Dankzij Ma Ellen gedijt Liberia

De Nobelprijs voor de vrede won 'Ma Ellen' gisteren, en dinsdag wint ze wellicht opnieuw de presidentsverkiezingen in Liberia. Ellen Johnson-Sirleaf (72), Afrika's eerste vrouwelijke staatshoofd, brengt haar door burgeroorlog verscheurde land tot bloei.

'Monkey still working, let baboon wait small', staat er op de torenhoge verkiezingsposter midden in Paynesville, de grootste volkswijk van de Liberiaanse hoofdstad Monrovia. 'Aap nog aan het werk, laat baviaan nog even wachten.' Aap, dat is president Ellen Johnson-Sirleaf. Baviaan is de oppositie. De boodschap van de kersverse winnares van de Nobelprijs voor de vrede is helder: mensen, mijn werk als president is nog niet voltooid, herkies me zodat ik de klus kan afmaken.

Die klus vordert gestaag. Met 'Ma Ellen' op het pluche - iemand 'Ma' of 'Pa' noemen is in Liberia een teken van respect - krabbelde Liberia rap overeind na decennia van despotisme, destructie en dood. Monrovia veranderde van een levensgevaarlijke ruïne in een veilige, voorzichtig vrolijke stad.

Langs Tubman Avenue, Monrovia's belangrijkste verkeersader, staan strakke appartementencomplexen en kantoorgebouwen. "Ma Ellen haalt investeerders naar Liberia", zegt Edison Kamara (36), die een fruitstal drijft voor een vestiging van de Nigeriaanse GT Bank. Liberia ontwikkelt zich volgens Kamara razendsnel. "Monrovia's belangrijkste wegen zijn geasfalteerd, evenals de weg naar kuststad Buchanan. Er is straatverlichting, dat was er zelfs niet voor de oorlog. Door het hele land verrijzen ziekenhuizen. De kranten zijn veel beter nu er persvrijheid is."

Niet ver van Kamara's kraam staat een billboard van staalgigant ArcelorMittal: 'Liberia doet weer aan mijnbouw. Het beste moet nog komen.'

Na meer dan twintig jaar pauze verliet onlangs de eerste scheepslading ijzererts Liberia, dat rijk is aan de grondstof. Johnson-Sirleaf heronderhandelde een oud wurgcontract tot een eerlijke overeenkomst.

Eerder al had ze schuldeisers bewogen tot kwijtschelding van Liberia's complete buitenlandse schuld van bijna 5 miljard dollar, duizelingwekkend veel geld voor een land met een begroting van 350 miljoen dollar. "Niemand heeft zoveel internationale contacten als Ma Ellen", glundert Edison Kamara.

Liberia's onderwijs bloeide op onder Johnson-Sirleaf. "Basisonderwijs is nu gratis", zegt James Roberts (65), voormalig partijloos onderminister van onderwijs. "We bouwen scholen en trainen leraren. Bij mijn aantreden in 2006 was er gemiddeld één schoolboek per 27 kinderen. Nu is dat één op twee." Er is speciale aandacht voor meisjes. Roberts: "Voor hen zijn er speciale talentenbeurzen. Scholen hebben gescheiden toiletten gekregen. Seksuele intimidatie pakken we hard aan."

Ook het hoger onderwijs is verbeterd. "Tijdens de oorlog lag alles hier stil", zegt professor Momoluh Getaweh (62) van Liberia University, 's lands grootste universiteit. "De president heeft bij donorlanden veel geld losgekregen. Daardoor kunnen we weer salarissen betalen. Uit het buitenland teruggekeerde professoren verhogen het onderwijsniveau."

Dat vindt ook Marilyn Zeonyuway (22). Met medestudenten - allemaal gaan ze Ma Ellen stemmen - zit de tweedejaars managementstudente op een bankje in de schaduwrijke, goed onderhouden boomgaard op het universiteitsterrein. Achter haar staan de verschillende faculteiten, bijna allemaal opgeknapt en vers in de verf gezet. Zeonyuway: "Lessen zijn goed en gaan altijd door. Ik hou echt van de president."

Dat geldt ook voor bankmedewerkster Princess Eva Cooper (28), die vorig jaar uit ballingschap in Nigeria terugkeerde naar haar geboortestad Monrovia. Onlangs interviewde ze met andere succesvolle jonge Liberianen Johnson-Sirleaf voor muziekzender MTV. "Voordat ze binnenkwam, hyperventileerde ik bijna van de zenuwen", vertelt Cooper wandelend over Broad Street, een heropgeleefde winkelstraat in Monrovia's stadscentrum. "Maar de president maakte ons meteen aan het lachen met een verhaal over hoe ze als meisje in bomen klom."

Om Cooper heen is het een drukte van belang. Marktkoopvrouwen prijzen schreeuwend hun waar aan, mannen in pak praten in mobiele telefoons, taxibrommers slalommen overal tussendoor. De kantoren en huizen zien er minder florissant uit dan aan Tubman Avenue, maar niets herinnert hier meer aan de oorlog. "De president is precies zoals ik me had voorgesteld", vervolgt Cooper. "Een moederfiguur. Warm en zorgzaam, maar ook sterk en gedreven."

Die gedrevenheid zat er al vroeg in, weet jeugdvriend James Roberts: "Als zeventienjarige trouwde ze een oudere man, James Sirleaf, met wie ze naar de Verenigde Staten vertrok. Daar haalde ze diploma's aan universiteiten als het prestigieuze Harvard. Begin jaren zeventig keerde ze terug naar Liberia. Ze was heel progressief voor die tijd, en buitengewoon toegewijd en betrokken."

Johnson-Sirleaf schopte het tot minister van financiën, maar vluchtte naar het buitenland na een bloedige coup van sergeant Samuel Doe in 1980. Vijf jaar later deed ze mee aan verkiezingen die door Doe werden gemanipuleerd. Wegens openlijke kritiek zat Johnson-Sirleaf meermaals kort gevangen. Andermaal nam ze de benen. In het buitenland werkte ze voor onder meer de Wereldbank en de VN, en leidde ze grote banken.

In 1997, tijdens een pauze in Liberia's burgeroorlog (1989-2003, kwart miljoen doden) eindigde Johnson-Sirleaf tweede achter krijgsheer Charles Taylor, wederom bij verdachte verkiezingen. Opnieuw ging ze in ballingschap. Zeven jaar later, bij Liberia's eerste vrije verkiezingen in decennia, lukte het eindelijk. Johnson-Sirleaf won van oud-voetballer George Weah en werd op 16 januari 2006 beëdigd als Afrika's eerste vrouwelijke staatshoofd. In haar regering benoemde ze veel vrouwen. Meer dan een kwart van haar ministers is momenteel vrouw. Als ze genoeg goede kandidaten zou kunnen vinden, zou ze vrouwen al haar ministeries laten leiden. 'Vrouwen zijn toegewijder, werker harder en zijn eerlijker.'

Niettemin hoor je in Monrovia op straat veel gemopper over aanhoudende corruptie in regeringskringen, een thema dat Johnson-Sirleaf verklaarde tot 'vijand nummer één'. "De president heeft anticorruptiewaakhonden opgericht", zegt James Roberts. "Mensen uit haar regering zijn ook wel ontslagen wegens geldverduistering. Maar niemand wordt ooit aangeklaagd. Sterker, mensen worden gewoon weer aangenomen in andere functies."

Dan Saryee (45), directeur van de Liberiaanse niet-gouvernementele organisatie Liberia Democratic Institute, knikt. "Johnson-Sirleaf's politieke partij, de Unity Party, gebruikt vergaderruimtes, auto's en staatsgelden voor verkiezingsdoeleinden", zegt Saryee in zijn kantoor. "Ambtenaren voeren campagne tijdens kantooruren. Toen we daarover een rapport publiceerden, hebben partijleden ons bedreigd. 'We steken jullie auto's in de fik', zeggen ze. Of: 'We slaan jullie dood.' Ze roepen dat we spionnen van de oppositie zijn." De Unity Party ontkent alle aantijgingen.

James Roberts weet 'in elk geval zeker' dat Johnson-Sirleaf persoonlijk integer is. "Ze heeft een onbuigzaam karakter. Maar helaas bedriegen mensen om haar heen het land wél. Wat je de president wellicht kunt aanrekenen is een onhandig personeelsbeleid." Een voorbeeld daarvan is het benoemen van naaste familieleden. Dan Saryee: "Een zoon van de president is bijvoorbeeld haar belangrijkste adviseur. Een ander leidt de nationale veiligheidsdienst."

Zulke benoemingen herinneren veel mensen pijnlijk aan Liberia's vastgeroeste systeem van voor de burgeroorlog. Dat stamt uit het begin van de negentiende eeuw, toen ex-slaven uit de Verenigde Staten zich vestigden op Liberia's kusten. Gewend als ze waren aan slavernij begonnen ze direct lokale stammen te onderdrukken. Tussen 1847, toen Liberia een republiek werd, en Doe's coup in 1980 deelden enkele families 'Americo-Liberianen' alle macht. Saryee: "Die ongelijkheid was een belangrijke oorzaak van de oorlog. En ook al is Johnson-Sirleaf zelf niet Americo-Liberiaans, de situatie is weinig veranderd."

"Veel Liberianen voelen zich inderdaad nog steeds buitengesloten", zegt Ralph Jammeh (35), die voor de Wereldbank uitsluiting onderzoekt. Een bezoek aan volkswijk Paynesville bevestigt dat. "Mensen hier hebben geen vaardigheden, geen werk", zegt Anthonio Jallah (30), voorzitter van de lokale jeugdvereniging. "Een bezoek aan het ziekenhuis kunnen we niet betalen. Hoe we dat kunnen veranderen, weten we niet."

Omringd door leeftijdgenoten zit Jallah in een krakkemikkige bar. Achter hen braakt een oude tv snerpend geluid uit en flakkerende beelden van een Nigeriaanse soap. De instabiele generator verderop - de wijk heeft geen elektriciteit - laat de twee kale peertjes aan het golfplaten dak steeds aan en uit knipperen. Aan een van de houten wanden hangt een poster met uitleg over hoe je een stembiljet invult. "Toch begrijpen wij ook wel dat de regering vooruitgang boekt", besluit Jallah. "Een paar jaar geleden was het hier nog oorlog. Nu leven we ten minste in vrede."

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden