Opinie

Dank de staat voor zijn censuur

Bondskanselier Angela Merkel. Beeld getty

Het is natuurlijk wrang dat een staatshoofd dat het in eigen land niet zo nauw neemt met de vrijheid van meningsuiting in een democratischer land een rechtszaak kan afdwingen tegen een hem ongevallige komiek. De Turkse president Erdogan bracht de Duitse bondskanselier Merkel ermee gevoelig in verlegenheid. Ze leek alleen maar te kunnen verliezen; Erdogan had haar schaakmat.

In werkelijkheid koos Merkel met de toelating van een rechtszaak tegen tv-komiek Jan Böhmemann een politiek geniale en juridisch loepzuivere uitweg. Het is aan de rechter, niet aan de regering te oordelen over de toelaatbaarheid van diens smaadgedicht over Erdogan, benadrukte zij terecht. Tegelijk zette zij die laatste daarmee politiek op zijn plaats. Het is nu aan Erdogan te laten zien dat hij wel degelijk begrepen heeft wat de betekenis is van een democratische rechtsorde, waarop ook hij zich formeel beroept.

Knieval
Toch is dat Merkel niet in dank afgenomen. Duitse media en een flink deel van de publieke opinie verwijten haar een knieval voor iemand die alleen in naam geen dictator is. Dat is niet helemaal onjuist. Erdogan heeft Europa in de tang en dat laat hij merken. Zo werkt het harde spel van de machtspolitiek nu eenmaal. Soms moet je daarbij enige ergernis verbijten; de 'schöne Seele' heeft op dit vlak weinig te zoeken.

Behalve wanneer die ethische ziel zelf een politieke lading krijgt. Dat Erdogan in Europa als een dwingeland te boek staat, zal hem weinig kunnen schelen. Maar wanneer hij de trekken krijgt van kleinzielige rancune, kan dat anders uitpakken. Dan wordt het ethische wèl een politieke factor, want een dictator die zichzelf belachelijk maakt zaagt aan zijn eigen stoelpoten.

Of de bondskanselier daarmee haar achterban tevreden zal stellen, is een andere vraag. Voorspelbaar werd er na haar beslissing op hoge toon geklaagd over de aantasting van de vrije meningsuiting: zo langzamerhand hèt kroonjuweel van de democratie. Zelf had Böhmermann 'willen aangeven waar de Duitse grenzen van satire liggen,' zo schreef Saskia Jonker zaterdag in deze krant. Dat is een veelzeggende formulering, want ze impliceert dat er in ieder geval grenzen zíjn.

Grote-bekkenmaatschappij
In werkelijkheid lijkt een groot deel van de vrije-meningsridders binnen en buiten Duitsland dat helemaal niet te accepteren. Voor hen betekent die vrijheid het recht 'te mogen zeggen wat men wil' - wàt dat ook is. Daarom is hun protest zo voorspelbaar en worden hun acties, bij elke concessie van de staat, steeds grover. Het resultaat is een grote-bekkenmaatschappij, zoals Tom-Jan Meeus dat diezelfde dag in NRC-Handelsblad noemde.

De misvatting dat het democratisch recht op vrije meningsuiting samenvalt met een losgeslagen recht op belediging, laster en leugen heeft zich inmiddels stevig in de samenleving gevestigd. De professionals daarvan (cabaretiers, columnisten, schrijvers soms) staan er pal voor, met een gretigheid die een nuchterder opvatting waardig zou zijn. In hun strijdmiddelen van steeds verder opgevoerde driestheid spreiden zij een ondoordachtheid ten toon die te groot is voor servet maar te klein voor tafellaken.

Hoe ziet dat tafellaken van de vrije meningsuiting er dan uit? Dat mag van grondwet tot grondwet verschillen maar één ding heeft het in elke democratische orde gemeen: er zitten randen aan. Élke wetgeving erkent dat het recht op meningsuiting niet onbeperkt is. Het eindigt waar andere grond- of persoonlijke rechten hun gelding opeisen, of waar spreken daadwerkelijk riskant, gevaarlijk of zelfs dodelijk wordt. Woorden zijn niet zonder betekenis. In bepaalde gevallen kunnen zij onoverzienbaar onheil aanrichten. Een verstandige rechtsorde zorgt ervoor dat het daartoe niet komt.

Dank de staat voor zijn censuur
Wonderlijk genoeg zouden juist de musketiers van de vrije mening dat moeten toejuichen. De zorg van de staat en het recht geeft die laatste pas haar gewicht. Zou álles zonder beperking gezegd kunnen worden, dan zou het woord niets meer te zeggen hebben. Het zou bij voorbaat van alle scherpte zijn ontdaan - want nooit zou het er waar dan ook nog toe doen.

Dank de staat dus voor zijn censuur en de grenzen die hij het vrije woord oplegt. Elke schrijver, columnist en cabaretier zou dat boven zijn werktafel moeten schrijven. Wordt het woord wèrkelijk vrij, dan heeft hun bestaan geen zin meer - en is de samenleving naar de grote-bekkenknoppen. Dat betekent niet dat de staat daar lichtvaardig gebruik van moet maken - zoals in Turkije momenteel gebeurt. Misschien moet hij er zelfs helemáál geen gebruik van maken. Het bestáán van de grens van de vrijheid zou voor die laatste genoeg moeten zijn: alleen dankzij die rand is zij wat zij is.

Het Duitse gerecht kan Böhmermann nog altijd vrijspreken - zoals ongetwijfeld gebeuren zal. Men veroordeelt iemand tenslotte niet op grond van onvolwassenheid. Maar zelfs zo'n vrijspraak bevestigt dat ieder woord zijn grens heeft, en dat vrije meningsuiting alleen daarbínnen iets betekent.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden