krimpt. Het valt me op dat u somberder bent over de toekomst dan uw voorganger.

"Ik ga geen ja zeggen. Nee, ik ben absoluut niet somber. Rotterdam is meer dan welke haven ook klaar voor nieuwe uitdagingen. De haven heeft altijd voordeel gehad van de uitstekende nautische infrastructuur: de ligging aan zee en het diepe vaarwater. Maar het concurrentieveld is anders geworden. Twintig jaar geleden stond Rotterdam op eenzame hoogte qua efficiëntie en kwaliteit. Anderen hebben beseft dat een goede haven veel bedrijvigheid en werkgelegenheid oplevert. Ze hebben het kunstje afgekeken.

"Ja, er is overcapaciteit in de Europese raffinage, maar nog steeds is Shell Pernis de grootste raffinaderij van Europa en nog steeds draait-ie. Snelle ontwikkelingen, zoals biomassa, moeten we omarmen. Tegelijk is het bestaande nog levensvatbaar. Van de vijf raffinaderijen in Rotterdam zal er misschien een keer één sluiten. Die andere kunnen floreren.

"Ik zie de toekomst rooskleurig. We concurreren hard om lading. Daar is niets mis mee. Ik kom uit een omgeving waarin je heel hard moet concurreren, wil je de beste zijn. We gaan die strijd met vertrouwen en plezier aan."

Het moet toch pijnlijk zijn dat de overslag in Antwerpen, Hamburg en Amsterdam sneller groeide.

"Wie mij kent, weet dat ik dat niet plezierig vind. Het is mijn taak het beter te doen dan anderen."

Hoe gaat u dat doen?

"We liggen op schema om over 2014 1 à 1,5 procent te groeien. Voor veel sectoren in Noordwest-Europa is dat een mooi percentage. Ook gezien de petrochemie en raffinage die het minder doen. Het havenbedrijf moet spin in het web zijn. Precies weten wat bedrijven in de haven nodig hebben. Gaat het hun goed, dan gaat het ons goed. Een reststroom van de één kan grondstof zijn voor de ander. Met stoom die vrijkomt, kun je stroom opwekken. Voor afvalstromen of water moeten we gemeenschappelijke infrastructuur maken. Zo houdt Rotterdam het meest aantrekkelijke vestigingsklimaat voor chemie in Europa. Innovatie is essentieel. Denk aan biomassa, aan de circulaire economie. Of de offshore-industrie. Oude gas- en olieplatforms in de Noordzee worden afgebroken. Kunnen we die werkzaamheden naar het havencomplex brengen?"

U wilt dat bedrijven in de logistiek meer samenwerken. Uit concurrentieoogpunt houden ze informatie over lading vaak voor zichzelf.

"Er zijn partijen die erg goed samenwerken, maar op veel terreinen zijn ze keiharde concurrenten. Concurrentie maakt een haven sterker. Daar geloof ik in. Als een ander iets goed doet, wil jij dat beter doen. Maar door gemeenschappelijke informatievoorziening werken bedrijven efficiënter; een schip hoeft dan niet veel verschillende terminals aan te doen om containers op te pikken. Daarvoor moeten bedrijven meer informatie delen.

"De wereld verandert. Een paar jaar geleden hadden we allemaal een Gouden Gids, nu internet. Of kijk naar Uber, een app waarmee je buiten centrales om taxi's bestelt. Ik loop liever voorop dan dat ik andere havens ermee zie weglopen."

Andere havens hebben concurrentievoordelen. Het Duitse spoor is beter, Antwerpen haalt meer geld uit lading omdat die niet direct per binnenvaartschip het achterland in gaat. Hoe wordt uw groei weer groter dan die van de anderen?

"Dat lukt niet dit jaar, misschien ook volgend jaar niet. Ik kijk uit naar de opening van Maasvlakte 2, eind dit jaar. Dat is een huzarenstukje met wereldwijd aanzien. Het maakt de containerindustrie efficiënter. We kunnen veel nieuwe lading aantrekken. De groei van de containersector kan dan weer boven de economische groei uitkomen. Vanaf 2016 winnen we marktaandeel terug."

Kwart eeuw Shell

Na zijn studie geneeskunde koos Allard Castelein (Rotterdam, 1958) niet voor de zorg, maar voor een carrière bij Shell. Hij deed er marketing, sales en handel en was vanaf 2009 milieudirecteur. In die functie kreeg hij twee jaar geleden te maken met de lekkende oliepijpen in Nigeria. Na 26 jaar Shell is Castelein sinds 1 januari president-directeur van het Havenbedrijf Rotterdam.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden